Zeg Het Met Bloemen… Ook Bij Amida

Shaku Shokai

Boeddhisten bezitten de goede gewoonte om op het altaar van de Boeddha bloemen aan te bieden. Het schenken van bloemen dat als dāna wordt beschouwd, houdt wél iets weemoedigs in, omdat het begrip ‘lijden’ samengaat met die handeling. Immers, zoiets schoons als een bloem is vergankelijk en zal op de duur verwelken.

Reeds als bloemknop heeft de bloem het zwaar te verduren.

Ze kan door vorst of door ziekten en plagen tijdig ten onder gaan, waardoor het tot bloei komen van een bloem een wonder mag heten. Vandaar dat een bloem zo een mooi geschenk is.

Reeds heel vroeg waren bloemen in aanzien bij boeddhisten, en vooral betrof het de lotusbloem, die schoonheid aan zuiverheid paart en terecht bij de Boeddha en in het bijzonder bij Amida Boeddha behoort.

Ook andere bloemen werden erbij betrokken en de symboliek van de plant als geheel: het zaad symboliseert het verleden, de bloem het heden en het jonge blad plus de bloemknop de toekomst. In India en China begonnen en later in Japan verfijnd, heeft het aanbieden van bloemen op het boeddhistische altaar door monniken ingang gevonden. Uiteraard begon het met de lotus.

Een bepaalde manier van bloemenrangschikking, bekend onder de naam Ikebana (‘Levende plant in water’) in Japan, werd in de zesde eeuw vanuit China naar Japan overgebracht om zijn bekroning in de oudste Ikebanaschool, de Ike-no-Bo-school te vinden. Deze Ikebanaschool werd door de monnik Imoko (Senmo) van de Kannon-tempel in Kyoto gesticht. Later waren het vooral de Zenboeddhisten die uitblonken in deze tak van kunst met levend materiaal.

Onder de ‘boeddhistische’ bloemen blijft de lotus nog altijd de meest symbolische bloem onder de bloemen. De prachtige van een ingetogen roze kleur voorziene lotusbloem steekt haar kop uit het donkere water op en ondanks alle onreinheid rondom, blijft ze even zuiver als tevoren. De lotus is het symbool van het menselijke streven naar hogere geestelijke idealen ondanks alle mogelijke smetten rondom.

Ook het Jodo-Shinshu Handbook for Laymen heeft aandacht gewijd aan de goede gewoonte om bloemen aan te bieden of deze rond te strooien teneinde het altaar te verfraaien, zoals traditiegetrouw in India van oudsher wordt gedaan. De bloem symboliseert in dit geval ksanti (geduld, verdraagzaamheid) en wordt als een symbool voor harmonie en eenheid gezien.

Men heeft zich wel eens afgevraagd of het wel gewenst is om bloemen, als afgesneden delen van levende planten, als zodanig aan de Boeddha aan te bieden. Inderdaad staat men hier voor één der vele problemen van het bestaan van de mens. Het mededogengevoel druist immers in dit geval in tegen wat de planten wordt aangedaan. Vanzelfsprekend dienen wij in principe het leven, ook dat van planten, te eerbiedigen. Echter beseffen wij het dat het in ons bestaan onmogelijk zal zijn zich er altijd aan te houden… Het blijft een eeuwige contradictie dat wij, mensen, voor ons bestaan van dieren en planten afhankelijk zijn.

Dat wij een open oog voor dit dilemma hebben, geeft blijk van onze nederigheid en brengt het juiste inzicht omtrent de ware toedracht van het leven dichterbij. Gautama Boeddha heeft de Middenweg aanbevolen, gebaseerd op zijn door schade en schande verworven ervaringen alvorens de Verlichting te ervaren. Wij, gewone mensen, kunnen Hem wel volgen, maar nog lang niet benaderen. Met Zijn Middenweg vermijden wij bij onze daden alles wat extreem is, omdat wij weten, zoals Boeddha Gautama aangetoond heeft, dat hierdoor de Verlichting nog verder van ons zal staan.

Het Onmetelijke Licht van Amida met de ‘Ander-Kracht’ van elders buiten ons, zal ons bijstaan. Hij zal er begrip voor hebben dat wij een lotus of een andere bloem vanwege de symboliek die erachter zit, blijven aanbieden op Zijn altaar:

Zeg het met bloemen bij Amida!

Namu Amida Butsu.

Ekō 81

jikōji - 慈光寺

© 2007

info-at-jikoji.com
          home