Euroboeddhisme? (2)

Sh. Myōkai R. Franck

(In het eerste deel, in ‘Eko’ nr. 83, werd aandacht besteed aan de culturele en religieuze achtergronden in Europa, en aan de belangstelling van de Europeaan voor het Boeddhisme. Vooraleer de krachtlijnen en breekpunten van de introductie van de Boeddha-Dharma in Europa te bespreken, begint dit tweede deel met enkele cijfers over het Boeddhisme wereldwijd.- Red.)

Wat het aantal Boeddhisten wereldwijd betreft, kunnen we slechts van ramingen spreken. (..)

In Azië zouden ca 750 000 000 boeddhisten zijn. Voor China zijn geen recente cijfers beschikbaar. De verhouding Boeddhisme / Confucianisme is moeilijk na te gaan, aangezien een Chinees gelijktijdig het Confucianisme, Taoïsme en Boeddhisme kan aankleven.

Tellingen voor Japan, zelfs voor statistisch goed ondergebrachte gebieden, geven geen precies beeld. De meeste Japanners zijn aangesloten bij een boeddhistische school maar zijn ook Shintoïst, zodat cijfers van lidmaatschap elkaar aanzienlijk overlappen. Deze cijfers geven wel het formele lidmaatschap weer maar niet de werkelijke innerlijke deelname aan de religie. (Japan telt, naar schatting, ook ca 1 miljoen christenen).

Australië, het kleinste continent met ca 15 miljoen inwoners maar met een aanzienlijk aantal actieve en ingeschreven volgelingen. Volgens een in 1996 gehouden census zou 1,2 % van de bevolking zich tot het Boeddhisme bekennen. Ook hier is het Boeddhisme de snelst groeiende religie.

Wat Europa betreft, spreken waarnemers en media van 3 miljoen boeddhisten. (Voor meer gegevens, cfr. deel l).

Noord- en Zuid Amerika (samen ca. 2 300 000 boeddhisten): de historische aanwezigheid (sinds de 19e eeuw en vroeger) van een aanzienlijk aantal Japanse families – vooral in de Westelijke staten zoals Californië – heeft ongetwijfeld tot de vestiging van het Boeddhisme bijgedragen. De belangstelling voor het Boeddhisme werd verder gestimuleerd in de jaren ’50 en ’60 (in de nasleep van de Vietnam-oorlog) met de immigratie van een groot aantal Aziaten en de belangstellingssfeer van de beat-generatie (beatniks en hippies), waarvan velen naar Indië, Nepal en Tibet trokken. De belangrijkste scholen zijn hier Ch’an, d.i. Zen (opgericht onder de impuls van vooral Japanse Zen-exponenten zoals Daisetz Teitaro Suzuki en Rōshi Shunryu Suzuki – geen familie) en het Tibetaans Boeddhisme.

Afrika zou volgens waarnemers en berichten van verschillende scholen een toenemende belangstelling vertonen voor het Boeddhisme (500 000?), en verschillende goed uitgebouwde vestigingen hebben, vaak geleid door tempelpriesters van ‘eigen bodem’, meestal in die landen die lange tijd westerse (Britse, Portugese) invloeden gekend hebben. Dit is bvb. het geval in Zuid- en Zuid-Oost Afrika.1

De introductie van de Boeddha-Dharma in Europa-Krachtlijnen..en breekpunten.

Zonder twijfel zal de vestiging in het westen van het Boeddhisme de Leer van Boeddha Sakyamuni een nieuwe transformatie doen ondergaan, mogelijk in de vorm van een Nava-yana (Sanskriet, een 'nieuw voertuig'), dat zich spontaan, op dezelfde natuurlijke wijze ontwikkelt - zoals de andere voertuigen meer dan twintig eeuwen geleden groeiden uit de oorspronkelijke wortels van het Boeddhisme – maar gegoten in een nieuwe vorm.

Meer dan waarschijnlijk zal het westen tot eigen vormen en formuleringen van de Leer komen, aangepast aan de spirituele erfenis en kenmerken van het westen en de behoeften van de westerse mens. Niettemin kunnen we hier en nu toch de vraag stellen: is het Boeddhisme van dien aard dat het in het westen met succes overgeplant kan worden? Hierbij dienen we er aan te herinneren dat het Boeddhisme er in eerste instantie níet is om een godsdienst te 'vervangen', zoals ook de Dalai Lama tijdens zijn talrijke interviews erop wijst.

‘Globalisering’ of assimilatie van het Boeddhisme?

Het komt me voor dat een al te drastische mondiale eenwording (de zg. Globalization, 'globalisering'), het gelijkvormig maken van interpretatie, beleving en verwezenlijking van de Leer in de praktijk moeilijk, niet haalbaar, niet wenselijk is en zelfs tot vervlakking van de Leer kan leiden.

Het Boeddhisme zal meer kansen hebben om zich zonder persoonlijke óf sociale conflicten in de Europese culturele context te integreren als het qua vorm en waar historisch-cultureel verantwoord, gekleurd wordt door, en zich aanpast aan onze nationale, etnische identiteit, aan ons tijdsperspectief ('onze tijd'), onze westerse levenswijze en eigen taalgebruik.

Wanneer we terugblikken op de historische feiten m.b.t. de verspreiding van het Boeddhisme over het Aziatische continent valt het op dat het geen uitputtende strijd te leveren had om zich te vestigen. De redenen hiervoor zijn o.a.:

* het revolutionaire maar niet-agressieve, soepele, tijdloze karakter van de Leer die zich aanpast aan omstandigheden, culturen, beschavingen, in zekere mate zelfs aan plaatselijke religieuze en sociale tradities (wat de aanvankelijke geringe tegenstand van de brahmanen verklaart), en

* de allesoverheersende hoopgevende boodschap van de heilsleer die in ieders bereik kwam te liggen en die contrasteerde met de defaitistische, onbevredigende, egocentrische leringen uit de Veda's en het spookbeeld van onafwendbare eeuwendurende reïncarnaties.2

Een vernieuwde, aangepaste vorm van Boeddhisme hoeft dan ook niet per se de label van 'Europees Boeddhisme' te krijgen. Alleen de praktische voordelen (gebruik- en assimileerbaarheid naar de mensen toe), is belangrijk. In beperkte mate wordt deze assimilatie al in onze Antwerpse gemeenschap (sangha) toegepast, o.a. in de vormgeving van de liturgie en het ‘voorgaan’ door leken in de erediensten.

De introductie van de Leer in Europa hangt af van twee parameters:

* de mogelijkheid voor Europeanen de Leer te begrijpen en

* de wijze waarop de Leer wordt voorgesteld,

en van twee cruciale krachtlijnen:

* de taal, en

* een helder, doctrinaal correcte uiteenzetting.

Twee Standpunten

In de hiernavolgende (ingekorte en bewerkte) bijdrage van A. Jedrzejewska wordt ruime aandacht geschonken aan de introductie van het (Shin)-Boeddhisme in Europa.

‘De Boeddha-Dharma en de Nembutsu: bevrijdende alternatieven voor de Europeaan.

Voor de Europeaan is de essentie van de Leer van de Boeddha (Sk Buddha-Dharma) doorslaggevend. Zo brengt het vervangen van de Godsidee - en het uitzicht te moeten berusten in de onvoorspelbaarheid van een God - door de wetmatigheid van het karma voor de menselijke psyche een groot gevoel van bevrijding en een besef van zelf-verantwoordelijkheid bij. Het ontbreken van enige nadruk op ‘persoonlijkheid’ in het Boeddhaschap biedt hem de visie dat zo een 'geestelijke voorstelling' als 'Boeddha' alles en iedereen kan omvatten, want los van elke discriminatie. Het Boeddhaschap is niet betrokken bij de oorzaak van ons lijden want wíj zijn aansprakelijk. Het is immers moeilijk een absoluut vertrouwen te hebben in een God die ons door het veroorzaken of mogelijk maken van lijden iets wil bijbrengen.

Het Boeddhisme gaat over niet-ego (an-atman) en een niet-discriminerende relativering. Het Boeddhisme is er niet om geloofd te worden maar om ervaren te worden. Het opent een perspectief op de tien kosmische richtingen en behandelt op gelijke wijze alle vormen van leven, in plaats van te focaliseren op een preferente relatie God/mens. Bovendien introduceert het bijzondere spirituele praktijken die, zelfs op kortere tijd, een gunstig effect op ons gemoed hebben. De kracht van mantra's en meditatie was voor de Europeanen een gewaardeerde 'ontdekking'.

Eenheid en onenigheid in de (Europese) boeddhistische sangha

Bij het introduceren van de Jodo – Shinshu bij beginners zouden we in hoofdzaak Shinrans religieuze ervaring en de unieke waarde van Namu Amida Butsu moeten uitleggen, met voortdurende en positieve verwijzing naar de andere boeddhistische tradities… maar nooit in cassante tegenstellingen! (…)

Het is, in de praktijk, in Europa zichtbaar waarom Sakyamuni Boeddha het onenigheid zaaien in de gemeenschap (Sk samgha-bheda) rekende tot een van de vijf grote overtredingen. Want zeker in het prille begin hebben alle boeddhisten in Europa elkaar broodnodig en zouden ze elkaar moeten steunen. Feit is dat de Jodo - Shinshu allicht de moeilijkste intellectueel te vatten boeddhistische lering is, ook voor lui die in een boeddhistisch milieu geboren zijn. Shinran en Honen werden niet goed begrepen door de Hiei-zen-priesters en zelfs Shinrans zoon begreep zijn vader niet’.

Het belang van een zuivere uiteenzetting van de Leer… en taal

Het gebruik van ingeburgerde christelijke terminologie (begrippen zoals ‘geloof’, ‘ziel’, ‘zonde’, enz.) is voor de uiteenzetting van de Leer niet bevorderlijk. Ofschoon alles in het Nederlands kan gezegd worden, kan niet alles in het Nederlands benoemd worden tenzij er werk gemaakt wordt van een eigen boeddhistische terminologie, die we consequent gebruiken in gesprekken en publicaties.

Als we goede, verstaanbare (d.i. ‘goed te begrijpen’) Nederlandse begrippen gebruiken wordt de Leer ook toegankelijker. De boodschap van elke religie wordt immers door woorden overgedragen. Dat is ook zo met het Shin - Boeddhisme. Woorden zijn dus belangrijk. Een verkeerd woord of niet-boeddhistisch begrip kan deze boodschap verkeerd doen overkomen en verwarring, misverstanden veroorzaken.

In deze context kunnen we - terloops - verwijzen naar een ooit verschenen artikel van Ruth Tabrah (Rethinking Buddhist English) over het gevaar van corruptie van Shinrans leer door het gebruik van niet-boeddhistische terminologie, een praktijk die vooral in de Amerikaanse vestigingen schering en inslag is. Zij verzet zich met klem - en terecht - tegen het gebruik van christelijke begrippen zoals sin, salvation, faith, holy, Saint Shinran (!), Lord Buddha (!!), patriarch enz. en wijst er op dat dergelijke termen op den duur het spirituele erfgoed van Shinran dreigen aan te tasten.

Ook in Japan bestaat het gevaar dat christelijke begrippen via Engelse vertalingen ongemerkt de vertaaldiensten van de Hongwanji binnensluipen, waardoor ze ‘bestaansrecht’ dreigen te krijgen.

Dit gevaar is ook voor ons Nederlands taalgebied reëel en een reden om alle christelijk geladen termen uit ons taalgebruik te weren… uit eerbied voor onze christelijke vrienden maar ook uit respect voor de Leer (Dharma) van Boeddha Sakyamuni en de talrijke Meesters die de Leer overgedragen hebben. Ook wat het taalgebruik betreft, heeft onze Antwerpse gemeenschap al goede initiatieven genomen, o.a. door een lijst aan te leggen van eenvormige Nederlandse boeddhistische begrippen. Grote aandacht werd vooral besteed aan de Sanskriet en Japanse ‘technische begrippen’.

Jodo-Shinshu: 'een meest geschikte spiritualiteit'

‘De spirituele achtergrond van de Jodo – Shinshu is één van de rijkste en meest sublieme realisaties van het religieus denken. Shinrans visie op het Reine Land-Boeddhisme is tegelij­kertijd heel eenvoudig in zijn emotionele of esthetische aspect maar uiterst subtiel, gesublimeerd, op het raakvlak van de hogere sferen van de mystiek in zijn intellectuele, wijsgerige perspectieven.

Maar juist door zijn complexiteit is de benadering ervan niet makkelijk. Die benadering is overigens spiritueel niet noodzakelijk: het is een soort intellectuele luxe die genoegdoening verschaft. Maar juist hierin schuilt dan weer een gevaar. Van de hoogst verheven bespiegelingen moet men terugkeren tot een uiterste vereenvoudiging. De geest die trots is op zijn prestaties doet dat ongaarne: hij wil niet gelijkgesteld worden met de eenvoudige mentaliteit van de analfabeet voor wie Amida de vader/moeder (Jap. oyasama) is en die on-middel-baar zichzelf openstelt aan de werking van de Geloftekracht. De denkmeesters hebben dan ook gewaarschuwd voor het gevaar van over-intellectualisering. De Nembutsu opent een heilsweg die toegankelijk is voor een grotere menigte gelovigen en maakt de Leer los van het elitaire.

Algemeen wordt daarom aanvaard dat de Jodo – Shinshu van alle boeddhistische stromingen zowel binnen als buiten Japan, allicht het best de confrontatie met de moderne westerse wereld aankan. Het afwijzen van monastische regels en voorschriften op diëtisch en vestimentair gebied is hier zeker niet vreemd aan. Doorslaggevender is m.i. toch de openheid die Shinran zelf betuigde t.o.v. de menselijke conditie bvb. in verband met seksualiteit, sociale werkzaamheid en religieuze betrokkenheid.' (Shitoku in Jikoji - Cahier nr. 5)

(Einde)

1 Zo is bvb. in Kenia sinds enkele jaren een goed uitgebouwde Shin-gemeenschap gevestigd – geleid door een Keniaanse tempelpriesteres - die nauw contact onderhoudt met de Shin-vestiging in Brazilië.

2 Niet te verwarren met ‘wedergeboorte’.

Ekō 84

Euroboeddhisme?

jikōji - 慈光寺

© 2003

info-at-jikoji.com

          home