Globalisering

Martine Strubbe

Wij kunnen er niet naast lezen: in kranten en tijdschriften verschijnen regelmatig artikels over het ‘beklagenswaardige’ lot van het individu in de ‘global society’, die toenemende wereldwijde onderlinge afhankelijkheid op economisch, socio-cultureel en politiek vlak. Terecht wordt er op gewezen dat instellingen als het Internationaal Monetair Fonds, banken, mediaconcerns en multinationals onze manier van denken bepalen, over ons geld naar goeddunken beschikken, en economische motieven stellen boven het individueel of lokaal belang, boven milieuoverwegingen. Hierbij worden zij geholpen door een ultra - snelle informatietechnologie…

Deze ontwikkelingen doen zich voor, parallel aan een toenemende desinteresse voor religieuze of filosofische denkkaders…

De mens die geen greep meer heeft op de gebeurtenissen, en bovendien elk referentiekader ontbeert, is gedoemd tot nieuwe vormen van lijden, en voelt zijn onvermogen om tot een persoonlijke waardebepaling te komen. Het is bijna een axioma geworden om te zeggen dat ‘waarde’ niet kan bepaald worden door het individu, maar gedetermineerd wordt door socio-economische voorwaarden die gestuurd worden vanuit de huidige materialistische, technologische wereldbeschouwing.

Een Brits socioloog, F. Furedi, heeft het over de ‘toenemende angst’ van de mens. Deze zou zich uiten in een nieuwe ‘hype’: bij de minste ‘tegenslag’ of ergernis gaat men op zoek naar ‘iemand die hiervoor verantwoordelijk is’: de vreemdste schadeclaims worden gedaan aan de reisagent, de piloot, de geneesheer, de postbode, de buurman, de ouders, de minister, de Spoorwegen …Het Balkansyndroom, BSE, Coca Cola, Dioxine, Dutroux waren stuk voor stuk voorwerp van paniekepidemieën. Hoe meer greep op de natuur wij denken te verwerven dankzij de technologie, hoe meer angst er ontstaat om tóch nog te sterven of ongemak te ondervinden door een onvoorzien ‘neveneffect.’ We leven weliswaar altijd maar langer en langer, ondanks milieuvervuiling e.d.m., en toch vergroot onze angst.

Wat belangrijk is in de uitspraken van deze socioloog, is dat er een attitude van angst en onzekerheid aan het licht komt, die fundamenteel geïnspireerd is door onwetendheid. Het lijkt te gaan om een nieuw verschijnsel, geïnduceerd door het feit dat de wereld té snel verandert en onoverzichtelijk wordt, en doordat de ‘grote heilsboodschappen’ uitgediend hebben.

Als boeddhist kan men alleen maar beamen dat angst en onzekerheid de haperende motor is waardoor de mens aangedreven wordt. Toch kan men vragen stellen bij de ‘nieuwheid’ van deze verschijnselen. Waren de mensen vroeger minder angstig omdat ze toen geen schadeclaims indienden? Is de neiging van de mens om een zondebok te zoeken voor alles wat verkeerd loopt niet zo oud als de mensheid?

Men kan natuurlijk opwerpen dat de godsdienst vroeger nog een belangrijke rol speelde in het leven van de mensen, waardoor de angst minder was…Maar was dat werkelijk zo? Gingen mensen vroeger niet gebukt onder de angst voor hel en vagevuur, voor verkettering, voor verbranding, voor excommunicatie? Was er vroeger minder haat, minder begeerte, minder illusie? Waren het niet enkelingen, die leefden vanuit een diep doorleefde religieuze houding, die ontsnapten aan de angst? Was het geloof van velen niet meer gebaseerd op onwetendheid, in plaats van op wijsheid?

De Boeddha bracht zijn leer omdat hij geconfronteerd werd met dit ontzagwekkend fenomeen van het lijden. Zijn zoektocht om dit lijden te begrijpen leidde hem tot het opstellen van zijn Leer: dat er lijden is, de oorzaak van dit lijden, de opheffing van het lijden, en de weg die leidt tot opheffing van het lijden…De analyse van deze problematiek behoudt alle geldigheid tweeduizend vijfhonderd jaar later, ook al zijn sommige uitingsvormen van lijden ‘nieuw’.

Maar fundamenteel is er niets nieuws onder de zon…

De eerder geciteerde socioloog, zegt dat hij onvoorwaardelijk heeft gekozen voor de ‘vooruitgang’ en niet voor conservatisme. voor zijn ‘geloof in leven, vrijheid en genieten zoveel maar kan’.

Boeddhisten ‘geloven’ ook in het leven en in de vrijheid, maar zouden zij gemakkelijk spreken over ‘vooruitgang’? Vooruitgang duidt op verbetering: van materiële omstandigheden in de zin van meer doeltreffendheid. Maar is dit écht vooruitgang? Het is wel degelijk een verandering, maar of het een verbetering is, is niet altijd evident. Ondanks een ‘goede’ geneeskunde blijven nieuwe ziektes de kop opsteken. wij leven twintig jaar langer, maar we gaan wel twintig jaar langer gebukt onder angst en onzekerheid. Tenzij wij onze fundamentele verwarring over de werkelijkheid van de wereld opheffen, kán onze angst niet definitief uitgeroeid worden.

De geneeskunde zal altijd achter de feiten aanhollen. sterven moeten wij nog altijd..

Onvoorwaardelijk kiezen voor vooruitgang, of onvoorwaardelijk kiezen voor conservatisme, is geen boeddhistische houding. De Leer van de Middenweg leert ons om overheen de beperking van de woorden, ons handelen af te stemmen op de omstandigheden waarin wij op het moment van de handeling verkeren. Beslissingen nemen vanuit ofwel een linkse ofwel een rechtse positie, vanuit een basispositie van optimisme of pessimisme, vanuit een waardenkader dat voor ons bepaald heeft wat ‘goed’ en wat ‘slecht’ is, is beslissen vanuit een ‘idealistische’ attitude. Wij weten allemaal welk onheil idealistische opvattingen kunnen veroorzaken…De Middenweg leert ons te leven overheen de polariteiten, de uitersten, en brengt ons tot een realistische visie op de wereld en haar uitdagingen.

Zo kan de ‘Global Society’ zich aan de ‘wandelaar op het pad’ voordoen zonder dwang. Weliswaar worden wij in ons beroepsleven gedwongen tot deelname aan een bepaalde gang van zaken, maar wij kunnen in ons persoonlijk leven, in ons gemoed een andere ‘ambiance’ creëren, waardoor wij zélf tot een waardebepaling kunnen komen. Wij moeten thuis geen televisie of internet hebben, wij kunnen dit allemaal hebben, en zélf beslissen hoe we daar mee omgaan.

Shakyamuni leert ons in het Kālāma Sutta dat wij bij elke nieuwe tendens, theorie, opinie, zélf moeten onderzoeken wat de waarde daarvan kan zijn: zowel voor de wereld als voor onszelf. Als wij voor onszelf kunnen beslissen of wij achter een bepaalde gebeurtenis of fenomeen willen staan, dan blijven we in zekere mate vrij ten opzichte van de wereld. ‘Ervaar bij uzelf en door uzelf’…Maar deze positiebepaling moet telkens opnieuw worden gedaan, niet één keer voor altijd, om dan nooit meer na te denken. Iedere dag, ieder moment wordt van ons waakzaamheid gevraagd om niet meegesleurd te worden door tendensen die wij eigenlijk niet willen.

Zij die de wereld willen omvormen tot hun inzichten, zij die de ‘Global Society’ of ‘De Vegetariërsbond’ aanvallen, moeten beseffen dat ze recht hebben op hun visie, maar dat ze tevens oog moeten hebben voor de rijke diversiteit van de werkelijkheid. Niemand heeft greep op alle factoren die een maatschappij vormen tot wat zij is. Het is noodzakelijk dat er drukkingsgroepen zijn, maar hierbij mag nooit vergeten worden dat het resultaat altijd ‘flou’ zal blijven ten opzichte van het gestelde ideaal.

Werkelijke invloed uitoefenen op de wereld begint op het niveau van de karmische vormingen: door de attitude waaruit de mens leeft stuurt hij zijn handelen en oefent daardoor een onmiskenbare invloed uit. Door het Pad van het Midden te bewandelen kunnen wij onze attitude van welwillendheid en openheid voor de ware noden van de wereld leren scherpstellen. Door inzicht te verwerven in onze eigen complexiteit en (on)mogelijkheden, kunnen wij misschien een gevoel van mededogen ontwikkelen, waardoor wij andersdenkenden ten volle kunnen aanvaarden. De werkzaamheid die uitgaat vanuit een dergelijk bewust handelen zal dit mededogen in de wereld brengen, waardoor deze zich tot meer verscheidenheid, menselijkheid en leefbaarheid zal ontwikkelen;

Ekō 88

jikōji - 慈光寺

© 2003

info-at-jikoji.com

          home