Boekbespreking

Hiroyuki Itsuki: ‘Tariki.  Embracing Despair, Discovering Peace.’

De Japanse romanschrijver Hiroyuki Itsuki schreef in Tariki zijn levensverhaal neer.  Geen feitelijk verslag, maar een zeer persoonlijke getuigenis van een spiritueel ontwaken en groeien.  Hij groeide op in Korea, moest er tijdens de tweede wereldoorlog op de vlucht, verloor zijn moeder op jonge leeftijd en zag zijn vader psychisch ten onder gaan aan deze gebeurtenissen.  Daarbij wordt Itsuki’s jeugd ook nog getekend door twee zelfmoordpogingen… 

Eerder laat in zijn leven kan Itsuki zijn latent aanwezig gebleven gevoel van wanhoop overwinnen door -rond zijn vijftigste- Boeddhisme te gaan studeren aan de Ryukoku Universiteit.  Weliswaar was hij in naam al boeddhist - zijn ouders reciteerden iedere morgen voor hun altaartje - maar blijkbaar lieten ze de jongen niet actief deelnemen aan de puja’s.  

De Leer van de Boeddha zoals Shinran die heeft gebracht, heeft Itsuki doen inzien dat het er op aan komt de eigen tekortkomingen te leren aanvaarden.  In het herkennen van de eigen zwakheid zit de kiem om tot een soepele en flexibele omgang met de wereld te komen.  Deze realistische levenshouding houdt in dat men kan groeien in kracht.   Het reciteren van de Naam ervaart de auteur als een reële mogelijkheid om waarachtig mens te worden. 

Itsuki heeft veel geworsteld met de verhouding zelf-kracht (‘jiriki’) en Ander-Kracht (‘tariki’).  Moet er, om tot het besef van Ander-Kracht te komen, niet gebruik gemaakt worden van zelf-kracht?  In de metafoor van de zeilboot probeert hij uit te leggen hoe hij deze verhouding ziet.  Een zeilboot kan niet varen als er geen wind is, er is minimaal een beetje wind nodig.  Maar, zelfs als er wind is, zal de boot niet varen, als er van de kant van de zeiler geen maatregelen genomen worden; als hij ligt te slapen kan hij de zeilen niet hijsen...  Daarom, zegt Itsuki, is het belangrijk om  wakker te blijven, hoe lang de windstilte ook moge aanhouden.  Men moet de hemel in het oog houden, en geduldig wachten op de wind.  Als dit zelf-kracht is, dan is zelf-kracht nodig, om de wind, die Ander-Kracht is, toe te laten ons mee te nemen.  Maar, is de zelf-kracht in dit scenario niet óók de activiteit van Ander-Kracht?  Voor Itsuki is het alleszins duidelijk dat Ander-Kracht de zeiler de motivatiekracht geeft om een inspanning te leveren om op de wind te wachten.  Zodoende is ‘de juiste aandacht’ reeds de werkzaamheid van de Oneindige Verlichting.  Ander-Kracht is de ‘wil van de hemel’, die in elk wezen werkt binnen de grenzen van de mogelijkheden van dit wezen.  Itsuki schrijft al zijn inspanningen en beslissingen, zijn  doorzettingsvermogen en moed toe aan de wind van Ander-Kracht.  Blijven over zelf-kracht spreken vindt hij ‘komisch’.  Hij haalt Shinran aan: ‘ik ben ontwaakt tot de waarheid dat ik niet kan ontwaken door mijn eigen kracht.’

Itsuki drukt zijn diepe bewondering en dankbaarheid uit voor de drie meesters die hem de leer van Tariki hebben gebracht: Honen, Shinran en Rennyō.  Deze drie leraren hebben respectievelijk het moeilijke ‘gemakkelijk’ gemaakt, het gemakkelijke ‘diep’ en het diepe ‘breed’, waardoor het Japanse Boeddhisme is blijven voortbestaan in de harten van de Japanners, tot op de dag van vandaag… 

Itsuki benadrukt het belang van menju, de overdracht van de leer van persoon tot persoon, waarbij beiden zo dicht bij elkaar staan ‘dat ze elkaar kunnen aanraken’… De ‘oorschool’, de kunst van het luisteren is essentieel om de Leer te begrijpen.  Veel meer dan lezen en studeren, is het getroffen worden door getuigenissen van ingrijpend belang in het spiritueel proces.

Itsuki’s benadering van ziekte en dood laat een bijzondere indruk na.  Hij stelt dat men teveel alles wat met ziekte en dood te maken heeft, op ‘antagonistische’ wijze aanpakt.  Antagonistische behandeling van een persoon die treurt is zeggen dat hij moet opmonteren, ‘dat het geen zin heeft om te blijven treuren’…Een ‘sympathische’ benadering daarentegen is naast de verdrietige mens neerzitten en samen met hem treuren, m.a.w. de realiteit van wat gebeurd is, niet ontkennen.  Zo is de dood aanvaarden, de diepte van het verdriet rond de dood in ogen durven zien en er zich durven aan over te geven, veel belangrijker in het rouwproces dan een sterke houding waarbij alles wordt verdrongen.  Diep ingaan in verdriet is de ogen niet sluiten voor de werkelijkheid van de dood.  Moderne intellectuelen, zo zegt hij, minachten emoties en sentiment, maar het is onmogelijk iets te verwerpen dat zo dicht bij de wortels van ons wezen ligt…

Tariki van Itsuki ademt de sfeer van diepe melancholie, en toont ons een man die veel verdriet heeft gehad, en dit heeft weten te overstijgen door het leven te beamen. 

Er is niet veel waarop men kan hopen, zo zegt hij, ons leven is een proces van geboorte, over ziekte en ouderdom naar de dood.  Aan deze existentiële gegevens kan men niet ontsnappen, ook niet in de illusie en verdringing…Men moet  wijsheid ontwikkelen om te kunnen zien wat werkelijk is, en sterkte om er op een gepaste wijze mee om te gaan.  

Itsuki is er uiteindelijk in geslaagd het leven en zichzelf niet langer als een probleem te ervaren.  Zijn spirituele weg heeft hem niet naar het pessimisme geleid maar naar een realistische aanvaarding van de werkelijkheid van het leven.  Hier geldt Gautama als het voorbeeld, hij was aanvankelijk een ‘ultimate negative thinker’ toen hij aan zijn spirituele zoektocht begon naar de aard en de oorzaak van het lijden, en is uiteindelijk getransformeerd, na zijn Verlichting, tot een ‘ultimate positive thinker’, die ten volle en intens het leven kon beamen, ‘ondanks de aanwezigheid van geboorte, ziekte, ouderdom en dood.’

Het einde van Itsuki’s getuigenis luidt zo: ‘We are all travellers who, from our first wail at birth, are making a journey, one step at a time, toward death.  Knowing life’s end, how meaningless it is to compare oneself to others, and harbouring feelings of either inferiority or superiority.  Although we know what fate awaits us, we do not succumb to despair but dare to live.  Given the circumstances, what a great and important feat that is!’

(Hiroyuki Itsuki, ‘Tariki - Embracing Despair; Discovering Peace’ - Uitgeverij Kodansha, Tokyo - New York - London 2001 - ISBN 4 06209 981 0)

Martine Strubbe

Ekō 92
Boekbespreking

jikōji - 慈光寺

© 2003

info-at-jikoji.com

          home