Filosofie En Mystiek Van De Jodō-Shinshū (4)

Het Reine Land

Dit is het vierde deel van een reeks bijdragen, gebaseerd  op thema’s die in het boek ‘Filosofie en Mystiek van de Jodō-Shinshū’ door Sh. A. Peel worden belicht. [1]   Er werd zoveel mogelijk naar gestreefd bij de oorspronkelijke verwoording van de auteur te blijven.  Onduidelijkheden zijn in eerste instantie te wijten aan de bewerker.

Reeds vroeg verschijnt in het boeddhisme, in de Pali en Sanskriet teksten, het begrip ‘boeddhaland’, (P. buddha-khetta/Skr. buddha-ksetra - letterlijk ‘boeddha-veld’).  Hieromtrent bestaan diverse betekenissen; men kan stellen dat er in eerste instantie een ‘veld, land, sfeer’ mee bedoeld wordt, waarin (potentieel) een Boeddha kan verschijnen’.

Het is vooral in de Mahayana-sutra’s dat deze term verder wordt uitgewerkt.  Meestal wordt er mee bedoeld dat een Boeddha-land de vrucht, maar tevens het werkingsbereik is van Groot Mededogen.  Er zijn evenveel Boeddhalanden als Boeddha’s, d.w.z. een oneindigheid.

Een Boeddhaland is niet noodzakelijk ‘rein’.   Het is net de taak van de Bodhisattva’s en Boeddha’s om deze Boeddhalanden te zuiveren, o.a. door gebruik te maken van ‘Geloften’.  In één gedachte-moment kan de bodhisattva alle Boeddha-landen doorlopen, want deze zijn immers interactief en interpenetrant.  Bovendien zijn de Boeddha-landen absoluut leeg.  Deze leegheid van de Boeddhalanden past in de absolute universele Leegheid (Skr. sūnyatā) en in de absolute niet-tweeheid. 

Een Boeddha-land is een veld, zeker in de (moderne) betekenis van een ‘magnetisch veld’, een ‘gravitatieveld’, een ‘wiskundig veld’, nl. het veld van werkzaamheid gecentreerd rondom een Boeddha- of Bodhisattvafiguur die er de bron van de Dharma is.

Trikaya

Men kan de Reine-Landkwestie ook benaderen met de klassieke Trikaya-leer als ‘sleutel’, een ‘geschikt middel’...  Shinran maakt in de Kyōgyōshinshō immers het onderscheid tussen Ware Boeddha en Waar Reine Land en Vervormde Boeddha en Vervormd Reine Land, naar de beschrijving ervan in het Meditatiesutra.

Dharmakaya stemt overeen met het Ware en Werkelijke Reine Land: onvoorstelbaar met onze conceptuele middelen, onbeschrijfbaar, vormloos, kleurloos, ‘noch binnen noch buiten’, want identiek aan de Boeddhanatuur, aan Verlichting, Tathagata, nirvana…

Samboghakāya stemt overeen met het Vervormde Reine Land zoals beschreven wordt in de diverse sutra’s: het ‘Westelijke Paradijs’, dat a.h.w. een dubbele projectie is: enerzijds een ver-beelding (‘icoon’) van Dharmakaya, anderzijds ook het droombeeld van ’s mensen verlangen naar een wereld zonder lijden.  Het is bijgevolg een menggebied van Boeddha’s uitstraling en van religieuze idealisering.

Nirmanakaya stemt overeen met het Reine Land als persoonlijke gemoedservaring. Saiichi Myōkōnin, een onbetwistbare Jodō-Shinshū aanhanger wijst op de onmiddelbare nabijheid van het Reine Land:

Ik bezoek het Reine Land zoveel ik wil:
ik ben er en hop, ik ben weer hier,
dáár en hop, weer hier terug,
dáár en hop, weer hier terug!

Men kan de drie Boeddhalichamen ook zien als tweedimensionale facetten van een n-dimensionale piramide.  Qua volume kunnen we deze piramide zien als metafoor voor het Reine land.  De drie ‘oppervlakken’ kunnen we dan zien als de Trikaya-facetten, de loutere verschijningsvormen (fenomenen) van een intrinsieke eenheid (het volume dus), het noumenale dat de onvoorstelbare Ware Werkelijkheid voorstelt, en waarin de drie lichamen niet enkel aan elkaar gebonden zijn, maar tevens elkaar overstijgen.

Het door de drie facetten omvatte volume wordt dan het werkingsveld van de noodzakelijke, natuurlijke heilsactiviteit die Amida is, wordt tariki, de Anderkracht, de vervulling van het Boeddhaschap zowel in de drie aspecten van de spirituele beleving als in de drie voor Shinran zo belangrijke Geloften:

Dharmakāya Ware Reine Land Tariki-Nembutsu 18de gelofte
Samboghakāya Vervormde Reine Land Jiriki-Nembutsu 20ste gelofte
Nirmanakāya Reine Land als gemoed Zelfkrachtpraktijken 19de gelofte

Soms is de neiging groot geweest een Boeddha-land te beschouwen als een geografische ‘streek’.  Een aandachtige lectuur van de teksten weerlegt deze visie.  Zo zegt b.v. het Grote Sutra dat Amitābha’s Reine Land zich honderdduizenden koti’s van Boeddha-landen in het Westen bevindt.  Maar het begrip ‘Boeddha-land’ is op zich geen afstandsmaat.  Eén gedachtemoment is immers genoeg om  alle Boeddha-landen te doorlopen: Amida is niet ver, het volstaat zijn gedachten op zijn Boeddha-land te richten om het te kunnen beschouwen, zegt het Meditatie-sutra.

Voor de meer dan 200 zgn. Reine-Landsutra’s zijn twee lezingen mogelijk: de volksdevotionele, die een beeldend, positief nirvana stellen tegenover de via negativa van de Hīnayāna-scholen en die de ongeletterde of amper-geletterde bevolkingslagen sterk aangesproken heeft.  Anderzijds is er een metaforische, mystieke benadering mogelijk, die de geletterden en de religieuze ‘zoekers’ bevrediging schenkt.

Het Reine Land van Amitābha/Amitāyus: Sukhāvatī

Het grootste succes is onbetwistbaar behaald door dit Reine Land, Sukhāvatī genaamd.  Het betekent ‘Verblijfplaats van Vreugde’, en vormt aldus de duidelijke tegenhanger van de ‘lijdenswereld’ (Skr. duhkhā, lijden)

Reeds in het vroege boeddhisme zou een typische Amitābha-cultus bestaan hebben (Mathura), maar het is vooral in Centraal Azië en later in China dat ‘A-mi-t’o’ een vooraanstaande plaats heeft ingenomen.

De belangrijkste teksten in de Reine-Landstroming zijn het Groot Sutra (Dai-kyō), het Meditatie-sutra (Kan-gyō) en het Klein Sutra (Amida-kyō).

Shinrans visie op het Reine Land

Conventioneel (ook nog bij Hōnen) werd het Reine Land opgevat als een noodzakelijk tussenstadium tussen de lijdenswereld en het bereik van de verlichting.  Op het moment van de dood wordt men dan ‘onthaald’ door Amida en diens gevolg (‘raigō), en naar het Reine Land gevoerd, waar men dan geboren wordt als lotus.  In functie van het persoonlijk karma zal die lotus na een tijd open bloeien en kan de gelovige direct, van de Boeddha zelf, de Verlossende Leer aanhoren zodat hij onmiddelbaar de Uiteindelijke Volkomen Verlichting verwezenlijkt.  Deze visie benadrukt in feite een dichotomie tussen de lijdenswereld en het Reine Land!   Bevrijding zou maar plaats grijpen bij het einde van de huidige bestaansvorm… en het huidige bestaan zou slechts een voorbereiding zijn tot het hiernamaals… 

Shinran zag dit evenwel anders: zijn visie verschuift in de zin van de totale Ander-Kracht.  Wanneer dit bestaan ophoudt wordt de mens die beschikt over de Juiste oorzaak van Geboorte (shinjin) door Het Oneindige Boeddhaschap opgenomen; zijn onheilzame en/of heilzame karmische bindingen worden door de werkzaamheid van het Boeddhaschap opgelost en zijn ‘bevlekkingen’ worden omgezet in Verlichting.  Het samsarische bereik van Amida’s mededogende werkzaamheid, de Ander-Kracht, is in essentie identiek met het ‘Wijsheidsveld’ dat wij nirvana noemen.  De Geboorte in het Reine Land transcendeert elke dichotomie; zij is de icoon van de niet-dualiteit van samsara en nirvana, de niet dualiteit van blinde driften (bonnō) en verlichting.  De existentie in deze lijdenswereld is in essentie niet verschillend van het Boeddhaschap.  Daarom betekent in zijn ogen de fysische dood in se niet een ‘intrede’ in of een ‘bereiken’ van de Verlichting.  Shinran stelt dat het mogelijk is reeds tijdens dit samsarische bestaan in de werkzaamheidsfeer van Amida’s Ander-Kracht te komen, zodat elke handeling die wij verrichten - ook deze uit onwetendheid - reeds in het tegenwoordige nu  getransformeerd wordt in Amida’s werkzaamheid.  Dat is de verzekering, en de vaste vestiging van de Geboorte, het dezerzijds aspect van de geboorte in het Reine Land.  Het generzijds aspect wordt dan vervuld bij de fysische dood.  Deze transformatie heeft plaats op het moment van shinjin…

Shinran fundeert hiermede zijn interpretaties van het pad van het Reine-Land steviger in de fundamentele Mahayāna filosofie. 

Toch blijft hij zijn dharma-vriend Hōnen huldigen als een Bodhisattva, en Shinran doet ook geen afstand van de traditionele verwoordingen uit de sutra’s en sastra’s. 

Vervormde Reine Landen

Volgens de traditie bestaan er ook tussen- of bijna-Reine Landen, die ‘verwant’ zijn aan het Ware Reine Land.  Shinran gaat hier verder op in, en situeert deze naar de spirituele periferie.

Zo ziet hij o.a. het Rijk van Inertie en Trots, waar adepten zich losgemaakt hebben van zelfkrachtpraktijken, maar zich zo zelfgenoegzaam en fier gevoelen dat ze zich van dit gevoel ook niet meer kunnen losmaken.  In de Burcht van Twijfel blijven intellectuele belemmeringen en conceptuele denkpatronen aanwezig, wordt de Ander-Kracht bvb. wel intellectueel maar niet echt spiritueel beleefd, waardoor een gebrek aan Vertrouwen blijft.  Het Baarmoederpaleis is de innerlijke omstandigheid waarin de bestaansdrang maar niet kan opgegeven worden.

Shinran situeert deze vervormde Reine Landen op het upaya-niveau van de 19e gelofte.  Amida’s Gelofte-Kracht zal ervoor zorgen dat, wanneer de tijden daartoe tot rijpheid zijn gekomen, ook deze ‘bewoners’ het Ware en Werkelijke Reine Land verwezenlijken.

(Bewerking: M. Strubbe)

[1] Sh. A. Peel: ‘Filosofie en Mystiek van de Jodō-Shinshū.  De Simpele Weg - Antwerpen 1996.  Ook beschikbaar in de bibliotheek van het Centrum.

Ekō 90
Filosofie En Mystiek Van De Jodō-Shinshū

jikōji - 慈光寺

© 2003

info-at-jikoji.com

          home