Het Kamakura-Boeddhisme En De Leer Van Het Reine Land - Grondslagen van de Vestiging van het Boeddhisme in Japan (2)

Kōyū Sonoda

Van het Asoka-boeddhisme tot het Nara-boeddhisme

In het begin van de invoering van het boeddhisme waren de aanhangers vooral te vinden onder de adel in Centraal-Japan en bij de inwijkelingen.  In de centrale provincies, in het Kansai-gebied, werden vele tempels opgericht.  De leidende rol was in handen van de inwijkelingen uit Korea: de families van de Hyecha (j. Eshi), de Hyech’ong (j. Eso) en Kanrok (j. Kanroku).  Spoedig kwamen ook inheemse Japanners in contact met de Leer, zoals Prins Shōtoku [2] , die het boeddhisme goed begrepen had.   In de daaropvolgende periode, vanaf de Taika-hervorming (645) tot de oprichting van de Ritsuryō-staat [3] , werd het boeddhisme progressief genationaliseerd.  Keizer Kōtoku (reg. 645 - 654) nam maatregelen om het boeddhisme in stand te houden en steunde de bouw van clantempels.  Hierdoor nam het aantal tempelstichtingen in de tweede helft van de zevende eeuw over het hele land toe; in het jaar 692 telde men 545 tempels - een getal dat door archeologen min of meer bevestigd wordt.  Ook de controle op het boeddhisme werd versterkt: het in de regeerperiode van keizerin Suiko (reg. 592 - 628) ingevoerde systeem van monniken - ambtenaren volgde op de aanstelling tijdens de Taika-hervorming van de Tien Geestelijke Opzichters (jūshisei).  In de periode van keizer Temmu (reg. 673-686)  werd een hiërarchisch monnikensysteem ingevoerd, dat in drie rangen voorzag: de algemene meester (sōjō), de leider (sozū) en de disciplinemeester (risshi).  In 701 werd, naar het voorbeeld van de Chinese regel van de boeddhistische monniken (c. Daoseng ge) een ‘Regel voor nonnen’ (j. sōnirei) ingesteld, waarin staat wat de Ritsuryō-staat van een non verwachtte: in de tempel zieken verzorgen en voor de staatsvrede bidden.  Sutra’s waarin de bescherming van het land werd beklemtoond kregen extra aandacht.

In 701 werd de hoofdstad dus naar Nara verplaatst, de Ritsuryō-staat beleefde zijn hoogtepunt, en ook de boeddhistische cultuur bloeide.  Gelijktijdig met de verspreiding van het staatsboeddhisme groeide ook het zogenaamde volksboeddhisme,  dat het toenmalige boeddhisme zijn eigenlijke karakter gaf.  In de hoofdstad Nara raakten de daken van de grote tempels elkaar, zoals de uit de oude hoofdstad overgeplaatste Daian-ji, de Yakushi-ji, de Gangō-ji, de Kōfuku-ji en andere.  Met een schare monniken - ambtenaren was de stad het centrum van het staatsboeddhisme.  In het begin van de Tempyō-periode [4]   ontstonden meer en meer protesten tegen het Ritsuryō-systeem.  Extern ontstonden er spanningen in de betrekkingen met het koninkrijk Silla, intern had men af te rekenen met epidemieën, en Fujiwara no Hirotsugu (gest. 740) [5] ontketende een opstand.  Om dergelijke staatscrisissen af te wenden, beval keizer Shōmu in 741 de oprichting van regionale tempels (j. kokubun-ji) in de provincies.  Ook  liet hij twee jaar later in de Tōdai-ji de Grote Boeddha oprichten.  Deze Daibutsu [6] die in 752 werd voltooid, is weliswaar de grootste prestatie van het staatsboeddhisme, maar de streng boeddhistische politiek voerde uiteindelijk onder Dōkyō [7] tot een noodlottige versmelting van politiek en religie.

In de Tempyō-periode begon zich ook het volksboeddhisme (j. minkan bukkyō) te ontwikkelen.  Het volk hunkerde naar geëngageerde geestelijken, de zogenaamde chishiki, zoals  Gyōki (668-749) die de opdracht had gekregen om de Grote Boeddha op te richten.  Dergelijke geestelijken hielpen bij het oprichten van boeddhabeelden over het hele land, en zorgden ervoor dat sutra’s werden gekopieerd, waardoor zij een bloei van het volksboeddhisme veroorzaakten.  Het chishiki - concept bleek binnen het toenmalige volksboeddhisme een belangrijk instrument voor de verbreiding van de Leer.  In Gyōki’s maatschappelijke engagement -hij bouwde waterkanalen, wegen, bruggen en opende gratis herbergen-  kan men een verdere concreet maatschappelijke vormgeving zien van deze volksboeddhistische opvatting.  Verder wil ik er nog op wijzen dat in de ontwikkeling van dit volksboeddhisme reeds een specifiek Japanse accentuering te zien is.

Ook in dogmatisch opzicht kwamen er veranderingen: toen vanaf het jaar 701 de uitwisseling van gezantschappen met China nieuw leven werd ingeblazen,  brachten de naar China uitgestuurde monniken zoals Dōji (Sanron-School) en Gembō (Hossō-School) de nieuwste inzichten naar Japan.  Anderzijds werden nieuwe inzichten ook door buitenlandse monniken in Japan verspreid, zoals Simsang (j. Shinshō) uit Silla (Kegon-School) of Jianzhen (j. Ganjin) uit Tang-China (Ritsu-School).  Rond 750 vestigden zich de zes nara-scholen: Sanron, Hossō, Jōjitsu, Kusha, Kegon en Ritsu.  Deze zes scholen waren echter leerinstituten die met grote tempels verbonden waren, en als dusdanig waren zij verschillend van de latere confessioneel -boeddhistische scholen.  De gelijktijdige ontwikkeling van dergelijk speculatief ‘geleerden - boeddhisme’ naast een ‘magisch volksboeddhisme’, toont iets van de conflictueuze aard van het Nara-boeddhisme. 

(Bron: Ekō-Blätter - Mitteilungen des Eko-Hauses der Japanischen Kultur - Düsseldorf - Heft 14 - Herbst 2001: ‘Der Kamakura-Buddhismus und die Reine-Land-Lehre.  Grundzüge der Japanischen Buddhismus-Rezeption’  Overgenomen met toestemming en vrij vertaald door M. Strubbe)

 

[2] Shotoku stelde in 604 de ’17 artikelenconstitutie’ op.  Regeerde als regent voor zijn tante Keizerin Suiko (592 - 628) die onttroond was.  Gestorven in 622 (nvdr). 

[3] Ritsuryō: de politieklegale structuur van de toenmalige maatschappij. (nvdr)

[4] Aanduiding voor de vroege periode (729-749) van het Nara tijdperk.

[5] Fujiwara: een dynastieke familie die van de 9e tot de 12e eeuw door sluwe praktijken zoals uithuwelijken van haar dochters aan de keizers, diplomatie, en inmenging met de boeddhistische hiërarchie macht uitoefende over de keizerlijke regering.   (nvdr)

[6] Boeddha Vairocana (nvdr).

[7] De monnik Dōkyō gebruikte zijn nauwe (intieme?) relatie met keizerin Koken om de staatsmacht naar zich toe te halen.  Gestorven in 772.

 

Ekō 95
Het Kamakura-Boeddhisme En De Leer Van Het Reine Land - Grondslagen van de Vestiging van het Boeddhisme in Japan

jikōji - 慈光寺

© 2003

info-at-jikoji.com

          home