Filosofie en Mystiek van de Jōdō-Shinshū (2)

Dit is het tweede deel van een reeks bijdragen, die in hun inhoud gebaseerd zijn op thema’s die in het boek ‘Filosofie en Mystiek van de Jōdo-Shinshū’ door Sh. A Peel worden belicht. [1] Er werd zoveel mogelijk naar gestreefd bij de oorspronkelijke verwoording van de auteur te blijven. Onduidelijkheden zijn in eerste instantie te wijten aan de bewerker.

De filosofie en mystiek van de Jōdo-Shinshū condenseert zich als het ware in de Naam van de Oneindige Verlichting: NAMU AMIDA BUTSU. Deze naam is niet alleen een teken waarmede wij de Boeddha aanwijzen, het is ook de naam waardoor de Boeddha zich aan ons kenbaar maakt. ‘Letterlijk’ vertaald betekent de naam ongeveer: ‘Ik neem mijn toevlucht/ik breng hulde aan Amida.’

Amida

Eén zelfde boeddha wordt in de Sanskriet - literatuur met twee verwante namen aangeduid:

 - Amitabha als een samenvoeging van amita-ābha, onmeetbaar-licht.

 - Amitayus als een samenvoeging van amita-āyus, onmeetbaar-leven.

Deze twee namen voor één boeddha worden verklaard door volgend verband:

-ābha = Licht / Wijsheid / Ruimte

-āyus = Leven / Mededogen / Tijd

Door de Chinese translitteratie en afkorting tot A-mi-t’o [2] worden de twee duale termen samengesmolten tot een niet-dualiteit: de Oneindigheid van Licht/Leven, van Wijsheid/Mededogen, Ruimte/Tijd. Verlichting/Boeddhaschap.

Oneindigheid

De oorspronkelijke teksten gebruiken ‘a-mita’ letterlijk ‘niet-gemeten’, onmeetbaar.

De mens is in staat drie ruimte-dimensies en één tijdsdimensie te ervaren. Wetenschappers en astrofysici daarentegen ‘weten’ dat er

nog meer ruimte-dimensies zijn. St. Hawking ‘kent’ er tien, Hilbert ‘weet’ dat er een oneindig aantal dimensies zijn…

Peel verwijst voor een verder begrip van ‘oneindigheid’ enerzijds naar de algemene relativiteitstheorie van Einstein (voor de kenners!), en anderzijds naar Giryō Yanase,[3] die de vraag stelt of het menselijke wezen wel écht de perceptieve mogelijkheden en emoties heeft om de wereld te begrijpen. Yanase spreekt over het feit dat het menselijk waarnemingsvermogen beperkt blijft tot 3 + α dimensies, waarbij dit α (de tijdsdimensie) echter kleiner is dan een hele dimensie, daar menselijke wezens niet de mogelijkheid hebben om de wereld in de vierde dimensie (of verder) waar te nemen…

Soteriologisch gezien kan een allesomvattend Boeddha-land zoals Amida’s Reine Land voorgesteld worden als een heelal waarin een oneindig aantal dimensies situeerbaar zijn. De menselijke beperking om slechts ‘vier’ (‘3 + α’…) dimensies te ervaren, bakent meteen de stoffelijke wereld van samsara af.

Amida (dus zonder -ābha of -āyus) is de oneindigheid zelf, het Oneindige Boeddhaschap, de Oneindige Boeddha.

Ons ‘beeld’ van Amida is in ons de personalisering, de mythologisering van dit onvatbare, onbegrijpbare begrip - maar tevens is het méér dan dat.

Amida als Oneindigheid van Licht (Wijsheid, Sk. prajñā)

In de beginstrofen van Shoshinge, de hymne die Shinran in zijn werk Kyōgyōshinshō inlast tussen hoofdstuk twee en drie, wordt de nadruk gelegd op het Lichtaspect van Amida, waarvoor de auteur 12 namen vermeldt, ontleend aan het Grote Sutra i,11. Deze namen verwijzen naar eigenschappen van de (verwezenlijkte en nog te verwezenlijken) Verlichting. Het is opmerkelijk dat waar ook T’an-luan de eigenschappen van het licht vermeldt, hij hierbij in zijn woordkeuze niet verwijst naar de lichtbronnen ‘zon’ en ‘maan’ zélf, maar naar de uitstraling doorheen ruimte en tijd.

Dit licht is het eigene van de boeddha’s in hun concentratietoestand, maar het is in Amida (amita-ābha) dat dit Boeddha-Licht zijn ‘oneindigheid’ verwezenlijkt en overtreft.

De term ‘oneindigheid’ houdt geen pantheïstische zijnsleer in, maar slaat op de onophoudelijke (tijd!) en onbelemmerde (ruimte!) werkzaamheid van de Verlichting. R. Kloetzli merkt op dat oneindigheid van ruimte en tijd categorieën zijn van de geest, en dus niet behoren tot de ervaring op zich. De geest kan de werkelijkheid wel analyseren tot het niveau van het oneindig kleine, en ‘samendenken’ tot het niveau van het oneindig grote, maar ‘oneindig klein’ en ‘oneindig groot’ zijn geen werkelijkheden op zich. Ze zeggen alleen iets over de limieten van de menselijke kennismogelijkheden.[4] Daarom dus kunnen wij zeggen dat het licht van Amida ‘onbeschrijfbaar, onvoorstelbaar, ondenkbaar en onverwoordbaar’ is. Verlichting is immers geen statisch begrip maar verwijst naar de natuurlijke dynamiek die beoogt alle wezens vanuit hun lijdensbestaan te voeren naar hun natuurlijke toestand welke de Boeddha-natuur is.

Verlichting is universeel, vult de ruimte, is dus in alle wezens aanwezig, zij het in potentie als bodhi-citta. Dit Boeddha - gemoed is de diepte-impuls ter Verlichting, die zal vervuld worden wanneer de juiste heilzame omstandigheden aanwezig zijn.

Amida als Oneindigheid van Leven (Mededogen - Sk. karunā)

‘Leven’ verwijst hier naar de oneindige tijd.

Boeddhistisch gezien is tijd een louter relatief begrip (relatieve waarheid) binnen de niet - tijdruimtelijkheid (die ‘absolute’ waarheid is)

Oneindigheid van tijd is Onmeetbare Tijdloosheid:

- de oneindige som van alle denkbare tijdfragmenten,

- tevens moet men zich ‘tijd’ niet enkel strikt lineair voorstellen.

Tijd is namelijk niet zomaar een rechte die loopt vanaf een historisch

begin over een onvatbaar heden naar een historisch einde, maar een vlak van tijdloosheid waarop opeenvolgende gebeurtenissen een hun eigen vector vormen. Tijd is tevens een poly - dimensioneel lichaam waarin de mythische feiten en de mystieke belevingen hun plaats (topos) hebben.

Datgene wat tijdloos is, Boeddha Onmeetbaar Leven, manifesteert zich in de tijd, d.w.z. vanaf het moment van Verlichting als de historische Boeddha Gautama.

Het Tijdloze heeft zijn topos in het coördinaatloze universum van Zo-heid (Sk. bhūta-tathatā), de niet-tweeheid waarin geen onderscheid meer bestaat tussen ‘zelf’ en ‘ander’, tussen ‘namu’ en ‘amida butsu’, tussen samsāra en nirvāna. Dit niet-onderscheid is het Grote Mededogen.

Amida als Oneindigheid van Verlichting/Mededogen

Amida in zijn niet-tweeheid, dus zonder -ābha of -āyus, is bijgevolg het Oneindige, elk mogelijk tijd-en-ruimte vullende Boeddhaschap, dat ‘vormloos, kleurloos, ondenkbaar, onvoorstelbaar, onverwoordbaar is.’

Dit Oneindige Boeddhaschap is denkbaar op verschillende niveaus:

Dharmakāya

Amida in zijn Naam NAMU AMIDA BUTSU is dharmakāya, belichaming van de Leer. De Leer (saddharma) is Wijsheid/Mededogen.

Naar T’an-luan kan men in dharmakāya twee onafscheidbare aspecten zien:

- dharmakāya als onveranderlijkheid, het statische van de Wijsheid: dharmakāya-dharmatā, d.i. in zijn wezenheid (J. hossho-hosshin).

- dharmakāya als dynamiek van het Grote Mededogen: dharmakāya-upāya, d.i. als ‘geschikt middel’ (J. hōben-hosshin).

Samboghakāya

De voorstelbaarheid in beelden, prenten, woorden of gedachten van Amitābha/Amitāyus is het aspect van samboghakāya. Deze voorstellingen zijn ‘verheerlijkingslichamen’: de ideële projecties van de volgeling en de werkzaamheid van dharmakāya als Groot-Mededogen overlappen en interpenetreren elkaar hier.

Nirmankāya

Aangezien volgens de sutra’s Amida Butsu en Sakyamuni zich ten opzichte van mekaar verhouden als Verlichter en Verlichte, hebben ze een gemeenschappelijk ‘Verschijningslichaam’: Amida manifesteert zich als Sakyamuni, en Sakyamuni verwoordt Amida. Amida is dus niet enkel denkbaar als dharmakāya en samboghakāya, maar ook als nirmanakāya.

Amida is dus:    
Dharmakāya Namu Amida Butsu Verlichting
Samboghakāya Amida Butsu Verlichter
Nirmanakāya Sakyamuni (= Namu) Verlichte

Dit schema mag zeker niet ontologisch opgevat worden. Amida is geen Zijn, noch een schepper of een rechter. Evenmin gaat het hier om astronomische of kosmologische uiteenzettingen: het Boeddhisme en zeker het Shin-Boeddhisme heeft nooit de bedoeling gehad een wereldbeeld te verklaren. Materiegebonden vraagstelling, vragen die peilen naar ‘oneindig - zijn’ of ‘onbegrensd - zijn’ van het fysisch universum zijn ‘spiritueel irrelevant. Sakyamuni stelde dit duidelijk in het Cula - Mālūnkyāputta - sutta …

Amida mag men dus zeker niet als een persoon of als een godheid zien

En toch wordt Amida, zeker in de devotie, vaak sterk aangevoeld als een ‘persoonlijke’ aanwezigheid. Dit sluit aan bij de Indische opvatting van het Boeddhaschap als ‘moeder - vader’ (Sk. mātā- pitr). Ook de myōkōnin spreken van oyasama (‘vader en/of moeder’).

Men kan ook ‘in iemand Amida zien’, wanneer men volledig vertrouwen heeft in een bepaalde persoon.

Vaak wordt Amida ook ‘vrouwelijk’ gevoeld. Genshin betitelde Amida als ‘Eerbiedwaardige Moeder van Uiterst Grote Liefde’. De filosofische term ‘Tathāgata - garbha’ (‘Baarmoeder van de Tathāgatas’) is hier wellicht niet vreemd aan.

Dergelijk gebruik van ‘Amida’ betekent echter niet dat het hier gaat om een ‘echte’ personalisering, maar om een ervaren van het Boeddhaschap (als Groot Mededogen) op het niveau van samboghakāya: Amida Boeddha als een persoonservaring, een projectie van het menselijke naar het absolute toe. of op het niveau van nirmanakāya: het in elk wezen ervaren van Amida’s aanwezigheid. Samboghakāya vertegenwoordigt een mythologisering en nirmanakāya een personalisering, maar deze voorstellingen zijn slechts middelen om - conceptueel - beter tot de kern van dharmakāya door te dringen én doordrongen te worden van de werkzaamheid van dharmakāya. Shinran die zich bewust was van de risico’s van mythologisering en personalisering, wees zoveel mogelijk deze praktijken af, en aarzelde niet ook Amida te demythologiseren.

Samenvattend kan men stellen dat:

Amida (zoals hij door Shinran gevoeld wordt) de som is van alle heilzame krachten die werkzaam zijn zowel binnen als buiten de tijdruimtelijkheid. Het is de Ander-Kracht (tariki), de Gelofte-Kracht (hongan-riki), de Verdienste-Overdracht in het aspect van Terugkeren (gensō-ekō).

 (Bewerking: M. Strubbe)

[1] Sh. A. Peel: ‘Filosofie en Mystiek van de Jōdo-Shinshū.’ De Simpele Weg - Antwerpen 1997. Ook beschikbaar in de bibliotheek van het Centrum.

[2] Jap.: Amida

[3] G. Yanase ‘O Buddha!’, Nara 1991.

[4] R. Kloetzli, ‘Buddhist Cosmology’ - Delhi 1983 -

Ekō 88
Filosofie en Mystiek van de Jōdō-Shinshū

jikōji - 慈光寺

© 2003

info-at-jikoji.com

          home