Het begrip Tamashii in het Boeddhisme: Wie is het ‘Zelf’? (1)

Deel 1: ‘Geboorte van Niet – Geboorte’ bij T’an-luan

Vertaling en bewerking van een artikel in ‘Pacific World’ (Fall 1999), van de hand van Akira Ōmine, Ryūkoku University, Tokyo.

De mensheid wordt geconfronteerd met vragen zoals ‘van waar komen wij’ en ‘waar gaan wij naar toe als wij sterven?’… In het stellen en beantwoorden van deze vragen vertoonde zich vanaf de vijfde eeuw v.C. (wat K. Jaspers het Axiale Tijdperk noemde) een mindere of grotere mate van zelfbewustzijn; het bestaan van een onsterfelijke ziel werd eeuwen lang als de norm gezien.  Het is pas met Fichte en Hegel, in het Duitse Idealisme na Kant, dat het ‘probleem’ als ‘subjekt’, als ‘geest’ werd behandeld, in plaats van als ‘substantie’.   Anders dan in de metafysische speculatie van Hegel, spitsten Kierkegaard en de existentialisten het probleem uitsluitend toe op de transcendentie in de menselijke existentie.

In het Mahayana – denken heeft ‘transcendentie’ meer dan wat ook te maken met het thema van ‘geboorte in het Reine Land’, zoals dit behandeld wordt in de leer van het Reine Land.  Men zou kunnen zeggen dat ‘Geboorte in het Reine Land’ een boeddhistisch symbool is voor transcendentie.

Om een dieper inzicht te krijgen in de betekenis van ‘geboorte in het Reine Land’, om te begrijpen wat het betekent dat de wezens zonder eigenheid zijn (pudgala-śūnyatā) en dat de bestaanskenmerken ook zonder eigenheid zijn (dharma-śūnyatā)  kunnen  wij ons wenden tot Vasubandhu en zijn commentator in China, T’an – luan (476 - 542).


Bodhisattva Vasubandhu verklaarde in zijn Ching-t’u-wang-sheng-lun-chu (kortweg Lun Chu):

‘O verhevene, in eensgerichtheid van gemoed neem ik mijn toevlucht tot de Tathagatha van Licht, dat ongehinderd uitstraalt in de tien richtingen, en streef ernaar geboren te worden in het Land van Vrede en Zaligheid. [4]

Hoe moeten wij ‘geboorte’ hier opvatten?

T’an-luan, geeft hierop een antwoord.  Vooreerst stelt hij vast, dat alle Mahayana teksten, zoals Vimalakīrti Nirdesa en de commentaren op het Mahāprajñāpāramitā Sutra, leren dat de fundamentele natuur van de existentie van de voelende wezens deze is van ‘niet-geboorte’ (Jap.: mushō) waarin zij noch geboren worden noch sterven.  De fundamentele natuur heeft dus geen substantieel karakter of zelfnatuur (skr.svabhāva).

Aangaande de uitspraak van Vasubandhu dat hij naar Geboorte verlangt, merkt hij twee zaken op:

‘Wanneer gezegd wordt dat de levende wezens, net zoals de ruimte, ongeboren zijn, dan zijn twee opvattingen mogelijk: (1) levende wezens en hun geboorte-en-dood opgevat als werkelijkheid door gewone mensen, zijn uiteindelijk even niet-bestaande als het haar van de schildpad; (2) vermits alle dingen ontstaan uit oorzaken en omstandigheden (in-nen, pratītya-samutpāda), zijn ze zonder ontstaan en en even substantieloos als de ruimte.  De Geboorte waarnaar Vasubandhu Bodhisattva verlangt, moet in die tweede zin opgevat worden.  Doordat geboorte plaats heeft in afhankelijkheid van oorzaken en omstandigheden, wordt ze enkel voorlopig ‘geboorte’ genoemd.  Het is niet gebruikt op de wijze van de gewone mensen, nl. dat er werkelijk levende wezens en werkelijk geboorte-en-dood zou bestaan.’(Op. Cit.) [5]

Maar, als geboorte oorspronkelijk niet – geboorte is, zou Vasubandhu dan niet moeten verlangen naar ‘niet - geboorte’?  In welke zin spreekt Vasubandhu hier dan over ‘geboorte’?

T’an – luan merkt op dat men kan spreken over de geboorte van een persoon vanuit het Sahā-standpunt (vanuit het ‘vervuilde rijk’ - voetnota).  Men kan ook de geboorte van een persoon bekijken vanuit het standpunt van het Reine Land.  Beide standpunten nl.  dat een persoon in het vervuilde rijk dezelfde persoon is als deze uit het Reine land, of dat het een verschillende  persoon is, komen voor wanneer men de twee vormen van geboorte ziet als substantiëel.  Maar zo is het niet in werkelijkheid.  Ze zijn ‘noch dezelfde noch verschillend.’ 

‘Dat wat voorlopig een persoon wordt genoemd in het vervuilde rijk, en dat wat voorlopig een persoon wordt genoemd in het Reine Land zijn noch uitgesproken dezelfde noch verschillend.’ (op. Cit.)

Een belangrijke opmerking bij bovenstaande redeneringen is dat deze werden geuit vanuit een menselijk standpunt.  Maar er is een diepere dimensie van waaruit kan gereageerd worden. Naar aanleiding van de vraag hoe wij kunnen ontsnappen uit de cycli van geboorte en dood, geeft T’an-luan een andersoortig antwoord, een antwoord dat afkomstig is vanuit de bron van de geboorte zélf, nl.: geboorte in het Reine Land is ‘geboorte van de niet – geboorte’ (mushō no shō), die wordt bewerkstelligd door de Voortijdelijke Gelofte van Amida Tathāgata.

‘De Geboorte in het Reine Land is de geboorteloze geboorte die resulteert uit de zuivere Voortijdelijke Gelofte van Amida Tathāgatha en is niet zoals de verkeerde geboorte in de drie werelden.  Hoe kan dit uitgedrukt worden?  Doordat de dharma-natuur rein en uiteindelijk geboorteloos is.  ‘Geboorte’ wordt bijgevolg enkel gebruikt in relatieve zin ten opzichte van de gevoelens van de levende wezens die in het Reine Land zullen geboren worden.’ (Op. Cit.) [6]

De conclusie voor T’an – luan is:

Geboorte in het Reine Land is niet het resultaat van ons verlangen, maar ontstaat in de Voortijdelijke Gelofte;

Geboorte in het Reine land of Geboorte van de niet – geboorte is niet gelijk aan geboorte die voorlopig geboorte wordt genoemd.

Door te gaan door de eigen zelfontkenning als ‘niet -  geboorte’, bevrijdt geboorte zich van ego-denken en wordt het geopenbaard als geboorte die opwelt vanuit de fundamentele activiteit van het bestaan: Amida Tathāgata’s Voortijdelijke Gelofte.  Geboorte van niet-geboorte verwijst naar (de niet)geboorte waaruit geboorte oprijst, en tevens, naar de geboorte die oprijst uit niet-geboorte.  Dit drukt de fundamentele bevestiging uit van geboorte die doorheen de ontkenning is gegaan.  Geboorte in het Reine Land verwijst niet naar een geboorte in een afzonderlijke wereld van rust, waar het samsarisch bestaan werd getranscendeerd.  Hier is in tegendeel sprake van een onbeperkt, actief dynamisme dat werkzaam is in de diepte van samsara zelf, waarbij gezocht wordt tot het uiterste te werken om deze oceaan van geboorte en dood tot stilstand te brengen.

Wij, gewone wezens kunnen de geboorte van niet-geboorte niet bevatten door middel van onze zelf - kracht.  Het Reine Land is niet een plaats waar we kunnen geboren worden, we kunnen ‘er’ niet geboren worden gewoon door te verlangen daar geboren te worden.  We moeten wél onze egocentrische berekeningen, waarbij we greep proberen te krijgen op onze ‘geboorte’ opgeven, en ons toevertrouwen aan de Voortijdelijke gelofte van Tathāgata, die oorspronkelijk verlangt in onze naam, en onze geboorte niet kan tegenhouden.  Wanneer we geboren worden, zullen we ontdekken dat wij reeds midden in dat leven van het Reine Land zijn. 

Wat wordt aldus geboren?  Het zelf dat vertrouwt en steunt op de Voortijdelijke Gelofte van de Tathāgata.

(Vertaling en bewerking M. Strubbe)

[4]   Dit citaat is letterlijk overgenomen uit Shitoku Peel’s ‘Filosofie en Mystiek van de Jodo-Shinshu’ DSW Antwerpen, 1996, p. 69.

[5]   Idem, p.75.

[6]   Idem, p.77.

Ekō 85

Het begrip Tamashii in het Boeddhisme: Wie is het ‘Zelf’?

jikōji - 慈光寺

© 2003

info-at-jikoji.com

          home