Meester T’an-Luan In De Kōso Wasan

Martine Strubbe

34.

In Amida’s vervulde verdiensten-overdracht
zijn er de twee aspecten van gaan en terugkomen.
Dank zij deze verdiensten-overdracht
is ontvangen van Gemoed en Praktijk mogelijk.

35.

De verdiensten-overdracht van gaan, die de Geboorte mogelijk maakt,
[betekent] dat men Amida’s Geschikt Middel vervult.
De Mededogende Gelofte van Vreugdig Vertrouwen maakt
dat samsara de eenheidsvervulling met nirvāna is.

36.

De verdiensten-overdracht van terugkomen betekent
dat om zowel zichzelf als anderen te begunstigen, dit is
de terugkeer naar al [deze werelden] van illusoir bestaan
om er de deugden van Samantabhadra te beoefenen.

39.

Door de werking van het Hinderloze Licht
wordt het werkzame grote vertrouwen verkregen.
Voorzeker: onze blinden driften veranderen zich in Verlichting
zoals ijs smelt en water wordt.

40.

Hindernissen van karmisch kwaad veranderen in heilzaamheid;
het is  zoals de relatie van ijs en water:
Hoe meer ijs, hoe meer water;
Hoe meer hindernissen, hoe meer heilzaamheid.

42.

Zoals in het Hinderloze Licht in de tien richtingen,
zo in de oceaan van de Grote Gelofte van Groot Mededogen
monden de vele rivieren van blinden driften uit;
ze worden één in smaak met het Water van Wijsheid.

***

Met ons verstand kunnen we misschien begrijpen dat voor Shinran alles Ander-Kracht is.  Er is niets dat beperkte en eindige mensen kunnen doen om ware en duurzame verlichting te realiseren.  Shinran zelf kwam tot deze conclusie nadat hij als Tendai-monnik gedurende twintig jaar had gedacht alles zelf te kunnen doen.  Tot hij zichzelf ontmoette zoals hij werkelijk was: hij was een onwetende, falende bombu gebleven…  Ontmoedigd had hij zijn bergtop verlaten, maar, in het diepe dal van de wanhoop was een andere mogelijkheid verschenen: de exclusieve nembutsu - praktijk van Hōnen.  Shinran begon opnieuw.  Shinran zou zijn eigen bevrijdingsmethode ontwikkelen, door beroep te doen op T’an-luans interpretatie van Nagarjuna en Vasubandhu.

T’an-luan had het concept van ‘niet-tweeheid’ van Nagarjuna begrepen en stond open voor zijn visie op het gemakkelijke en het moeilijke pad.  T’an-luan apprecieerde ook de grote klemtoon die Vasubandhu legde op het bewustzijn en zijn inhoud, want het is van daaruit dat de heilzame werkzaamheid van de bodhisattva ontstaat.  Deze ‘oceaan van de Naam’ is de plaats van de Voortijdelijke Gelofte.

T’an-luan combineerde beide filosofen en ontwikkelde een tweevoudige werkelijkheidsvisie, à la Nagarjuna.  Er is het essentiële aspect van dharmakaya, de dharmatā-dharmakāya en er is de werkelijkheid van de geschikte middelen, upāya-dharmakāya.  Als Chinees en voormalig Daoist, begreep hij dat elk fenomeen, of het nu een kleine mier is, een zacht briesje in de vroege morgen, de rijzende zon, de liefde die wezens kunnen voelen voor mekaar, of de bulderende geluiden van de oorlogsmachine in Irak of elders, verwijst naar de kern van wat de leer van de Boeddha ons vertelt.  Al deze gebeurtenissen en fenomenen zijn zichtbare vormen van wat het leven kan zijn; zij zeggen ons iets over een wereld van goed en kwaad die in tegenstelling treedt tot een wereld overheen alle concepten.  Want het kwade bestaat niet, evenmin als het goede.  Het enige ‘goede’ dat er is, is het Onmeetbare Leven zelf.  Dit realiseren is ‘groot mededogen’, zichtbaar geworden wijsheid.  Dit mededogen zal niet verhinderen dat kleine kinderen moeten sterven, noch dat onze huizen afbranden, of dat wij ons werk verliezen.  Mededogen toont ons dat dit de werkzaamheid in deze veranderende wereld van het leven zelf is,  altijd anders, altijd zwanger van nieuwe mogelijkheden en omstandigheden.  Het is een nooit eindigend proces, een afgrond van onzekerheid die ons toch vrede zal geven.  Dit begrijpen is het resultaat van de werkzaamheid van wat T’an-luan ‘Ander-Kracht’ noemde.

De gebeurtenissen in de wereld zijn geschikte middelen die de activiteiten zijn van de bodhisattva’s.  Hoe wij hiermee omgaan zal ons lijden conditioneren.

Zich openstellen voor die Ander-Kracht kan alleen gebeuren op de basis van vertrouwen- shinjin- in de Dharma van het leven.  Anders dan bij Vasubandhu, geloofde T’an-luan dat de bevrijdende activiteit niet vertrekt van de wezens zelf, maar vanuit Ander-Kracht.  Door dit zo te zien, draaide hij de traditionele visie op de werkzaamheid van de bodhisattva radicaal om!

Dat zijn de feiten betreffende T’an-luan.  Maar, hoe evident is de visie van T’an-luan?

Ik herinner mij dat ik mij heel erg aangetrokken voelde tot het Mahayana-boeddhisme, omwille van deze altijd aanwezige idee van de bodhisattva.  Het is zo’n sterk en efficiënt beeld.  Ik ben er ten diepste van overtuigd dat de wereld een plaats van vrede kan worden alleen indien de intenties van de wereld gericht zijn op vrede.  Ik hou ook van het inzicht dat wij onmogelijk onze eigen bevrijding kunnen realiseren, maar dat deze onlosmakelijk verbonden is met de bevrijding van alle wezens in het universum.   Dit laatste is trouwens één van de grote redenen geweest waarom het Mahayana boeddhisme zich heeft ontwikkeld.  Hoewel wij een taalkundig onderscheid maken tussen een Boeddha en een bodhisattva, zijn ze in werkelijkheid één.  Een bodhisattva is een boeddha die niet wenst te blijven zitten op zijn nirvanische wolk, maar uit groot mededogen, verkiest actief mee te werken aan de bevrijding van alle wezens!

Aanvankelijk interpreteerde ik het idee van de bodhisattva volgens de klassieke opvatting: dat ikzelf een bodhisattva op - mij kon zijn, en zo rechtstreeks kon bijdragen, door mijn persoonlijke inspanningen, aan het verbeteren van de wereld.  Tot ik begon in te zien dat dit zeer ‘hoog gegrepen is’ …Het is zeer ambitieus om te zeggen dat we alle wezens zullen bevrijden!  Ik kan dat niet!  Ik ben te weinig oprecht, ik heb te weinig energie, te weinig spiritualiteit!  Het enige dat ik wel kan doen is mij afstemmen op de bevrijdende kracht van Amida, de geloftekracht van Dharmākara.  Wat moet ik doen om mij af te stemmen?  Het is té gemakkelijk om gemakkelijk te zijn: al wat ik moet doen, is ‘ontspannen’, loslaten, wachten en geraakt worden door Ander-Kracht.  Onbewust weet ik dat ik een ‘verlicht wezen’ ben.  De zaden van Verlichting zijn aanwezig in mij.  Al wat ik dien te doen is dit herkennen, en toelaten dat deze zaden in mij werken.  Dat is Amida’s verdiensten - overdracht.  Amida is de heilige oceaan, ik ben een kleine rivier.  Ik kan niets anders doen dan mij laten uitvloeien in de oceaan, en oceaanwater worden, zodat ik kan deelnemen aan de activiteit van de oceaan.

Een tijdje geleden luisterde ik naar de Eroïca Symfonie van Beethoven, het favoriete muziekstuk van mijn vader.  Nadien bakte ik koekjes voor hem, naar een recept van zijn overleden vrouw - mijn moeder.  Deze beide activiteiten deden me inzien hoe dankbaar ik was.  Ik realiseerde me dat al wat ik was en dat al wat ik had het resultaat was van handelingen door andere wezens: mijn ouders die mij hadden verwekt en mij hun warmte en hun liefde hadden gegeven (de stem van mijn moeder vloeit voor altijd in mijn bloed), de bodhisattva Beethoven die mij woordloze passie toont, verlangen, verdriet, vreugde, hoop, overgave en schoonheid, mijn leraren, mijn echtgenoot, mijn kinderen, mijn keuken met alle voedsel erin, de tuin, de buren, mijn vrienden, mijn broers en mijn zusters, de grote wereld, de zon, de hemel, de maan.  In de tien richtingen, en vanuit het verleden kon ik gebeurtenissen vermoeden die mijn leven hadden gevormd tot wat het was.  Ik besta niet op mezelf.  Ik ben het resultaat, de som van mijn vele relaties met alles rondom mij.  Dat is Ander-Kracht: die geeft mij mijn betekenis en mijn leven.  Ik heb hiervoor niets gedaan.  Alle wezens behoren aan Amida, hun daden hebben mij geschapen: hoe kan ik iets geven, als ik zelf niets ontvangen heb?

Hetzelfde is waar voor T’an-luans visie op de praktijk: we ontvangen energie van Ander-Kracht, pas dan kunnen wij ook bijdragen en échte bodhisattva’s zijn…Maar wij, onwetende mensen laten ons niet aanraken door Ander-Kracht, en denken dat wij autonoom kunnen handelen.  Het enige dat wij dienen te weten, wij die in samsara leven is: ‘mijn’ menselijkheid en ‘mijn’ vertrouwen worden niet door mij gecreëerd, maar worden mij gegeven door Ander-Kracht.

T’an-luan gebruikte de metafoor van water en ijs om uit te leggen hoe wij shinjin kunnen realiseren door de werkzaamheid van Ander-Kracht.  Het ijs is de onwetende mens, gefixeerd en vastgeklonken in zijn mentale blokkades, zoals een ijsblokje: hard, onveranderlijk, en volhardend in zijn fouten.  Alleen de Nembutsu van Ander-Kracht kan het ijsklompje laten smelten, zodat het kan samenvloeien met de Oceaan die Amida is.  We moeten beseffen dat wij niet in de mogelijkheid zijn tot allesomvattende, zuivere liefde, noch tot enige pure spirituele daad.  Hoe meer we dit realiseren, hoe deugdzamer dit besef zal worden.   Wat is deze ‘deugd?’  Ik kan de Kōso-Wasan niet lezen in de originele taal, ik begrijp geen Chinees noch Japans, maar ik weet dat in het Latijn ‘virtus’ deugd betekent, ook met de connotatie ‘kracht’, ‘energie’, zoals in het Sanskriet ‘virya’.  We zullen pas bevrijd zijn als  we al onze berekeningen laten varen, onze ‘verborgen agenda’ afschaffen, en onze inspanningen om er goed uit te zien, of om ons als een heilige te gedragen opgeven. Als we vrij zijn van deze zelfverslaving, zal er vrije energie ontstaan, rechtstreeks van Amida. Het is deze vrije energie die ons toelaat om waarlijk te leven en ‘het merg uit het leven te zuigen.’  Werkelijk genieten van het leven betekent ook de ander en zijn werkelijkheid aanvaarden.

‘Niet gehechtheid’ en aandacht zijn sleutelbegrippen in het boeddhisme, zeker in het shinboeddhisme.  Vanuit deze houding neemt men afstand van elke (spirituele) ambitie om te wachten, de nembutsu zeggende.  Ander-Kracht zal komen.  Dit is de verdiensten-overdracht.  Wanneer Amida’s Geschikt Middel vervuld wordt, wanneer Amida ons opgepikt heeft met ons volledig besef, zullen wij in staat zijn om ‘terug te keren’ en een leven te beginnen - pas dan! -als een ware bodhisattva in actieve deelname aan de heilsactiviteit  van Ander-Kracht.  Dit is de ‘beoefening van de deugden van Samantabhadra’.                                               

Deze(vertaalde) tekst werd voorgelezen tijdens het Frühlingstreffen begin mei in Antwerpen.  Onderwerp was de Kōso-Wasan van Shinran Shonin, over de zeven patriarchen.  De bedoeling was een persoonlijke interpretatie te geven van de verzen.  In volgende Ekō’s komen  nog andere lezingen uit deze ontmoeting aan bod.

Ekō 97

jikōji - 慈光寺

© 2003

info-at-jikoji.com

          home