Het Edele Achtvoudige Pad (3)

José Pimienta

Śila: De Ethiek 

Hierin worden het derde, vierde en vijfde punt van het Pad besproken: het Juiste Spreken, het Juiste Handelen, de Juiste Leefwijze.  Omwille van praktische redenen werd de tekst - die oorspronkelijk in drie afzonderlijke tempelredes werd gegeven - hier en daar ingekort. (Red.)

I. Het Juiste Spreken

Spreken is heel belangrijk en heeft wat meer aandacht nodig dan het gewoonlijk krijgt.

Wat zei de Boeddha over het spreken? Iets wat de moeite van het onthouden waard is!

1.Als je iets weet wat kwetsend en onwaar is, zeg het dan niet.

2.Als je iets weet wat nuttig is en onwaar, zeg het niet.

3.Als je iets weet wat kwetsend is en waar, zeg het niet.

4.Als je iets weet wat nuttig is en waar, wacht dan op het juiste ogenblik om het te zeggen.(…)

Wanneer is het juiste moment van spreken?

Als de ander bereid is om te luisteren en in een rustige, vredige stemming verkeert.(…) en als de spreker zelf rustig en kalm is.

Niet alleen het juiste moment is belangrijk, ook de geschikte plaats kan belangrijk zijn. 

Het juiste spreken betekent: het zich onthouden van:

1.  het vertellen van leugens,

2.  roddel, laster, gepraat dat haat, vijandigheid, onenigheid en disharmonie teweegbrengt tussen individuen of groepen mensen,

3.  hardvochtige, ruwe, onbeleefde, kwaadaardige en beledigende taal,

4.  ijdel, zinloos en dwaas gebabbel.

(…)

Spreken berust op gedachten en als we onze gedachten onder controle hebben, leren we ook ons spreken onder controle te krijgen.(…)

Wanneer we niets zinvols te zeggen hebben, moeten we de Edele Stilte bewaren…(…) ‘Remember that silence is sometimes the best answer.’             

‘Honesty is one of the most important qualities of man’s integrity and every religion teaches us to be honest, as in the Ten Commandments: ‘You shalt not lie’ and in the Buddhist Five Precepts: ‘Do not speak a word which is not true’, en verder ‘Honesty is the best policy’.  (Gyomay M. Kubose in ‘Everyday Suchness’)

II. Het Juiste Handelen

Het juiste handelen is eveneens gebaseerd op de juiste intentie.  We kunnen stellen: als we de juiste intentie hebben, gebaseerd op het juiste inzicht, dan zal het juiste handelen vanzelf daaruit volgen.

Het juiste handelen heeft te maken met het niet kwetsen van anderen op wat voor manier dan ook, geen wreedheden begaan, niet hebzuchtig zijn.

a)niet doden

Wanneer we dit voorschrift van zijn negatieve kant bekijken, betekent het dat we geen enkel levend wezen, van welke aard dan ook, mogen doden.

De klemtoon ligt echter niet zozeer op het verbieden zelf, maar meer op de geestelijke draagwijdte ervan.

Het is niet zo "Gij zult niet doden", maar het is meer een voornemen, een geestelijke instelling, een intentie geen enkel levend wezen naar het leven te staan of schade te berokkenen.

Niet het feit van het doden zelf is karmisch doorslaggevend, maar eerder de instelling tot..., of de gedachte aan..., hoe vluchtig die gedachten ook mogen geweest zijn.

Het positief aspect van het niet doden bestaat uit het ontwikkelen van Mettā. (…)

Het komt er dus in feite op aan om in ieder levend en voelend wezen de Eerste Edele Waarheid te ontdekken, m.a.w. beseffen en inzien dat alle levende wezens onderworpen zijn aan lijden, en vervolgens een gevoel van mededogen/medelijden voor hen te ontwikkelen.

Als we erin slagen om een groot en diepgaand respect te ontwikkelen voor alles wat leeft en beweegt, groeit en bloeit, dan zullen al onze neigingen en gedachten tot zinloos en opzettelijk doden verdwijnen als sneeuw voor de zon, en een gevoel van vrede en rust, van één zijn met de natuur zal ons deelachtig worden.

b) niet nemen wat niet gegeven is

Het is duidelijk dat we iets wat ons niet toebehoort, niet mogen wegnemen, m.a.w. we mogen dus niet stelen. Maar, pas op! Er zijn verschillende vormen van stelen, en we hebben er niet altijd erg in.

We kunnen goederen stelen, geld en dergelijke, maar we kunnen ook ideeën stelen, en we kunnen ook iemands vrijheid ontnemen, enz.

(…)

c) geen misbruik maken van zinnelijk genot

De letterlijke vertaling van de Pali-tekst is: "zich onthouden van onrechtvaardig seksueel gedrag," m.a.w. seksueel wangedrag.

Seksueel wangedrag is wel moeilijk te omschrijven. 

We moeten er wel van uitgaan dat we geen lijden mogen veroorzaken aan andere wezens. Dat we respect moeten hebben voor anderen.

Seksueel wangedrag kan een leefwijze worden.

Het is duidelijk dat dit allemaal ten koste gaat van je eigen welzijn en dat van anderen, en dat het berust op hebzucht.

We mogen ook niet vergeten dat seksueel wangedrag aan de basis ligt van veel ongeluk en miserie over de ganse wereld.

Maar in feite gaat het hier niet alleen om de beoordeling van dit of dat soort seksueel gedrag, maar eveneens om het misbruik van de zintuigen in het algemeen. (…)

d) geen ongepaste taal gebruiken

Dit hebben we reeds uitvoerig besproken onder punt I.

e) geen verslavende middelen gebruiken

Dit voorschrift is heel belangrijk in het boeddhisme.

Het gaat hier niet om een systematisch verzet tegen het gebruik van alcohol, maar het staat vast dat alcohol de neiging heeft de geest te verdoezelen en dat degene die het gebruikt - t.t.z. die het misbruikt, die dus overdrijft - niet in staat is de werkelijkheid te zien zoals ze is.

Ik hoef hier ook niet op te sommen, al de ellende die alcoholmisbruik met zich meebrengt. Het gevaar van alcohol ligt voornamelijk in zijn verslavende werking en in de nefaste invloed op de gezondheid. Het hoeft geen betoog dat het gebruik van andere soft- en harddrugs nog meer af te raden is, temeer daar deze drugs ons kunnen brengen tot op de rand van zware criminaliteit, en met zware criminaliteit bedoel ik bijvoorbeeld doodslag, moord (soms uit geldnood), diefstal, aanranding, seksueel wangedrag, enzovoorts.

Wat kunnen we er nu tegen doen?

De gevaren inzien die verslavende middelen met zich meebrengen, maar ons dan echt bewust worden van die gevaren.

Indachtig zijn dat we de andere levende wezens onder geen enkele voorwaarde of excuus slecht mogen behandelen.

III. De Juiste Leefwijze

In je levensonderhoud voorzien, op een wijze die niet in strijd is met de boeddhistische ethica, is een van de drie aspecten van goed gedrag.

(…)  Er zijn vele manieren van leven die goed zijn, maar sommige berokkenen schade aan anderen.

Als men een verkeerde leefwijze nastreeft, raakt men verhard en komt men terecht in een routine van ongezond handelen.

We mogen dus zeggen dat we moeten (leren) (trachten om te) leven in overeenstemming met een boeddhistisch gerichte levenswijze, d.w.z. een levenswijze waarin het Edele Achtvoudige Pad volledig kan geïntegreerd worden.

We moeten er dus in feite een levenswijze op nahouden die gezond is voor geest en lichaam en voor alle levende en voelende wezens.

Elke vorm van bedrog tegenover wie dan ook, het verhandelen van verdovende middelen en andere mensen aanzetten tot het gebruik ervan, het doden van wezens rechtstreeks of onrechtstreeks, kunnen we beschouwen als een (zeer) ongepaste, onheilzame leefwijze.

Een voorbeeld: het boeddhisme als felle tegenstander (van elke vorm) van oorlog of geweldpleging, verwerpt de handel in wapens en

bestempelt deze handel als een onjuiste manier om geld te verdienen.

 Men moet zich realiseren dat het doel van een boeddhistisch gedrag is om een gelukkig en harmonieus leven te scheppen, zowel voor individuen als voor de maatschappij.

(…)

Ook de juiste leefwijze berust dus op de juiste zienswijze.

Het boeddhisme streeft naar een maatschappij:

    ‘waar de vernietigende strijd naar macht is afgezworen,

     waar kalmte en vrede overheersen boven overwinning en nederlaag,

     waar de achtervolging van de onschuldigen krachtig aan de kaak gesteld wordt,

     waar diegene die zichzelf overwint meer geacht wordt dan diegene die door militaire en economische oorlogsvoering miljoenen wint,

     waar haat overwonnen wordt door vriendelijkheid, kwaad door goedheid,

     waar vijandigheid, jaloersheid, kwaadwillendheid en afgunst het denken van de mensen niet vergiftigt,

     waar mededogen de drijvende kracht is achter elk handelen,

     waar allen, ook de minsten van de levende wezens, eerlijk behandeld worden, met begrip en liefde.

Een maatschappij waar het leven in vrede en harmonie, in een wereld van materiële voldoening, gericht is op het hoogste en meest nobele doel: de verwezenlijking van de uiterste waarheid, Nirvana.’ [2]

(Uit: ‘What the Buddha Taught’)

Ten slotte, met betrekking tot de ethische śila in het algemeen, zou het interessant en zelfs sterk aan te raden zijn volgende brieven van Shinran Shonin, ‘Mattōshō Lamp voor Latere Tijden’ te lezen, nr. 16 (Eko 59), nr 19 (Eko 62) en nr 20 (Eko 63) [3] . Eveneens hoofdstuk XIII van Tannishō.

‘Remember that the best relationship is one in which
your love for each other exceeds
your need for each other.’

Namu Amida Butsu!

[2] Voor ons Shinboeddhisten:  de geboorte in het Reine Land…

[3] Overigens ook in  Jikoji-Cahier nr. 4 ‘Mattōshō, Lamp voor Latere Tijden’, DSW, Antwerpen 1999…(Red.)

Ekō 90
Het Edele Achtvoudige Pad

jikōji - 慈光寺

© 2003

info-at-jikoji.com

          home