Editoriaal- De Grote Twijfel

De publicatie van een Nederlandse vertaling van één van Stephen Batchelors boeken (Uitg. Asoka) blijkt in sommige middens wat stof te hebben doen opwaaien.

Batchelors bedoeling evenwel is duidelijk: de hoofdlijnen van het (Zen)boeddhisme zo nauw mogelijk in verband te brengen met en te doen aansluiten bij vragen eigen aan het westerse filosofische denken, blijkbaar om het begrijpen van de Dharma door westerlingen te vergemakkelijken. Op dit vlak speelt de auteur o.a. in op het element ‘twijfel’ (bv. Descartes’ doute méthodique); hij gebruikt daarbij een citaat van een Koreaanse Zen-monnik, waaruit moet blijken dat enkel ‘de grote twijfel’ je kan leiden tot de ervaring van ‘de grote vrijheid’, d.i. de Uiteindelijke Verlichting.

Is zo een uitspraak boeddhistisch aanvaardbaar? Persoonlijk meen ik van wel.

Hierbij hoef ik zelfs niet te verwijzen naar Nagarjuna of Dharmakirti of Huinęng, maar mag ik gerust de historische Boeddha Shakyamuni vermelden, die in het befaamde Kalama-sutra (Pāli Kanon, Anguttara-nikaya III, 65) zich uitspreekt over geloven, twijfelen, onderzoeken en vaststellen:

“… Zo komt het dat wij voortdurend in onduidelijkheid en twijfel vertoeven, waarbij wij ons afvragen wie toch van al deze eerwaarde heren het ware en wie het onware verkondigt.

- Zeer juist, Kalama’s, zeer juist gezien dat gij wel moét twijfelen. In zo een gevallen moet men wel twijfelen! Daarom zeg ik u:

Richt u niet naar hetgeen er gezegd wordt, niet naar een of andere overlevering, niet naar wat er algemeen beweerd wordt, niet naar wat er geschreven staat in heilige schrifturen, niet naar rationele bewijsvoeringen of logische deducties, niet naar wat op het eerste gezicht blijkbaar is, niet naar overeenstemming met uw eigen inzichten en berekeningen, niet naar een schijn van werkelijkheid. Denkt ook niet: ‘Deze asceet is onze leermeester; daarom moeten wij hem blindelings geloven!’

Maar, Kalama’s, wanneer gij bij uzelf en door uzelf ervaart dat deze of gene dingen slecht en verwerpelijk zijn, dat ze ook door de wijzen worden afgekeurd, dat zodra men ze uitvoert of ook maar eraan begint, ze naar onheil en lijden voeren, dŕn moet gij die zaken verwerpen!”

De Zenmeesters, zeker de Chinese en de Koreaanse - de Japanse iets minder - hebben voortdurend de nadruk gelegd op de onwetendheid van alle weten. Enkel het Boeddha-weten (dat Verlichting is) biedt zekerheid boven alle twijfel. Maar hierover kan in feite niets medegedeeld worden, want deze kennis situeert zich overheen het conceptuele, het denkbare, het verwoordbare.

Maar wie op het niveau van de relatieve waarheid niet twijfelt, kan dit niveau niet overstijgen en dus geen Verlichting, d.i. bevrijding uit de wereld van geboorte-en-dood, verwezenlijken.

Ook in het Reine-Landdenken speelt de twijfel een belangrijke geestelijke rol. Hier gaat het niet zozeer over de waarde van het conceptuele weten, maar om de werkzaamheid van de ‘meditatieve en niet-meditatieve praktijken’. Het is de twijfel aan hun spirituele doeltreffendheid die leidt en ondersteuning geeft aan de afbouw van zelfkracht-bekommernissen en aan de inbreng van het Gemoed van Vertrouwen, de verwezenlijking van shinjin (wat mutatis mutandis overeenkomt met Zens satori).

Deze nadruk op niet-zomaar-geloven leidt nog naar andere conclusies. Het afwijzen van elk dogma of dogmatische instelling en het doorlopende invraagstellen van elke ‘ik’-ervaring, ook van ‘mijn’ houding tegenover de Leer zoals die ‘mij’ medegedeeld wordt. Hierin verschillen de grote Mahayana-scholen van alle theocratische, d.i. onvermijdelijk dogmatieke, leerstelsels.

Zelfs al beperkt ik me hier tot het beschouwen van de Japanse Zen- en Jodo-Shinshu-stromingen, dan valt me dat sterk impact van kritisch denken op. Hierbij kan en zal een kritische houding (zowel op dharmalogisch als op historisch gebied) niet onderdrukt worden. Wel kan ertegen gepolemiseerd worden.

Een recent voorbeeld van deze kritische beiderzijdse instelling. Ter gelegenheid van het Rennyo Shonin jaar heeft de Jodo Shinshu Hongwanji-ha, onze hoofdtempel, via zijn dienst ‘Institute of Jodo Shinshu Studies’ samen met ‘Hongwanji International Center’, vijf bijdragen over de 8ste Hoofdabt (door A. Bloom, Sh. G. Pinto, J. Ducor, K. K. Tanaka, J. C. Dobbins & Sh. A. Peel) gebundeld in een Rennyo Shonin Reader. Opvallend daarbij is toch wel dat - zelfs in een hulde-uitgave - Rennyo niet boven of buiten elke kritische benadering komt te staan.

Op ditzelfde vlak van de behoefte aan twijfel, onderzoek en kritiek, vindt men ook de Jodo-Shinshu opvatting over het (onaangename…) begrip ‘orthodoxie’. Hierbij wordt immers verwacht dat men een degelijke kritiek op eigen verantwoording neemt (to my mind, in my opinion, in my view, according to my understanding…) en dat men niet poogt zich te verschuilen achter de Hongwanji. En dat men zowel onder elkaar als tegenover de patriarchen, de meesters en de tempels de vereiste eerbied en tolerantie bewaart.

Namu Amida Butsu.

Shitoku

Ekō 77

jikōji - 慈光寺

© 2007

info-at-jikoji.com
          home