Rennyo Shonins Twee Waarheden (3)

En wij, in dit hier-en-nu?

Het is duidelijk dat Rennyo’s formulering van zijn ni-tai het consequente resultaat is van de historische configuratie van zijn tijd: de 15de-eeuwse Japanse feodaliteit, de heftige roerselen van de Ashikaga-Muromachi periode, - en zeker de onophoudelijke afwijkingen en vervormingen van de Nembutsu-leer zoals gepredikt door Shinran (en ge-herinterpreteerd door Rennyo…). Zolang het feodale maatschappelijke stelsel en/of zijn nakomelingen predominant bleven - in feite is dat in Japan vanaf Rennyo’s tijd tot het midden van onze eeuw! - is het probleem van de veelvuldige meestal uiteenlopende verhoudingen tussen ‘staat’ (d.i. politiek én administratie) enerzijds, en ‘kerk’ (d.i. het religieuze beleven én de religieuze instellingen) een dreigende actualiteit geweest. En vaak nog is…

In de hedendaagse maatschappelijke vormen, o.a. gekenmerkt door de westerse parlementaire democratieën, moest die aftandse autocratische administratie wel verdwijnen. Het begrip staatsmacht werd omgevormd vanuit het keizerlijke of shogunale absolutisme tot een macht van het volk, zoals wat utopisch uitgedrukt tijdens de Amerikaanse en Franse revoluties in de 18de eeuw. Deze macht van het volk kreeg uitdrukking in het begrip Wet. Wanneer we dit nieuwe concept van ‘macht’ analyseren, dan stellen we vast hoe door middel van algemene verkiezingen de totaliteit van de burgers van een rechtstaat bij meerderheid zijn verkozenen (volksvertegenwoordigers, senatoren, gemeente- en provinciebesturen…) aanduidt. Deze verkozenen wenden dan de hun door de kiezers toevertrouwde ‘macht’ aan om wetten uit te vaardigen en toe te passen.

In deze context is het dan ook zó dat ‘gehoorzaamheid en eerbied’ niet langer verschuldigd zijn aan militaire machten of grootgrondbezitters, maar enkel aan de democratisch verkozenen en hun wetgevend vermogen. Willen we de zaak principieel bekijken, dan zien we dat de ‘onderworpenen aan de wetgeving’ in feite (zij het soms toch wat theoretisch) de wetgevers zijn.

Wanneer we dan trachten in te zien hoe boeddhisten - en in het bijzonder de Shinboeddhisten in Rennyo’s lijn, de dharma konden beleven (of trachtten te beleven) in zulke ‘wereldse waarheid’, dan moeten we daarbij rekening houden met die metamorfose van autocratische macht tot democratische wetten. Zo een visie impliceert meteen dat (Shin)boeddhisten in democratische staten en naties inderdaad ‘gehoorzaamheid en eerbied’ verschuldigd zijn aan de wetten van hun land, vermits in dit aspect van het politieke leven ook hun verantwoordelijkheid als kiezers betrokken is.

Deze vaststelling brengt ons tot een andere vraagstelling: “Moeten (Shin)boeddhisten betrokken geraken in politiek, in politieke programma’s, in politieke partijen? En zo ja, in welke mate en met welke geestesinstelling?” Persoonlijk geloof ik dat het moeilijk, zoniet onmogelijk is op deze vraag een eenduidig, absoluut antwoord te geven. Als we Rennyo zo wat tussen de lijnen lezen, is het duidelijk dat ook hij steeds getracht heeft elke uitspraak die op eenzijdigheid zou wijzen, te vermijden. Of hij daar écht in geslaagd is, is met de historische bronnen waarover we beschikken niet écht 100 % uit te maken.

Noch Boeddha Gautama noch Shinran Shonin hebben ons een politieke code achtergelaten. Anderzijds kan elk boeddhist uitmaken in welke mate hij willens nillens betrokken is bij het politieke leven in zijn land en daarbij zal trachten zijn persoonlijk leven te organiseren in het kader van die socio-politieke betrokkenheid. In de brede zin van dit vrijwillige of onvrijwillige betrokken-zijn, kunnen we aan de Skr. term sangha (eigenlijk ‘gemeenschap’) de nieuwe omschrijving ‘solidariteit’ toewijzen.

Wanneer ik - om een voorbeeld te hebben - uitkijk naar de situatie in de och-zó gecompliceerde staat die het piepkleine België is, dan stel ik toch vast dat sommige boeddhisten werkzaam zijn op het vlak van de federale of regionale politiek. Eigenaardig maar menselijk begrijpelijk, is het feit dat zij - in de mate dat ik juist geïnformeerd ben - werkzaam zijn in drie of vier verschillende politieke formaties. Dit is uiteraard een gevolg van hun persoonlijke politieke keuze en voorkeur, maar (zoals zo goed als allen mij dat bevestigd hebben) werken ze binnen het raam van hun politieke partij met het oog op de verwezenlijking van hun boeddhistische idealen. Sommigen zeggen sila, anderen citeren de paramita’s.

We dienen deze boeddhistische ‘aanwezigheid’ in de Belgische, Vlaamse, Waalse en/of Brusselse politieke partijen niet te overschatten. Anders is het overigens gesteld met het feit dat elk (Shin)boeddhistische burger van een democratisch land bewust zou moeten zijn van zijn aanwezig-zijn in deze wereld en tevens van zijn (karmische) aansprakelijkheid voor alle andere wezens. Het is daardoor niet broodnodig Rennyo Shonins ‘Twee Waarheden’ letterlijk op te vatten, als absolute okite, maar vanuit een contextuele vertaling van het begrip ni-tai naar ons hedendaags taalgebruik toe, als relevante leidraden naar onderlinge eerbied en verdraagzaamheid. Een voorbeeld hiervan: laten we, hier-en-nu, Rennyo’s kami (waar de meesten onder ons toch geen zaaks mee hebben… ) opvatten in de zin van ‘andere levensbeschouwingen’ (Christendom, Jodendom, Islam, zelfs andere boeddhistische stromingen…). Laten we het ouderwetse feodale denken omwisselen voor de democratisch besliste wetten, zelfs wanneer wij - een kleine minoriteit van de bevolking – het er niet altijd mee eens zijn…

Namu Amida Butsu.

(slot)

Shitoku

Ekō 78
Rennyo Shonins Twee Waarheden

jikōji - 慈光寺

© 2007

info-at-jikoji.com
          home