Wat Is Het Boeddhisme? (6)

Myōkai R. Franck

In deze reeks worden enkele essentiële leerpunten van de Leer gebracht, die aan de basis liggen voor het onderricht van alle scholen en stromingen.  Ook shinboeddhistische leerpunten worden behandeld.  Hiervoor werd selectief geput uit ‘272 Vragen en Antwoorden over het Boeddhisme, ten behoeve van de Shin-boeddhist’ van de hand van de auteur.

 

Wat is de 5e component (‘bewustzijn’, geest)?

‘Bewustzijn’ is niet de geest in tegenstelling tot ‘materie’, zoals in de meeste filosofische en religieuze systemen wordt aangenomen [8] .

‘De geest is een behendig en geslepen illusionist.’

(Avatamsaka-sutra)

 

Hoe werkt het bewustzijn, de geest?

Het fungeert in eerste instantie als een databank, als software met gememoriseerde gegevens, met een input vanuit de zes vermogens (de vijf fysieke zintuigen en het bewustzijn als zintuig.)

Daarom is de werking van het bewustzijn ook afhankelijk van de wereld die door de vijf fysieke zintuigen ervaren wordt, want het bewustzijn zelf herkent geen objecten.

In tegenstelling tot onze vijf zintuiglijke organen - die alleen de wereld van waarneembare vormen ‘aanvoelen’ - is het bewustzijn een geestesfunctie (vermogen of zintuig) die, in relatie met de zes vermogens en hun externe functies, de wereld van ideeën, gedachten, concepten en mentale voorstellingen creëert, er een beeld van schept en inkleurt (met de mogelijkheid ze te leiden en te beheersen.)

Het bewustzijn zelf ‘herkent’ een object niet; dit gebeurt door de 3e component, de begripsvorming.

 

Wat betekent ‘zelfloosheid’?

Niet de wereld is een illusie
maar onze voorstelling van de wereld,
Zoals ook onze voorstelling van ons ‘zelf’
een illusie (māyā) is. 

Zelfloosheid (substantieloosheid, anātman, an, ‘niet’, ātman, ‘zelf’) betekent dat er in al het bestaande (en bijgevolg ook in het ‘zelf’), niets is dat een onveranderlijke eigenheid, een ‘zelf’ is of heeft.

 

Wat zijn dan onze bewustzijnservaringen?

Alle bewustzijnservaringen zijn mentale creaties, relatief en samengesteld, geschapen door de geest. Zij zijn niet de werkelijkheid noch de waarheid. Bovendien is de geest zelf een illusie. We kunnen dus alleen over een subjectieve zelf spreken. Wat wij een ‘ik’ noemen is alleen maar een handige naam, een praktische spreekvorm [9] .

 

Hoe ontstaat dan de indruk van een ‘zelf’?

‘Anderen kennen is kennis;  zichzelf kennen is wijsheid.’

Door de geregistreerde herinneringen in ons geheugen die een valse indruk van continuďteit scheppen en vanuit onze gewoonte alles vanuit een zelf te herleiden: ’ik’, ‘mijn’, dus vanuit de opsplitsing tussen het ik en het andere.

Dit alles is het resultaat van onze gehechtheid aan onszelf.

 

Is dat geen ‘nihilisme’?

De Boeddha onderwees de Middenweg tussen het nihilisme (de leer die vasthoudt aan het idee ‘ik heb geen zelf’ en na de dood is er geen resultaat van de karmische wetmatigheid) en het eternalisme (‘ik heb een zelf’ dat onveranderd en eeuwig voortleeft) omdat ze beide ketenen zijn en ontstaan uit een foutief uitgangspunt van een ‘zelf’ [10] .

 

Wat is dan, samenvattend, het zelf wel?

Het ik is niet het centrum van de wereld,
Maar wel het centrum van míjn wereld.
Waar geen ‘zijn’ [bestaan] is, is geen tijd. (Prasannapadā)

Een ‘ik’, een ‘zelf’, kan nergens gevonden worden.

Het is een illusie, een zelfbegoocheling ontstaan uit onwetendheid, een schaduw, iets dat alleen samengesteld is uit steeds maar wisselende fysieke en mentale krachten en energieën die samen onderling afhankelijk werken in een tijdstroom van kortstondige veranderingen binnen de wet van oorzaak en gevolg.

De Boeddha heeft er steeds categorisch en in ondubbelzinnige termen op meer dan één plaats op gewezen dat er in het hele bestaande niets duurzaams en onveranderlijk bestaat en er dus ook geen sprake kan zijn van een eeuwige ‘ziel’ [11] .

 

[8] De hele bewustzijnsinhoud: het ‘denkinstrument’ met het kenvermogen, het besef van eigen bestaan (‘eigen zijn’), de mogelijkheid tot discrimineren (onderscheid subject/object) en bijgevolg (mede)verantwoordelijk voor het lijden.

[9] Wat we in onze geest ervaren is een constante verandering en onstandvastigheid, een voortdurend ontstaan en vergaan van emoties, concepten, gedachten en ideeën.  De geest bestaat niet als ding op zichzelf en is nergens te vinden.

In de wereldse filosofieën wordt de stelling verdedigd dat ons lichaam samengesteld is uit onze zintuigen en dat de geest eraan toegevoegd is, als een kwaliteit van onze hersenen en het zenuwstelsel.  Het boeddhisme ziet dat anders.  De ‘geest’ is al aanwezig in de foetus en bestond al voor de geboorte maar wordt niet ná de geboorte ontwikkeld.  Een materiële oorzaak kan een materiële realiteit voortbrengen maar niet die van de geest.  De geest is van een andere natuur en het ontstaan ervan moet dan ook van dezelfde natuur zijn.  Daarom wordt gezegd: de kennis van onze geest leidt tot inzicht; door de leegheid van de geest te realiseren gaan we ook de leegheid

van alle verschijnselen inzien en alle ervaringen als louter projecties van de geest.  Er moet bijgevolg begonnen worden met het opheffen van elk bewustzijn dat gebaseerd is op de pseudo-ervaring van de zintuigen.

[10] Aan Vacchagotta, die de Boeddha voortdurend vragen stelde over metafysische onderwerpen en uiteindelijk de Waarheid verwezenlijkte, gaf de Verlichte de raad zich voortaan niet meer in te laten met problemen van de ziel, het karma, nirvāna, enz.  Anders gezegd, eens dat je met het vlot (van de Leer) de andere oever bereikt hebt, is het overbodig en kun je het ‘loslaten’.

[11] De Boeddha ontkende natuurlijk niet dat de mens een persoon is, een organisme dat wordt geboren en sterft.  Maar hij zette zich af tegen de brahmaanse religie in zijn tijd, die stelde dat in het organisme een onveranderlijke zelf zit dat moet worden bevrijd, de bron van het ware geluk.

Ekō 95
Wat Is Het Boeddhisme?

jikōji - 慈光寺

© 2003

info-at-jikoji.com

          home