Gedachten Over Een Natuurwetenschappelijk Wereldbeeld Met Amida

Shaku Shokai

Het wordt voor boeddhisten weinig zinvol geacht om te veel gedachten te wijden aan het ontstaan of eventueel vergaan van onze wereld, omdat het begrijpen van de wereld waarin wij leven belangrijker is.

Alvast is een natuurwetenschappelijk wereldbeeld gebonden aan de beperkingen der observaties en metingen op natuurwetenschappelijke basis en vervolgens wordt het filosoferen belemmerd door de beperkingen die aan het gebruik van woorden eigen zijn. Voor een boeddhist is het heden, gebaseerd op de Vier Edele Waarheden van het Lijden, gevolgd door de praktijk van het Heilige Achtvoudige Pad, het meest belangrijk.

Desondanks kan men niet nalaten om af en toe toch te willen peinzen over een natuurwetenschappelijk wereldbeeld met zinvolle verklaringen, waarbij de recente ontdekkingen op astrofysisch gebied vaak de stoot daartoe geven. Om maar de geboekte vooruitgang op moleculair gebied niet te vergeten! Stilletjes en met een ietwat schuldig gevoel heb ik vaak over dit fascinerende onderwerp mijn gedachten laten gaan, vooral gedreven door mijn natuurwetenschappelijke scholing en mijn speciale belangstelling hiervoor.

Kennisname van meerdere zienswijzen der verschillende boeddhistische scholen, vooral die van het Theravada-boeddhisme, het Zenboeddhisme en de Tibetaanse boeddhistische richtingen in verband met dit onderwerp, spoort mij aan om een synthese proberen te vinden tussen de natuurwetenschappen en het boeddhisme. Tenslotte heeft het Amida-boeddhisme mij de mogelijkheid verschaft om meer licht (Licht!) op het probleem te werpen.

Beginnen we met de wereld van het superkleine te bekijken en blijven we gehoorzaam binnen de limiet van het natuurwetenschappelijk denken, dan bevinden we ons hier in een subatomaire wereld, namelijk een wereld waarbij zelfs het atoom in zijn onderdelen is gesplitst. Men spreekt van quarken, neutronen, positronen, elektronen, mesonen enz. waar de leek geen weet van heeft. Het enige wat ik door heb, is dat zulk een subatomaire wereld praktisch niet voor te stellen is. Alles is in beweging, men trekt elkaar aan, men stoot elkaar af, men neutraliseert elkaar, en daarmee uit. Het is een dynamisch wereldbeeld zonder vorm, maar toch nog een deel van onze conventionele waarheidswereld der illusies. De Absolute Waarheids-wereld ‘beyond’ is totaal niet meer voor te stellen. Er blijft niets dan namen als Nirvana of Tao over. Ik stel mij voor dat buiten de grenzen van het natuurwetenschappelijk denken het domein der religiën begint.

Ik heb het gevoel dat het universum de neiging heeft om vanuit het deeltjes-idee over te willen gaan naar de vorming van entiteiten vanaf een atoom tot een galaxie, bestaande uit miljarden sterren in het heelal!

Zijn we gewend geraakt aan onze subatomaire wereld van het kleine, dan is de volgende stap de stap naar de wereld der atomen, die als een soort entiteiten kunnen worden beschouwd. De ca 100 elementen van het periodiek systeem van Mendeleyev zijn de entiteiten, uit bepaalde subatomaire deeltjes opgebouwd, die iedereen zo een beetje begint te kennen. Men spreekt van een waterstof-, een koolstof-, een helium- of een ander soort atoom, met letter aangeduid zoals respectievelijk H, C en He. Hiermede treedt een illusoir individu op, die pas betekenis voor ons krijgt indien deze atomen geordende grotere entiteiten vormen, ‘moleculen’ genoemd. Maar zover zijn we nog niet! De atomaire wereld ligt meer in het gebied van de natuurkundigen, die liever praten over massa, energie. Vooral de energieën zijn interessant. Men onderscheidt reeds een aantal energieën van grote betekenis, zoals bv. de zonne-energie, maar als krachten gezien, begint de zaak minder duidelijk te worden alhoewel wij allen wel niet onbekend zijn met de zwaartekracht, de stoomkracht, de elektromagnetische kracht e.d. De oude Chinezen, buiten het wetenschappelijke om, voerden de Ch’i in en brachten velen, die er te weinig van afweten, totaal in de war. Men denkt bijvoorbeeld vaak dat de Ch’i een soort stromende energie is, maar de oude Chinezen hadden wat anders bedoeld, namelijk een kracht die ontstaat en verdwijnt bij de gratie van, als we het bv. over ons lichaam hebben, de dynamische structuur en functie der lichaamsbestanddelen. De lering hierbij is, zoals eerder gezegd, dat woorden vaak tekort schieten om iets ontastbaars uit te leggen.

Men voelt zich meer op vaste bodem in de wereld der chemici. De bollebozen onder deze scheikundigen spelen met atomen, die ze steeds als moleculen trachten te zien of te rangschikken en hiermede zijn wij nu beland in de kleine wereld der verschijningsvormen. In verband met het begrip ‘leven’ zijn de biochemici dichter bij de haard en met mogelijkheden tot samenwerking met de heren natuurkundigen zijn de moleculaire biologen zowel biologisch als chemisch actief bezig. De genentechnologie opent nieuwe paden die voordien ongekend zijn en de biologen zijn er als de kippen bij om hier hun stem te laten horen, met achter hen allen die zich verantwoordelijk voelen voor het lot van de wereld en zijn bevolking. Zodra moleculen in beeld zijn, verschijnen ook de levensvormen zoals bv. plant, dier en mens, om maar van de ‘dode’ wereld te zwijgen.

Ondanks alle mogelijke diversificaties, die gedurende miljoenen, ja zelfs miljarden jaren ontstaan en vergaan bij de levende wezens waar te nemen zijn, is er van een eenheid sprake. Overblijfselen van uitgestorven planten en dieren geven het verloop van de evolutie der levende wezens aan, waarbij de mens als één der laatste evolutionaire jongtrappen te beschouwen is met zijn geschatte leeftijd van slechts 6 à 7 miljoenen jaren, terwijl er sprake is dat het leven op aarde ca. 5 miljard jaren geleden begon, nadat iets er voor, en wel 15 miljard jaren geleden, een zg. ‘big-bang’-knal het universum deed ontstaan. Ik heb helaas geen idee of met het universum slechts het door de astrofysici meetbare wordt bedoeld, of dat het - wat minder plausibel is - de totaliteit van al het bestaande uitmaakt. Ik heb namelijk zo een idee dat genoemde ‘big-bang’-knal of kosmische explosie slechts één uit onnoembaar vele moet zijn!

Nu zijn we met onze gedachten over een natuurwetenschappelijk wereldbeeld bij de kosmos of het universum beland. De natuurwetenschappen beheersen het terrein van waarneming en meting, waarbij tot dusverre de grens van het bereikbare nog niet is te overzien. Toch mag nu reeds gezegd worden dat er buiten het mogelijk waarneembare en meetbare ook zaken moeten bestaan die buiten ons gezichtsveld zijn. Die niet gelimiteerd zijn tot onze vier dimensies van ruimte en tijd alleen. De religieuzen denken daarbij aan God, Brahman, Tao of Nirvana, om met het geven van namen hun onwetendheid te benadrukken. Ook het Reine Land van Amida vormt geen uitzondering. Hier is het gevoel van onmacht, tevens gecombineerd met het gevoel van vertrouwen in Amida, dusdanig dat de naam benadrukt wordt om ons er telkens aan te herinneren hoe ver wij staan t.a.v. het Onnoembare. Onwillekeurig denken religieuzen, dus ook de boeddhist van welke sekte of school ook, aan het Onnoembare als aan een Oerbron of een Oerkracht, waar alle bestaande mede verbonden is en op de duur weer naartoe terugkeert. Bij de boeddhisten spreekt men van Verlichting, Verlossing van het Lijden, het Nirvana ingaan, Boeddha worden e.d.m. Men spreekt ook over de Boeddha-natuur in ons als deel van genoemde Oerbron of Oerkracht, die onder meer terug te vinden is in het Onmetelijke Licht van Amida, vol Wijsheid en Mededogen.

Verdergaande met onze overpeinzingen, durf ik de gedachtesprong maken met de veronderstelling dat alle leven op aarde, de mens inbegrepen, een voortvloeisel is van een bundeling van kosmische krachten, die ons via het zonnelicht bereikt en voedt.

Het idee van wedergeboorte kan als een verruiming van de in de natuurwetenschappen geldende wet van oorzaak en gevolg worden gezien, waarbij de karmische processen, op actie berustend, hun beloop moeten hebben. Pas na een trapsgewijze onthechtingproces gedurende vele wedergeboorten te hebben ondergaan, komt na dit proces, dat ook wel als een soort zuivering wordt bekeken, de Verlichting nabij. Is de onthechting compleet, dan is er geen Lijden meer en dan is het Nirvana-stadium bereikt. Een wedergeboorte is dan niet meer nodig. Buddha Gautama Shakyamuni, de historische Boeddha, is er de getuigenis van. In principe staat dit alles voor iedereen open.

In een alomvattend wereldbeeld, waarbij een synthese tussen de natuurwetenschappen en het boeddhisme tot de mogelijkheden behoort, is er zeker plaats voor Amida. Men kan zelfs zeggen dat Amida Buddha verhelderend werkt en de ‘Gemakkelijke Weg’ aanwijst. Alle levende wezens nemen deel aan genoemd proces der wedergeboorten, waarbij tijd en ruimte onbelangrijk zijn en waarbij eventueel ook andere dimensies, die in de natuurwetenschappen mede een rol spelen, kunnen worden betrokken. Ieder wezen is belast met het karma van vorige bestaansvormen en is verantwoordelijk voor het volgende karmische bestaan. De allerbesten onder de mensen, zoals aanstaande Boeddha’s, Arahants, heiligen e.d.m. zijn in staat om met de Eigen-Kracht dit evolutionaire proces te helpen bevorderen, maar de meerderheid der levende wezens, de onzichtbare zowel als de zichtbare (bijvoorbeeld de gewone mens of het dier) zullen er vele wedergeboorten voor nodig hebben of zelfs er nooit in slagen. In dit geval, zij het hypothetisch, zou de Ander-Kracht van Amida een uitkomst zijn. Deze potentiële Kracht kan natuurwetenschappelijk gesproken conform de natuurkrachten in de kosmos zijn en, zoals we bij de zon gezien hebben, tot genoegen zijn heilzaam werk verrichten. Dat het miljoenen jaren heeft geduurd, zelfs miljarden jaren, is niet bijzonder belangrijk, omdat de natuur veel geduld heeft en in ruimte en tijd geen beperkingen kent.

Waarom ik dergelijke gedachten koester? Dat komt omdat ik in de synthese tussen natuurwetenschappen en het boeddhisme een mogelijkheid voor de toekomst zie om de levensvisie van de mens te verruimen en om er gebruik van te maken gedurende iemands bestaan.

In mijn eigen bestaan heb ik de missing link in de Wijsheid en Mededogen van Amida gevonden, alhoewel minder ingrijpend dan wat Shinran Shonin na twintig jaar mediteren persoonlijk had ondervonden en tot de slotsom kwam dat de synthese tussen Nembutsu en Shinjin het beste was.

Het doet mij zeer veel genoegen te ontdekken dat ik met mijn overpeinzingen over een mogelijke band tussen boeddhisme in het algemeen en Jodo-Shinshu in het bijzonder met de zgn. nieuwe fysica niet alleen sta. Eerder had een Shinboeddhiste, Ruth Tabrah uit de V.S., min of meer hetzelfde onderwerp aangeroerd in haar artikel “Dewdrop on Grassblade: Shin Buddhism and the New Physics” (gepubliceerd in de ‘Joumal of Pure Land Buddhism’ No. 2, december 1985). Ze werd geïnspireerd om dat artikel te schrijven door haar verbazing omtrent de laatste ontwikkelingen in verband met de atoomfysica en de kwantummechanica, zoals uiteengezet door zulke eminente geleerden als Oppenheimer, Schrödinger, Bohr of Bohm. Ruth Tabrah vindt - en ik ben er roerend mee eens - dat de theorieën van deze geleerden deuren zouden kunnen openen voor het interpreteren van wat Amida’s Grote Gelofte eigenlijk zou kunnen betekenen. Shinrans ideeën die verder gingen dan die van zijn leermeester Honen, staan open voor de moderne mens. Het begrip Sūnyatā (Leegheid) van Nagarjuna’s filosofie past goed bij een wereldbeeld volgens de relativiteitsleer. De Gelofte van Amida, uitgedrukt in de Ander-Kracht, geeft de dynamiek weer van wat Bohm ‘holomovement’ noemt, welke het geheel van het Universum karakteriseert.

Ekō 80

jikōji - 慈光寺

© 2007

info-at-jikoji.com
          home