Jodo-Wasan (11: 61-65)

Hymnen van het Reine Land

Shinran Shonin

Vertaling en nota’s: Rev. Yuho B. Van Parijs

 

[61] (R56)

Boeddha Onvoorstelbaar Licht, onze Toevlucht (1),
Maakte in het aanschijn van Lokesvararaja Buddha (2)
Zijn keuze (3) uit de Reine Landen doorheen de Tien Richtingen,
En nam zo de Oorspronkelijke Gelofte op zich.

(1) Namu Fukashigiko Butsu: lett. ‘Ik neem toevlucht in de Boeddha Onvoorstelbaar Licht’. ‘Fukashigiko’ is één van de namen van Amida Buddha. ‘Namu’ betekent ‘Toevlucht nemen in’ of ‘Hulde aan’ en verwijst naar het vertrouwen in Amida. Aangezien dit Vertrouwen echter aan ons geschonken wordt door Amida Boeddha, dienen we het op te vatten als Amida’s Vertrouwen. Daarom gebruikt Shinran dan ook de volledige benaming ‘Namu Fukashigiko Butsu’ als naam voor Amida Buddha. Om de oneindigheid van Amida aan te tonen gebruikt Shinran hier een Boeddha-benaming, waar eigenlijk de Bodhisattva-benaming (Dharmakara) meer toepasselijk zou zijn.

(2) Nyoo Butsu: (Skr. Lokesvararaja Buddha) betekent letterlijk ‘Weldadige Koning Boeddha’ en is een afkorting voor ‘Senyoo Butsu’ of ‘Wereld-Weldadige Koning Boeddha’. Deze boeddha wordt beschouwd als Dharmakara’s leraar. Het is gebruikelijk dat een bodhisattva zijn geloften uitspreekt in de aanwezigheid van een boeddha.

(3) Senjaku sesshu: lett. ‘Selecteren en aannemen’. Om zijn eigen Reine Land te ontwerpen onderzocht Dharmakara de Reine Landen die Lokesvararaja hem toonde. Daaruit selecteerde hij dan de meest voortreffelijke eigenschappen om zo tot de formulering van de Oorspronkelijke Gelofte te komen. Lees hieromtrent ook Shoshinge strofen 1 en 2.

 

[62] (R57)

Het Licht van de Boeddha Ongehinderd Licht (1)
Belichaamt de Lichten van Reinheid, Vreugde en Wijsheid (2);
De Deugd van dit Licht is Onvoorstelbaar;
Het is de wezens in de tien richtingen weldadig.

(1) Mugeko Butsu: ‘Boeddha Ongehinderd Licht’ is de derde van de 12 benamingen voor Amida Buddha en wordt regelmatig gebruikt om de totaliteit van benamingen weer te geven. Zo wordt dikwijls verwezen naar Amida als ‘Tathagata Ongehinderd Licht in de Tien Richtingen’ (Jinjippo Mugeko Nyorai).

(2) Shojo Kangi Chie-ko: ‘Licht van Reinheid, Vreugde en Wijsheid’. Deze drie ‘functies’ van Amida’s Licht corresponderen met de zgn. drie hindernissen, nl. begeerte, aversie en verdwazing, en geven ons een beeld van de manier waarop Amida’s Licht in ons gemoed werkzaam is…

 

[63] (R58)

“Wek [in uzelf] het Oprechte Gemoed, het Vreugdig Vertrouwen en het Verlangen naar Geboorte!” (1)
Door de wezens in de tien richtingen aldus aan te sporen,
onthulde Amida de Onvoorstelbare Gelofte (2)
als oorzaak van [Geboorte in] het Ware Beloningsland (3).

(1) Shishin Shingyo Yokusho: ‘Oprecht Gemoed, Vreugdig Vertrouwen, Verlangen naar Geboorte’. Dit zijn de zg. ‘Drie Gemoederen’ of drie aspecten van het Vertrouwen in de 18de Gelofte. Het opwekken van deze drie gemoederen slaat terug op het ‘ontvangen’ van het Ander-Kracht Vertrouwen (Shinjin). Zoals Shinran aantoonde zijn de Drie Gemoederen het Ene Boeddha-Gemoed.

(2) Fushigi no Seigan: ‘Onvoorstelbare Gelofte’. De Gelofte is onvoorstelbaar omdat ze zelfs de met het meest onheilzame karma belaste wezen in staat stelt de Geboorte in het Reine Land (m.a.w. de Verlichting) te verwezenlijken.

(3) Shinjitsu Hodo: ‘Ware Beloningsland’. Verwijst naar Amida’s Reine Land dat kan gezien worden als het resultaat (beloning) van Dharmakara’s geloften en praktijk. Zij die het Ander-Kracht Vertrouwen verwezenlijkt hebben worden geboren in dit land en verwezenlijken zo de Verlichting. Deze term staat in tegenstelling tot ‘het Vervormde Land als Geschikt Middel’ (hohen kedo), het ‘land’ waarin diegenen geboren worden die er niet in slagen het Ander-Kracht Vertrouwen te verwezenlijken, maar zich toch bezighouden met het reciteren van de Nembutsu en de diverse goede handelingen.

 

[64] (R59)

Zij die het Ware Vertrouwen verwezenlijken,
worden onmiddellijk gerekend tot de groep van het Juist Gevestigde Stadium (1);
Eenmaal zij dit Stadium van Niet-Terugvallen (2) hebben verwezenlijkt,
worden zij onfeilbaar tot het Nirvana (3) gevoerd.

(1) Joju: afkorting voor ‘jojoju’: ‘Groep van het Juist Gevestigde Stadium’ of ‘de Groep van de Waarlijk Gevestigden’… [Zie ook nota’s bij Jodo Wasan (R24).]

(2) Futai no Kurai: lett. ‘Stadium van Niet-Terugvallen’. ‘ Futai’ of ‘Futaiten’ is de Chinese vertaling van het Skr. avinivartaniya. Diegenen die het Ware Vertrouwen hebben verwezenlijkt, verwezenlijken onfeilbaar de Verlichting. De mogelijkheid tot regressie of terugvallen bestaat enkel in de spirituele stadia die voorafgaan aan de verwezenlijking van Vertrouwen. M.a.w. zolang onze ‘spiritualiteit’ afhankelijk blijft van onze eigen heilsberekeningen bestaat de kans tot terugvallen.

(3) Metsudo: lett. ‘Uitdoving en Bevrijding’, d.i. uitdoving van onze blinde passies en bevrijding uit de kringloop van geboorte-en-dood. Zij die het Stadium van Niet-Terugvallen hebben verwezenlijkt zullen noodzakelijkerwijze het Nirvana verwezenlijken (Geboorte in het Reine Land) door toedoen van de 11de Gelofte: “Indien ik een boeddha word en de mensen en goden in mijn land zouden niet in de schare van de waarlijk gevestigden vertoeven en onfeilbaar het nirvana verwezenlijken, moge ik dan de volkomen verlichting niet verwezenlijken.”

 

[65] (R60)

Diep is Amida’s Grote Mededogen!
Door de manifestatie van Onvoorstelbare Boeddha-Wijsheid
legde hij de Gelofte af die [een vrouw] in een man transformeert (1).
Zo verzekerend dat vrouwen boeddha kunnen worden.

(1) henjo nanshi no Gan: lett. ‘Gelofte van transformatie [van een vrouw] in een man’, d.i. de naam die wordt gegeven aan de 35ste Gelofte. Deze luidt: “Indien ik boeddha word en de vrouwen in de Ontelbare onvoorstelbare boeddha-werelden, die mijn Naam gehoord hebben, zich in dit vertrouwen verheugen, in zich het bodhi-gemoed gewekt hebben en afstand doen van hun vrouwelijkheid, zouden toch als vrouwen herboren worden, moge ik dan niet de Volkomen Verlichting verwezenlijken.”

Vrouwen werden traditioneel beschouwd als “zondiger” dan mannen; zo hadden zij af te rekenen met vijf hindernissen en drie “bindingen”. De ‘vijf hindernissen’ zijn: zij zijn niet in staat (a) Brahma, (b) Indra, (c) Koning van de Demonen, (d) Cakravartin (wereldheerser) of (e) Boeddha te worden. De drie ‘bindingen’ zijn: ten eerste, wanneer zij jong zijn dienen zij hun ouders te gehoorzamen; ten tweede, wanneer zij gehuwd zijn dienen zij hun echtgenoot te gehoorzamen; ten derde, wanneer zij weduwe worden dienen zij hun zonen en dochters te gehoorzamen. Men kan zich in deze hymne zeer goed Shinrans vreugde ten aanzien van Eshinni voorstellen…

Ekō 76
Jodo-Wasan

jikōji - 慈光寺

© 2007

info-at-jikoji.com
          home