Wat Is Het  Boeddhisme? (5)

Myōkai R. Franck

In deze reeks worden enkele essentiële leerpunten van de Leer gebracht, die aan de basis liggen voor het onderricht van alle scholen en stromingen.  Ook Shinboeddhistische leerpunten worden behandeld.  Hiervoor werd selectief geput uit ‘272 Vragen en Antwoorden over het boeddhisme, ten behoeve van de shinboeddhist’ van de hand van de auteur.

Karma.

 

Wat is ‘karma’? [2]

Elk wilsdenken en elke wilsdaad, d.i. elke intentionele (‘volitionele’) mentale, verbale of fysische werkzaamheid, in goede of slechte zin, blijft werkzaam, laat sporen na, zal ooit een vrucht afwerpen die doorgaans de duur van de existentie overschrijdt.

 

Zijn álle daden eraan onderworpen?

Nee, onwillekeurige, onbewuste en onvrijwillige daden, hoewel zij ook ‘handelingen’ zijn, zijn neutraal en veroorzaken geen karma omdat de wil (volitie), de belangrijkste bepalende factor, daartoe afwezig is.

 

Wat veroorzaakt karma?

In de volgorde van belangrijkheid:

- onwetendheid (avidyā) van de ware aard van de dingen zoals zij in werkelijkheid zijn,

- afhankelijk van de onwetendheid ontstaan karmische vormingen, d.i. de wilshandelingen (samskāra),

- ‘dorst’ (trsnā);

- heilzame en onheilzame daden,

zoals de Boeddha onderrichtte in de pratītya-samutpāda (1e, 2e en 8e nidāna, oorzakelijkheid).

Fundamenteel spelen geest (citta) en bewustzijn hierin de belangrijkste rol [3] .

 

Veroorzaakt iedereen karma?

Nee, Boeddha’s, arhats [4]   en mensen die het Gemoed van Vertrouwen ontwikkeld hebben niet, omdat zij bevrijd zijn van onwetendheid, egodenken en - gerichtheid, begeerte/gehechtheid en dorst naar wording, de wortels van karma.

 

‘Wie’ veroorzaakt en ondergaat karma?

Aangezien een ‘ik’, een ‘zelf’, nergens kan gevonden worden is er ook geen ‘dader’ [5] .

Karma wordt veroorzaakt - en ervaren - door  de wisselwerking binnen de Vijf Componenten (pańca-skandha) en de pratītya-samutpāda.

Praktisch gesproken gaat de karma-energie van de ene bestaansvorm in een andere bestaansvorm over.

 

Is er ‘goed’ en ‘slecht’ karma?

Het begrip goed en slecht / goed en kwaad is een relatief begrip binnen de cyclus van het samsarische bestaan.

Het karmische resultaat (de vrucht) is in verhouding tot de ‘geladenheid’ van de verrichte intentionele daad die drie kenmerken (gerichtheden) kan vertonen: heilzaam (kuśala), onheilzaam (akuśala) of neutraal.

Wat heilzaam is stemt niet noodzakelijk overeen met het ‘goede’ als ethische, morele factor .

Goed karma zal goede vruchten afwerpen en slecht karma zal slechte vruchten afwerpen.

 

Hoe ‘werkt’ karma?

Verleden karma conditioneert het heden; huidig karma, samen met verleden karma, conditioneert de toekomst.

De omstandigheden in het heden zijn de vruchten van het verleden en worden op hun beurt de oorzaak voor toekomstige omstandigheden.

 

Wanneer werpt karma gevolgen af?

Wanneer de tijd er rijp voor is, eventueel in een volgend samsarische bestaan, ontkiemt deze virtuele daad en komt zij tot leven [6] .

 

Waarom veroorzaken ook goede daden karma?

Doordat goede daden verricht door gewone, onwetende ‘wereldse’ mensen (in tegenstelling tot iemand die inzicht verworven heeft in de aard der dingen) toch geconditioneerd en gemotiveerd zijn door onwetendheid en dorst [7] .

 

Volgt een boeddhist dan geen ethische gedragscode?

Het boeddhisme heeft geen als absolute wet geldende ethiek die de wereld verdeelt in ‘goed en kwaad’ en geen openbaarde ‘geboden’. Zijn moraal steunt op persoonlijke verantwoordelijkheid, emancipatie, bevrijding van het individu en daarom is moraal relatief.

Een boeddhist zal daarom ook niet over anderen oordelen of zijn eigen moraal opdringen maar zich beperken tot het beoordelen van zijn eigen plichten t.o.v. zijn medemens en de andere wezens en zich steunen op het voornemen voortaan begane fouten te vermijden.

 

Is karma dan ‘fatalistisch’, onontkoombaar?

Karma verwijst weliswaar naar een verrichte wilsdaad maar heeft nooit de betekenis van ‘gevolg’. Karma ‘schept’ niets, evenmin als de oorzaken de gevolgen ‘scheppen’.

Hoewel karma als universele morele (en rechtvaardige) wetmatigheid, geen uitzondering kent en elke veroorzaakte toestand aan de oorsprong van een volgende staat, is het geen dwingend mechanisme, geen ‘noodlot’, niet deterministisch noch fatalistisch.

De mens heeft steeds de mogelijkheid omstandigheden om te buigen, te beslissen over het heden en de toekomst, een bepaalde handeling te doen of niet te doen [8] .

 

Heeft de mens een ‘ vrije wil’?

‘ Vrije wil’ impliceert dat de wil onafhankelijk zou zijn van de omstandigheden, apart staat van oorzaak en gevolg, maar er kan niets absoluut vrij zijn, lichamelijk en geestelijk, wanneer alles onderling afhankelijk is.

Ons denken, onze wil (cetanā), als mentale constructie, is dus niet zo ‘vrij’: hij is geconditioneerd als effect van vroegere daden en ook conditionerend, d.i. de toekomstige daden beďnvloedend.

Niet het verleden conditioneert ons (huidig en toekomstig) leven maar wel het denken en de wilsactiviteit [9] .

 

Is er een verband tussen karma en wedergeboorte?

Ja, de leerstellingen van karma en wedergeboorte staan rechtstreeks met elkaar in verband.

 

[2] Karma, (Sanskriet) betekent letterlijk ‘de daad’, het doen, de verrichte daad.

[3] Karma kan ook transpersoonlijk en collectief zijn (in de kosmos en de natuur, in de vorm van natuur-en milieurampen, de beschavingsziekten bij mensen en dieren..).  Dit resulteert uit de leer van ‘niet-zelf’.

[4] Ten tijde van de Boeddha - en in het Theravāda-boeddhisme- de ‘niet-terugkerende’ (anāgamin), die niet meer onderworpen is aan de kringloop van geboorte-en-dood.

[5] Een handeling moet worden beschouwd al naar de zuivere of onzuivere geestesgesteldheid (het wilsdenken).  Zo zal een bepaalde handeling overeenkomstig de boeddhistische moraal zijn, maar niet omdat iemand zich baseert op voorschriften maar omdat ze voorkomt uit een zuivere geestesgesteldheid (bevrijding van elke begeerte, haatgevoel, egodenken…).  Een arhat verzamelt, ondanks het feit dat hij ‘handelt’, geen karma omdat hij vrij is van een verkeerd idee over het zelf, vrij van ‘dorst’ naar continuďteit en wording, vrij van smetten en vergiften.

[6] De leer van karmische wetmatigheid mag niet verward worden met de begrippen van zg. ‘morele rechtvaardigheid’ of ‘beloning en straf’ die ontstaan uit de voorstelling van een hoogste rechtsprekend wezen die beslist wat goed en slecht is. De term ‘rechtvaardigheid’ is dubbelzinnig en gevaarlijk en in naam daarvan is de mensheid meer kwaad dan goed gedaan.

[7] ‘Goed en kwaad’ zijn slechts karmische resultaten en volkomen gescheiden van de heilswerking.

[8] ‘Een mens móet niet altijd oogsten wat ‘hij’ gezaaid heeft maar oogst wél wat hij beslist te oogsten.’  Wát hij dan oogst is overeenkomstig ‘zijn’ daden.

[9] Het boeddhisme verwerpt formeel dogma’s zoals voorbeschikking, (erf-)zonde, eeuwige hel, een God/Schepper die recht spreekt, wetgever is en beslist wat goed is en wat slecht.  De wetmatigheid van het karma schept voor de geest een gevoel van bevrijding en een besef van zelfverantwoordelijkheid, i.p.v. te moeten berusten in de onvoorspelbaarheid van een God.  De mens wordt geboren overeenkomstig de handelingen in de vorige bestaansvorm(en) maar bij blijft meester van zijn lot - tenminste zodra en voor zover hij de noodzaak tot bevrijding heeft beseft.

Ekō 94
Wat Is Het Boeddhisme?

jikōji - 慈光寺

© 2003

info-at-jikoji.com

          home