Wat is het boeddhisme? (11)

Myōkai R. Franck

In deze reeks worden enkele essentiële punten van de Leer gebracht, die aan de basis liggen van alle scholen en stromingen. Ook louter shinboeddhistische leerpunten worden behandeld. Hiervoor werd selectief geput uit ‘272 Vragen en Antwoorden over het Boeddhisme, ten behoeve van de shinboeddhist’, een onuitgegeven werk van M.R.Franck.

‘Het transcendente’

Verlichting

 

Wat betekent ‘Verlichting’?

‘Enlightenment (sátori) is the opening of the mind’s eye,

the turning of the mental hinges.’

(Gyōmai M. Kubose)

Verlichting [Sk (sam-)bodhi, SJ bodai] betekent

* de veranderlijkheid van de fenomenale werkelijkheid,

* de onderlinge afhankelijkheid en het proces van karmische oorzakelijkheden van alle fenomenen en

* de substantieloosheid van alle dingen (inclusief het zelf)

inzien, erkennen, waardoor de oorzaak van het lijden wordt weggenomen en de samsarische kringloop doorbroken wordt.

 

Zijn er stadia, trappen in de Verlichting?

Het mahāyāna onderscheidt meestal Verlichting

* als de toestand van inzicht in de Ware Werkelijkheid (Jap. sátori) en

* de Volkomen (Uiteindelijke) Verlichting.

 

Waarom de Verlichting nastreven?

Wie inzicht heeft in het niet-geconditioneerde, binnengetreden is in de absolute bevestiging van het verwerven van het opperste goed (summum bonum), heeft geen nood meer aan de gedachte van het verwezenlijken van de Opperste, Volkomen Verlichting.

Maar diegene die nog steeds steunt op geconditioneerde zaken, uitwendige vormen (beelden en passies) en nog steeds niet de Edele Waarheden heeft doorzien, die is gehecht aan de gedachte de Opperste en Volmaakte Verlichting te verwezenlijken.

 

Wat is ‘bevrijding’?

Bevrijd zijn van de onwetendheid, het egogebonden denken, de begeerte en de gehechtheid, van de dorst naar wording.

Bevrijding leidt naar de toestand waarin het wezen niet langer door dualistisch denken gebonden is maar de dingen in hun Absolute Ware Natuur ziet.

Vandaar dat bevrijding vaak gebruikt wordt als synoniem voor Verlichting en nirvana.

 

Hoe kan men de Verlichting verwezenlijken?

De bevrijde mens

 denkt uitsluitend aan datgene wat-ie op het ogenblik doet,

en is vrij als een vogel.

In de meeste boeddhistische scholen gaat men er van uit dat het in deze ‘verworden’ tijden (Jap. mappō), 25 eeuwen na het heengaan van de historische Boeddha, praktisch onmogelijk is met het beoefenen van praktijken nog de Volkomen Verlichting te verwezenlijken.

 

De Ware Werkelijkheid

Wat is de Ware Werkelijkheid?

‘We kunnen ons zelf niet dóen begrijpen;

het enige wat we kunnen doen is een gemoedsinstelling cultiveren

waardoor we tot inzicht kunnen komen.’

(Aldous Huxley, in Adonis and the Alphabet)

‘We can never know of the Absolute than its manifestations.’

(Christmas Humphreys)

Alles wat niet tot de fenomenale wereld behoort.

Synoniemen voor Ware Werkelijkheid zijn

* Zo-heid (tathatā),

* Dharma-natuur (dharmatā),

* Ware Dharma-natuur (dharmatā-dharmakāya),

* Lichaam van de Leer (dharmakāya),

* Leegheid (Śunyatā),

* Boeddhaschap, Wijsheid-Mededogen,

* het Absolute, enz.

De Boeddha zei het zo:

‘Er bestaat het niet-geborene, niet-gewordene, niet-gemaakte, niet-samengestelde, en als dat niet bestond zou er geen bevrijding mogelijk zijn van wat geboren, geworden, gemaakt en samengesteld is’.

 

Hét nirvāna van het Boeddhaschap

Wat is ‘het nirvāna’?

Het begrip nirvāna heeft twee aspecten, toepassingen:

(1) De ‘uitdoving” (zoals van een vlam of vuur) van het ‘zelf’, van elk ego- of ‘ik’-bewustzijn of -illusie (het verkeerde idee van een zelf), ‘dorst’, van alle passies (begeerten, gehechtheden…), die de wezens vastketenen aan de kringloop-van-geboorte-en-dood, en de beëindiging van samsāra en wording;

(2) De Volkomen, Uiteindelijke Verlichting, het Boeddhaschap, wat niet behoort tot het relatieve tijd-ruimtelijk bestaan.

 

‘Wie’ bereikt het nirvāna van het Boeddhaschap?

Aangezien

* een ‘ik’, een ‘zelf’ nergens kan gevonden worden,

* het ‘ik’, zoals alle bewustzijnservaringen, een mentale creatie is, een zelfbegoocheling (ontstaan uit onwetendheid), samengesteld uit steeds maar wisselende fysieke en mentale krachten en energieën die samen onderling afhankelijk werken in een stroom van kortstondige veranderingen binnen de wet van oorzaak en gevolg, die noch werkelijkheid noch waarheid zijn,

* er geen denker is achter de gedachte, maar dat het de gedachte zelf is die denkt,

* we alleen over een subjectief ‘zelf’ kunnen spreken,

is er ook geen ‘ik’ of ‘zelf’ dat het nirvāna ‘bereikt’.

Aan de basis van de Leer liggen begrippen als 'niet-zelf' en 'leegheid', concepten die niet uit het boeddhisme weggewerkt kunnen worden want dan is dat afgeknotte boeddhisme geen boeddhisme meer. Er kan dan ook geen iemand zijn die het nirvana kan realiseren of in het Reine Land geboren wordt.

Aangezien verder de Boeddha weigerde opheldering te verstrekken over de hoedanigheid van het nirvāna ná de dood [van de arhat] en hij in zijn leerredenen alleen sprak over de toestand van nirvāna tijdens het leven als ‘de uitdoving van begeerte, dorst, haat, illusie’ (het verkeerde idee van een ‘zelf’), d.i. de beëindiging van duhkha, kan deze vraag alleen beantwoord worden door kennis, wijsheid (prajñā) en inzicht, ontwikkeld vanuit de bevrijdende waarheid die ligt

* in de Vier Edele Waarheden en

* de ware aard van de vijf componenten.

Dit is de ware betekenis van de bekende uitspraak van de Boeddha:

‘In dit meetbare lichaam zelf stel ik de wereld [d.i. het lijden] vast, het ontstaan van de wereld, de beëindiging van de wereld, en het pad dat leidt naar de beëindiging van de wereld’.

Anders uitgedrukt: Wie nirvāna (Verlichting, bevrijding) in dit leven verwezenlijkt, hoeft niet meer te wachten op de dood om het te ‘bereiken’ en hoeft er zich verder geen zorgen meer over te maken of zich vragen te stellen.

 

Waarom is het ‘verwerven van inzicht’ heilzaam?

Hoe meer we inzicht krijgen in de Ware Werkelijkheid, hoe meer we de banden die ons aan onze fenomenale werkelijkheid binden losmaken en hoe meer de ervaring van lijden en conflicten met onze medemens wegvallen, wat niet betekent dat we er volkomen bevrijd van worden, want het karmisch proces blijft werkzaam, maar we hebben er wel een zekere controle over, waardoor we het proces enigszins kunnen doorbreken.

De Leer van de Boeddha ontsluiert, voor hen die begrijpen en inzicht hebben, een tweevoudige waarheid: de werkelijkheid zoals subjectief ervaren door eigen waarneming en de Ware Werkelijkheid.

Dit zijn geen twee werkelijkheden maar één en dezelfde Werkelijkheid.

In deze eenheid zijn alle Boeddha's en alle wezens [zodra zij tot inzicht gekomen zijn in deze fundamentele waarheid] één.

 

Het Boeddhaschap

Wat is het Boeddhaschap?

Een aspect van de Ware Werkelijkheid.

Het begrip staat buiten de conceptuele begrenzingen eigen aan de menselijke geest.

Het Boeddhaschap is natuurlijkerwijze, zij het ook latent, in de menselijke geest aanwezig.

 

Wat zijn de kenmerken van het Boeddhaschap?

Wijsheid en Mededogen. Beide zijn één begrip, of beter: de twee aspecten van een fundamentele identiteit eigen aan het Boeddhaschap.

 

Wat is de betrachting van het Boeddhaschap?

De wezens met blinde passies en karmisch kwaad te veranderen tot wezens van de volkomen Verlichting.

Ekō 100

Wat is het boeddhisme?

jikōji - 慈光寺

© 2004

info-at-jikoji.com

          home