Filosofie En Mystiek Van De Jodō-Shinshū (7)

Dit is het zevende deel van een reeks bijdragen, gebaseerd op thema’s die in het boek ‘Filosofie en Mystiek van de Jodō-Shinshū door Sh. A. Peel worden belicht. [1]

Er werd zoveel mogelijk naar gestreefd bij de oorspronkelijke verwoording van de auteur te blijven.  Onduidelijkheden zijn in eerste instantie te wijten aan de bewerker.

De Patriarchen

1. Nagarjuna [2e - 3e eeuw n. C.]

2. Vasubandhu [4e - 5e eeuw (?) n. C]

3. T’anluan [476 - 542 n. C.]

De teksten van het Reine Land behoorden tot de eerste om naar het Chinees te worden vertaald.  Vrijwel onmiddellijk zorgden zij voor aanhangers in China.  Toch werd de eerste Reine-Landorganisatie (als kluizenaarsgroepering van monniken)  er pas in 402 gesticht door Hui-yüan.  Men beoefende er de meditatie over Amitabha/Amitayus en het Reine Land. 

*  Pas met T’anluan kan men spreken van een eerste systematisering van het Reine-Landdenken.  

Shinran Shonin beschouwde T’anluan als de eerste Chinese patriarch van de Jodō Shinshū, o.m. omdat hij de strakke Madhyamika-dialectiek van Nagarjuna toepaste op Vasubandhu’s ‘Verhandeling over het Reine Land’. 

In zijn commentaar op Vasubandhu’s verhandeling, stelt T’anluan dat de 29 ‘tooiselen’ (Sk. vyūha , ‘ornamenten’), die Vasubandhu als visualiseringen van de Boeddha en het Reine Land gedistilleerd had uit het Grote  Sutra, kunnen bekeken worden vanuit het tweeledige (maar niet dualistische) aspect van śūnyatā.

Deze duale natuur bevat enerzijds de absolute waarheid waarin alle kenmerken afwezig zijn, en anderzijds de potentialiteit om het aanschijn te geven aan alle denkbare afzonderlijke vormen.  De duale natuur formuleert T’anluan vanuit de twee aspecten die hij aan dharmakāya toeschrijft, nl.:

dharmakāya-dharmatā: het absolute als wezenheid van alle dingen, overheen het bereik van oorzaak en gevolg; en 

dharmakāya-upāya: het ‘dharmalichaam’ werkzaam als ‘geschikt middel’, d.i. als manifestatie van het absolute in de wereld der voorstellingen.

Hierbij is het belangrijk om voor ogen te houden dat deze twee aspecten één zijn, en toch twee: “They are two, yet one; one, and yet two.  Hence the relationship is one of ‘interfusion of the general and the particular’ ”. [2]   De twee aspecten vormen dus een ‘niet-tweeheid’.

Dharmatā als absolute waarheid (de ‘paramārtha satya’ van Nagarjuna) openbaart zich als Boeddha Oneindige Verlichting (Amida); causaal wordt dit Dharmākara Bodhisattva, de relativering van dharmatā in ons ruimte/tijd-systeem (de ‘loka-samvritti-satya’, de wereldse ‘spraakwaarheid’).

Amida ontstaat dus via de dynamiek van de Leegheid, zodat hij de ‘Belichaming van de Ware Verdienste’ is, die werkt op het samsarische niveau met een werkzaamheid die ‘rein en waar’ is.

* Voor T’anluan is de meditatie niet ‘opwaarts’ gericht, zoals bij Vasubandhu, maar ‘neerwaarts’: de meditatie-verdienste strijkt neer van de Boeddha op de adept.  Paramārtha-satya is zelf-werkzaam en manifesteert zich in deze wereld van conceptuele begrippen.  Daardoor is voor de mens geen actieve upāya meer nodig, want de manifestatie van de Absolute Waarheid is onze voorstelling van Amida’s Reine Land, als overlappingsveld van de twee schijnbaar gescheiden waarheden.  Deze neerwaartse manifestatie uit zich voor ons verbaal als Naam.

* Daar waar bij Vasubandhu de tooiselen geschikte middelen (upāya) zijn ter meditatie, zijn ze bij T’anluan soteriologisch doel geworden.  Deze tooiselen zijn geen lege tekens of louter voorstellingen, maar actieve belichamingen van de Leer.

De Absolute Waarheid is steeds in ons werkzaam: in deze zin zijn wij causaal dan ook allen reeds verlicht.  In dit erkennen van de buiten-menselijke activiteit van de Absolute Waarheid ligt de ware betekenis van T’anluans herinterpretatie van de Mahayana-basis van de Reine Landleer.  Hier wordt overgeschakeld van een ‘eigen’ praktijk naar de natuurlijke (zoals het is-zijnde) heilswerkzaamheid van dharmakāya.  Deze natuurlijke werkzaamheid betitelt T’anluan als ‘Ander-Kracht’ (Ch. t’a-li, J. Tariki), die Boeddha-Kracht is, de Kracht van de Voortijdelijke Gelofte, die alle wezens naar het Boeddhaschap leidt.  De eigen praktijken zijn dan ‘zelf-kracht’- praktijken (Ch. tzu-li, J. jiriki), die uiteindelijk leiden tot versterking van de zelfgehechtheid - zoals zijderupsen die zichzelf vastzetten met de draden van hun eigen maaksel.

* In de Ander-Kracht praktijk grijpt een verschuiving plaats van samādhi vanuit een meditatieve zelfdiscipline naar een attitude van śraddhā, Vertrouwen.  Een oprecht en éénsgericht gemoed, een gemoed van Vertrouwen, kan men verwerkelijken door middel van het reciteren van de Naam.  Dit Vertrouwen is niet een geloof, maar een ‘weten’ dat noch emotioneel noch louter intellectueel is, maar een spirituele instelling van het gemoed, die uiteindelijk leidt tot de realisering van Ander-Kracht.  T’anluan heeft hier de gebruikelijke (moeilijke) bodhisattva-praktijken omgebogen naar een methodiek die toegankelijk is voor ‘gewone mensen’…

T’anluan leest bij Nagarjuna’s ‘Acht Ontkenningen’ dat er ‘geen geboorte is’, en vraagt zich af hoe ‘niet-geboren’ wezens toch in het Reine Land geboren worden.  Hij laat hier opnieuw de ‘Waarheid in twee aspecten’ optreden door te stellen dat ‘geboorte’ alleen gebruikt kan worden in ‘relatieve zin ten opzichte van de gevoelens van de levende wezens die in het Reine Land zullen geboren worden.’  Hij spreekt dan ook in deze zin van de ‘fictieve mens van deze wereld’.  

Om geboren te worden, moeten we dus eerst onszelf realiseren als ‘fictieve’, relatieve wezens’.  Dan pas behoren we tot de wereld van de waarheid…  In de Naam worden de twee polariteiten - het fictieve én het absolute aspect van de mens - verenigd.

* In tegenstelling tot de meesters van de Prajñaparamitāscholen, viseert T’anluan in zijn leer niet het aspect ‘Wezenheid’ (Wijsheid) van de leer, maar wel het aspect ‘Mededogen’.   De naam is een verbale manifestatie van de Uiteindelijke Werkelijkheid maar is niet de uiteindelijke werkelijkheid.  Wordt deze werkelijkheid gemanifesteerd in het gemoed, dan wordt het gemoed van Vertrouwen gewekt (‘shinjin’) 

Het resultaat van shinjin is de niet-tweeheid die ontstaat uit het gemeenschappelijk worden in de ‘oorspronkelijke natuur’ van Boeddha’s gemoed (Groot Mededogen) en het gemoed van de adept.

‘Het is zoals de natuur van de oceaan die slechts één smaak heeft.  Al het water van de vele rivieren dat erin uitstroomt, krijgt noodzakelijkerwijze die éne smaak en de éne smaak van de oceaan wordt niet aangetast door de smaak van de rivieren.’

 (Ching-t’u-lun chu iv,a3)

T’anluan gaat in de beeldspraak nog verder, waar hij in metaforische zin over ‘ijs en vuur’ spreekt:  men legt een vuur aan boven op een ijsblok.  Het vuur symboliseert onze bevlekkingen; zij komen in het Grote Mededogen in aanraking met het ‘ijs’: dat zijn de ‘vyūha’, de tooiselen van het Reine Land: het vuur doet het ijs smelten tot water; het ‘water’ dooft het ‘vuur’ en het ‘vuur’ verdampt daarbij het water...

R.J. Corless merkt hierover op: ‘From two ‘somethings’ there arises a ‘nothing’. [3]

Samenvattend kan men stellen dat Shinran Shonin zich door T’anluan liet inspireren niet alleen omdat hij een brug sloeg tussen de twee grote Mahayana-denkscholen, maar ook omwille van de nadruk die hij legde op het Grote Sutra, op de absoluutheid van de Ander-Kracht, en op shinjin.

‘Door de werking van het Hinderloze Licht
wordt het werkzame grote vertrouwen verkregen.
Voorzeker: onze blinde driften veranderen zich in Verlichting,
zoals ijs smelt en water wordt’

(Koso Wasan 39)

Zoals in het Hinderloze Licht in de tien richtingen,
zo in de oceaan van de Grote Gelofte van Groot Mededogen
monden de vele rivieren van blinde driften uit;
ze worden er één in smaak met het Water van Wijsheid’.

(Koso Wasan 42)

 

[1] Sh. A. Peel: ‘Filosofie en Mystiek van de Jodō-Shinshū.  De Simpele Weg - Antwerpen 1996.  Ook beschikbaar in de bibliotheek van het Centrum.

[2] D.T. Suzuki: Nota 435 in zijn Kyōgyōshinshō vertaling.

[3] In Pacific World nr. 5, p. 16: ‘The Brilliance of Emptiness: T’an-luan as a Mystic of Light’.

Ekō 93
Filosofie En Mystiek Van De Jodō-Shinshū

jikōji - 慈光寺

© 2003

info-at-jikoji.com

          home