Filosofie en Mystiek van de Jodō-Shinshū (6)

Dit is het zesde deel van een reeks bijdragen, gebaseerd op thema’s die in het boek ‘Filosofie en Mystiek van de Jodō-Shinshū door Sh. A. Peel worden belicht. [1]    Er werd zoveel mogelijk naar gestreefd bij de oorspronkelijke verwoording van de auteur te blijven.  Onduidelijkheden zijn in eerste instantie te wijten aan de bewerker.

De Patriarchen

A. De Indische Patriarchen

1. Nagarjuna [2e - 3e eeuw n. C.] (zie Ekō 91)

2. Vasubandhu [4e - 5e eeuw (?) n. C]

Samen met zijn oudere broer Asanga wordt hij gerekend tot de stichters van de Yogācāra-school, de tweede grote stroming van het Indische Mahayana-boeddhisme, die een tegengewicht vormde voor de al te systematische negativering die het Mādhyamika-denken (cfr. Nagarjuna) zo karakteriseert.  Vanuit de confrontatie met directe praktische vragen in verband met praktijk (yoga) en verwezenlijking, ontwikkelde deze school haar filosofie van ‘Enkel-Bewustzijn’, waarin fenomenen niet als ‘leeg’-zijnde afgestoten worden, maar worden geanalyseerd als zovele altijd veranderende moduleringen van het bewustzijn.

* Ofschoon de verschijnselen afkomstig uit de ervaringswereld illusoir zijn qua zelfheid, kan gesteld worden dat het ervarende bewustzijn (het ‘enkel-bewustzijn’), d.i. in zijn ‘leegheid’ een zekere realiteit heeft.

* Diep onder de verschillende niveaus van de zintuiglijke perceptie,  bevlekt door begeerte, aversie of verdwazing, ontstaat de illusie van een reëel ‘zijnde’ van de waargenomen objecten, én de illusie van een eigen ‘zelf’ dat inwerkt op de objecten.  Daaronder ligt een basissubjectiviteit (‘bewaarplaatsbewustzijn’, Sk. ālaya-vijñāna) die, buiten alle fenomenale waarnemingen en gewaarwordingen om, aan de fenomenen hun ware ‘zijnde’, nl. hun vrij-zijn van bindingen verleent.  Het verwerkelijken van dit bewaarplaatsbewustzijn in zijn inhoudsloosheid is wat door de Yogācārin (door o.a. meditatiepraktijken) moet nagestreefd worden.

* Vasubandhu’s opvatting over de wereldbeelden die wij in ons bewustzijn vormen zijn ook van belang. [2]    Alles wat het existentiële ‘ik’ kan kennen of ervaren - op alle mogelijke niveaus - vormt de ‘Drievoudige Wereld’ [3] , een symbolische morele entiteit die we kunnen beschouwen als de revelatie van de universele morele inhoud van het menselijke bewustzijn.  Maar overheen -of onder-  deze ‘drievoudige wereld’ zit het bereik van de Boeddha, een onbevlekt, inhoudsloos bewustzijn, wars van concepten als ruimte en tijd…

* In het licht van het voorgaande, is voor Vasubandhu het ‘denken aan de Boeddha’ (Sk.buddhānusmriti) van groot belang.  Deze (zelfkracht) methodologie past hij toe op de Reine-Landleringen.  In zijn Verhandeling over het Reine Land vernoemt hij de ‘Vijf Poorten van Contemplatie’ waardoor men Geboorte in het Reine Land van Amida kan bewerkstelligen:

1. het huldigen van Amida
2. het prijzen van Amida
3. het verlangen naar Geboorte in Amida’s Reine Land;
4. de contemplatie van het Reine Land van Amida
5. de Verdienste-Overdracht met het inzicht alle wezens uit hun lijdenssituatie te bevrijden.

In deze vijfvoudige praktijk zitten overeenkomsten met de conventionele zgn. zelfkrachtpraktijken:  ‘verlangen naar Geboorte’ (3) beantwoordt aan samatha (stilling, concentratie) en ‘contemplatie van het Reine Land’ (4) beantwoordt aan vipaśyana (inzicht in het eigen gemoed).  En wie zijn geest concentreert op Geboorte, verwezenlijkt samādhi waaruit spontaan de Wijsheid prajñā ontspringt, waarmee het Reine Land kan beschouwd worden (4). 

Vasubandhu haalt uit het Grote Sutra visualiseringen van het Reine Land, van Amida Buddha en van de Bodhisattva’s, die hij organiseert in 29  aspecten (‘tooiselen’), die de vervulling verbeelden van Dharmākara/Amida’s Gelofte om voor alle wezens - hoe ze ook mogen zijn - een Reine Land te creëren.  Deze aspecten worden aldus de belichaming (‘reïficatie’…) van het onbevlekte inhoudsloze bewustzijn.  Deze visualiseringen hebben niet alleen impact op de ik-persoonsgebonden verlossing, maar is ook werkzaam voor het ‘heil’ van andere wezens, daar er - uiteindelijk- geen onderscheid kan gemaakt worden tussen ‘ik’ en ‘niet-ik’.  Dit is wat de Verdienste-Overdracht (5) uitdrukt en hierin zit de verwezenlijking van de Uiteindelijke Volkomen Verlichting.

Vasubandhu’s visie staat in het teken van het Moeilijke Pad van de Bodhisattva-praktijken, niet geschikt voor de ‘gewone dwaze wezens’.  Toch liggen in zijn formulering de fundamenten voor de latere ontwikkelingen van de Nembutsu (als buddhānusmriti.)  Shinran zal - in zijn afwijzing van formele, ‘moeilijke’ meditatiepraktijken -Vasubandhu’s werk wel filosofisch goedkeuren, maar deze op een eigen wijze interpreteren.  Hij is vooral gewonnen door de aanhef van Vasubandhu’s Verhandeling:

"O Verhevene, in eensgerichtheid (a) van gemoed neem ik mijn toevlucht tot de Tathāgata van Licht (b), dat ongehinderd uitstraalt in de tien richtingen, en streef (c) ik ernaar geboren te worden in het Land van Vrede en Zaligheid."

(a) Shinran identificeert dit met shinjin, d.i. het hier-en-nu aspect van de Geboorte in het Reine Land.

(b) Shinran ziet hierin de onvoorwaardelijke toevlucht in het Boeddha-Licht (absolute Ander-Kracht).

(c) Deze ‘wens van Geboorte in het Reine Land’ is volgens Shinran de natuurlijke activiteit van de Ander-Kracht: het is Amida die ‘verlangt’. 

Vasubandhu’s ‘eensgerichtheid van het gemoed’ is voor Shinran van doorslaggevend belang geweest om hem als tweede patriarch aan te duiden.

De tooiselen van het Reine Land van Vrede en Vervulling zien,
dat kunnen enkel de Boeddha’s dank zij hun kennis.
Die is onbegrensd als de hemel,
breed en groot en eindeloos.
(Koso-wasan 12)

Het gemoed dat naar boeddhaschap verlangt
is het gemoed dat ernaar streeft alle wezens te bevrijden.
Het gemoed dat ernaar streeft alle wezens te bevrijden,
dat is het Ware en Werkelijke Shinjin van Ander-Kracht.
(Koso-wasan 18)

[1] Sh. A. Peel: ‘Filosofie en Mystiek van de Jodō-Shinshū.  De Simpele Weg - Antwerpen 1996.  Ook beschikbaar in de bibliotheek van het Centrum.

[2] Peel verwijst in dit verband naar Structure and Intent of the Triple-World, van Esho Muraishi, 1986.

[3] De wereld van de Niet-Vorm (Ārūpya-dhātu), wereld van de Vorm (Rūpa-dhātu), en de wereld van de Begeerte (Kāma-dhātu).  Zie hiervoor Vasubandhu’s Abhidharma-kośa. (m.s.)

Ekō 92
Filosofie en Mystiek van de Jodō-Shinshū

jikōji - 慈光寺

© 2003

info-at-jikoji.com

          home