Jodo-Wasan (12: 66-70)

Hymnen van het Reine Land

Shinran Shonin

Vertaling en nota’s: Rev. Yuho B. Van Parijs

 

[66] (R61) (1)

“Wek [in uzelf] het Oprechte Gemoed, de Verzuchting, en het Verlangen naar Geboorte!” (2)
Door de wezens in de tien richtingen dit geschikte middel aan te reiken (3),
Opende Hij de Tijdelijke Poort van de diverse goede handelingen (4);
En volbracht Hij de Gelofte te verschijnen aan die mens (5).

(1) Deze en de twee volgende hymnen werden gecomponeerd met betrekking tot de 19de Gelofte. Deze Gelofte stelt dat diegenen die de verschillende praktijken beoefenen met het oog op Geboorte in het Reine Land vergezeld worden op weg naar het Reine Land. De tekst van de 19de Gelofte volgens het Grote Sutra luidt: “Indien ik boeddha word en alle wezens in de tien richtingen die in zich het gemoed ter verlichting gewekt hebben, die de diverse verdienstelijke daden verrichten met het oprechte verlangen in mijn land geboren te worden, zouden op het ogenblik van hun overlijden mij niet zien verschijnen omringd door mijn hemelse schare, moge ik dan niet de Volkomen Verlichting verwezenlijken.”

(2) Shishin Hotsugan Yokushō: ‘Oprecht Gemoed, Verzuchting, en Verlangen naar Geboorte’. Deze vormen de drie gemoedstoestanden of de drie aspecten van vertrouwen zoals dit beschreven wordt in de 19de Gelofte. ‘Hotsugan’ kan zowel gelezen worden als ‘verlangen’ als verwijzen naar het afleggen van een gelofte… in deze context vertaald als ‘Verzuchting’ zou men de term kunnen beschouwen als in betrekking staande met het in zich opwekken van het Gemoed ter Verlichting, m.a.w. het verlangen alle wezens tot Geboorte in het Reine Land te brengen.

(3) Hōben shi: lett. ‘het aanreiken van een geschikt middel’ of ‘het leiden of gidsen door het gebruik van geschikte middelen’.

(4) Shuzen no Kemon: ‘Tijdelijke Poort van diverse goede handelingen’. De 19de Gelofte wordt als een tijdelijk geschikt middel voorzien voor diegenen die zichzelf van nature uit beroepen op de eigen heilsinspanningen. De Gelofte moedigt hen aan de verschillende goede handelingen en praktijken qua moraliteit en meditatie te volbrengen als voorwaarde voor het verwezenlijken van geboorte in het Reine Land.

(5) Gengoninzen: ‘Te verschijnen aan die mens’, d.i. te verschijnen aan de mens op het moment van het overlijden.

 

[67] (R62)

Door de “Gelofte van Verschijnen op het Moment van de Dood” (1),
toont Shakyamuni ons allerhande vormen van goed in één enkele tekst, het Meditatie-sutra.
Zo moedigt hij de mensen van meditatieve en niet-meditatieve goede handelingen (2) aan.

(1) Rinjūgenzen no Gan: lett. ‘Gelofte van Verschijnen op het Moment van de Dood’ is één van de 5 benamingen voor de 19de Gelofte.

(2) Jōsan shoki: lett. ‘Verschillende mensen van meditatieve en niet-meditatieve goede handelingen’. ‘Ki’, dat letterlijk ‘capaciteit’ betekent, wordt hier gelezen als ‘mens’. ‘Jōsan’ is een afkorting voor ‘Jozen’ (meditatief goede handeling), en ‘sanzen’ (niet-meditatief goede handeling). Niet-meditatieve goede handelingen omvat alle goede daden en praktijken die worden beoefend vanuit een ‘gewoon’, d.w.z. dagdagelijks gemoed. Meditatieve goede handelingen verwijzen naar de praktijken van meditatie/concentratie, d.w.z. praktijken verricht vanuit een éénsgericht gemoed. Het Meditatie-sutra verwijst op expliciete wijze naar de verschillende praktijken door dewelke men geboorte in het Reine Land kan verwezenlijken. Van de 16 omschreven praktijken in dit sutra zijn de eerste 13 meditatieve praktijken, de 3 laatste niet-meditatieve praktijken.

 

[68] (R63)

De verschillende goede handelingen en de talrijke praktijken (1);
Wanneer ze worden volbracht met Oprecht Gemoed en [vanuit] Verzuchting,
Dienen ze alle - zonder enige uitzondering - als geschikte goede handelingen
voor de verwezenlijking van Geboorte in het Reine Land.

(1) Shozen mangyō: lett. ‘diverse goede’ verwijst naar alle goede daden of handelingen, zowel meditatief of niet-meditatief. ‘Mangyō’ (’10 000 praktijken’) verwijst naar al de praktijken van het ‘Pad der Wijzen’. In de Reine-Land-context worden deze praktijken echter gezien als ‘tijdelijke geschikte middelen’ die voeren naar de Ware Praktijk, d.i. de Ander-Kracht Nembutsu van de 18de Gelofte.

 

[69] (R64) (1)

“Wek [in uzelf] het Oprechte Gemoed, het Gemoed van [Verdienste-] Overdracht, en het Verlangen naar Geboorte!” (2)
Door de wezens in de tien richtingen dit geschikte middel aan te reiken;
Opende Hij de Ware Poort van de Naam (3).
En volbracht Hij de Gelofte dat zij uiteindelijk de Geboorte zullen verwezenlijken (4).

(1) Deze en de volgende twee hymnen werden geschreven met betrekking tot de 20ste Gelofte die stelt dat diegenen die de Nembutsu zeggen vanuit zelf-kracht optiek, d.i. zonder te vertrouwen op de Ander-Kracht, uiteindelijk toch de Geboorte in het Reine Land verwezenlijken. De intentie van deze Gelofte stemt overeen met de expliciete betekenis van het Amida-kyō. De tekst van de 20ste Gelofte in het Grote Sutra luidt: “Indien ik boeddha word en alle wezens in de tien richtingen die mijn Naam gehoord hebben, hun gedachten op mijn land vestigen, de diverse wortels van verdienste planten en oprecht verlangen in mijn land geboren te worden, zouden niet aldaar geboren worden, moge ik dan niet de Volkomen Verlichting verwezenlijken.”

(2) Shishin Ekō Yokushō: ‘Oprecht Gemoed, [Gemoed van] Verdienste-Overdracht, en Verlangen naar Geboorte’. Deze vormen volgens Shinrans interpretatie de drie aspecten van vertrouwen of de Drie Gemoedstoestanden zoals deze voorkomen in de 20ste Gelofte.

(3) Myōgō no Shimmon: lett. ‘De Ware Poort van de Naam’. ‘Ware Poort’ staat hier in contrast met de ‘Tijdelijke Poort’ van de 19de Gelofte. ‘Naam’ betekent in deze context het ‘reciteren’ van de Naam als zelf-kracht praktijk.

(4) Fukasuisha: lett. ‘wanneer zij niet uiteindelijk Geboorte verwezenlijken’. In deze gelofte-clausule verzekert Amida diegenen die vanuit zelf-kracht de Nembutsu beoefenen dat ook deze weg hen uiteindelijk tot Geboorte in het Reine-Land voert.

 

[70] (R65)

Door de Gelofte van Vervulling (1) van de Uiteindelijke Bevrijding,
Bracht Shakyamuni in het Amida-sutra de Wortel van Goedheid en de Wortel van Deugd naar voor (2);
Hiermee moedigde hij de mensen aan het [de Praktijk van het] Ene Voertuig (3) te beoefenen.

(1) Kasui no Gan: ‘Gelofte van Vervulling of Verwezenlijking (van de Uiteindelijke Bevrijding)’, d.i. één van de vier namen voor de 20ste Gelofte.

(2) Zempon tokuhon: ‘Wortel of basis van Goedheid en Deugden’, verwijst naar Amida’s Naam die alle verdiensten en deugden in zich belichaamt.

(3) Ichijō no ki: lett. ‘Mensen van het Ene Voertuig’. ‘Ichijō’ (Skr. Ekayāna) is de benaming die wordt gegeven aan het ‘Absolute Voertuig van de Ware Leer’ (Saddharma) dat alle wezens gelijkelijk en zonder enig onderscheid in staat stelt het Boeddhaschap te verwezenlijken. Voor Shinran verwijst dit naar het Voertuig van Amida’s Gelofte. Zie KGSS II-84. “(…) Het Ene Voertuig is het Voertuig van het Grote Ene Beginsel. Het verwijst uitsluitend naar het Ene Boeddha Voertuig van de Gelofte. (…)” Shinran verwijst naar volgelingen van de 18de Gelofte als “mensen die het Ene Voertuig hebben verwezenlijkt.”

Ekō 77
Jodo-Wasan

jikōji - 慈光寺

© 2007

info-at-jikoji.com
          home