Over De Mededogende Geloftes Van Andere Boeddha’s

Shobutsu Higan No Shō

Rennyo Shonin

(Gobunsho III-7)

Wanneer we van nabij onderzoeken hoe het komt dat Amida’s Voortijdelijke Gelofte de mededogende Geloftes van andere Boeddha’s overtreft, [dan zien we] dat de Boeddha’s van de tien richtingen niet bij machte zijn die levende wezens te redden [die belast zijn] met een uiterst diep onheilzaam karma, of vrouwen belast met de vijf hindernissen en de drie onderwerpingen. Vandaar dat gesteld kan worden dat Amida’s Voortijdelijke Gelofte de geloftes van andere Boeddha’s overtreft.

Vraag: Maar wat voor levende wezens worden door Amida Nyorai’s alles overtreffende grote Gelofte gered?

Deze grote Gelofte redt zonder enige uitzondering alle wezens, zelfs diegene die de tien overtredingen en de vijf zware vergrijpen begaan hebben, en zelfs de vrouwen belast met de vijf hindernissen en de drie onderwerpingen. Vandaar dat het door de werkzaamheid van de grote Ander-Kracht Gelofte is dat [van Amida] kan gezegd worden dat hij onfeilbaar de levende wezens, tien op tien, naar het Land van Opperste Zaligheid zal voeren, zo ze in eensgerichtheid van gemoed en met standvastigheid in hem hun vertrouwen stellen.

Vraag: Maar hoe kunnen die gewone dwaze wezens zoals wijzelf vertrouwen op Amida Buddha’ s Voortijdelijke Gelofte, en in welke gemoedsgesteldheid dienen we ons vertrouwen op Amida te stellen? Leg ons dit a.u.b. in detail uit. Als wij ons het vertrouwen in deze lering eigen gemaakt zullen hebben, dan zullen we ons vertrouwen in Amida kunnen stellen, verlangen [geboren te worden) in het Land van Opperste Zaligheid en de Nembutsu uitspreken.

Antwoord: Om te beginnen, wat tegenwoordig zoal over de Nembutsu wordt verteld, doet heel wat mensen geloven dat ze gered zullen worden als ze gewoonweg en zonder te begrijpen “Namu Amida Butsu” herhalen. Dat is een twijfelachtige bewering. Het onderricht van de Jōdo-shū is verdeeld over verschillende scholen, zowel in de hoofdstad (Kyoto) als in de provincies. Toch oordelen we hierover niet [in termen] van ‘juist’ of ‘verkeerd’. Wij verkondigen gewoon de lering van onze stichter (Shinran) zoals ze in onze traditie overgedragen is geworden.

Luister dus aandachtig, met de oren van iemand die naar bevrijding verlangt, en met in eerbied gebogen hoofd. Aldus zult gij het éne gedachte moment van vertrouwen en vreugde kunnen verwezenlijken.

Leken, ook al diegenen die hun leven lang het kwaad begaan hebben, zouden gewoonweg de diepgang van hun onheilzaam karma moeten over het hoofd zien en Amida Nyorai’s Voortijdelijke Gelofte moeten aanvaarden als de onvoorstelbare Gelofte-Kracht die er precies op gericht is zulke dwaze wezens [als zijzelf] te bevrijden. In eensgerichtheid van gemoed en standvastigheid [gericht] op Amida, zouden zij moeten uitzien naar de verwezenlijking van het vertrouwen dat Ander-Kracht is.

Maar wat is dan toch dat Ander-Kracht Vertrouwen?

De Naam in zes tekens na-mu-a-mi-da-butsu toont ons op welke wijze Amida Buddha ons redt. We zeggen [daarom] dat iemand die dit volkomen begrepen heeft, iemand is die het Ander-Kracht Vertrouwen verworven heeft. De twee tekens ‘na’- ‘mu’ betekenen dat levende wezens in eensgerichtheid van gemoed en standvastigheid hun vertrouwen stellen in Amida Buddha zonder enige andere bijgedachte dan dat hij hen onvoorwaardelijk zal redden. Vandaar dat gezegd kan worden: ‘toevlucht nemen’ (ki-myō).

Vervolgens zijn er de vier tekens ‘a’-‘mi’-‘da’-‘butsu’. Ze betekenen dat zonder één uitzondering te maken Amida Buddha de levende wezens redt die [in hem] hun vertrouwen (na-mu) stellen. Anders gezegd: dit betekent ‘omvat en niet meer losgelaten’ (sesshu-fusha). De essentie van ‘omvat en niet meer losgelaten’ betekent dat Amida Nyorai de beoefenaar van de Nembutsu in zijn licht omvat zonder hem ooit nog los te laten.

En zo, met betrekking tot het belang van Namu Amida Butsu, weten we dat dit een getuigenis is van Amida Buddha’s werkzaamheid ons te redden. De Naam wordt dan ook uitgedrukt in deze zes tekens Na-mu-A-mi-da-Butsu.

Wanneer we dit op deze wijze begrepen hebben, hebben we de zekerheid in het Land van Opperste Zaligheid geboren te worden. Hoe heerlijk, hoe wonderbaar! En vermits we voor eens en altijd door Amida Nyorai gered zijn geworden, drukt de Nembutsu onze vreugde uit. Daarom beschrijven we deze Nembutsu als ‘het uitspreken van de Naam in dankbaarheid voor de weldadigheid van de Boeddha’ en ‘het uitspreken van de Naam na [de verwezenlijking van] het vertrouwen (shin)’.

In eerbied.

Geschreven op de 6de dag
van de 9de maand, Bunmei 6 (1474).

Ekō 78

jikōji - 慈光寺

© 2007

info-at-jikoji.com
          home