De Leer Van Het Reine Land - Jōdo Shinshū (2) - De Ware Leer

Het Groot Sutra

Mochten wij mensen beschikken over ware, hogere vormen van wijsheid, dan zouden we ons hoofd niet hoeven te breken over wereldwijde milieuproblemen. Mochten we bevrijd zijn van egocentrische hebzucht, we zouden niet moorden, oorlog voeren, of ons bezondigen aan ander willekeurig geweld.

Het is enkel en alleen omdat we er niet in slagen de dingen te zien zoals ze in wezen zijn, en omdat we maar geen afstand kunnen nemen van ons egocentrisme, dat we opgezadeld zitten met problemen. Het gevolg is dat we altijd maar verder worden meegesleurd in de maalstroom van lijden.

Het doel van Boeddha-dharma is onze hogere vormen van wijsheid te ontwikkelen en ons zelfzuchtige gulzigheid te doen afnemen. Of met andere woorden: om ons gebrek aan bewustzijn en onze wereldlijke begeertes te doen verdwijnen. Nog anders geformuleerd is het doel het bereiken van boeddhaschap.

Om dit te verwezenlijken heeft de Boeddha, zo zegt men, de dharma uitgelegd op 84.000 verschillende manieren, die later werden neergeschreven en aan ons doorgegeven als sutra’s. Śakyamuni Boeddha hield steeds rekening met de persoonlijkheid en de ingesteldheid van de persoon aan wie hij les gaf. Het getal 84.000 moet dan ook niet letterlijk worden genomen, maar verwijst naar een erg grote hoeveelheid. Men ging er van uit dat er een massa verschillende types van persoonlijkheden bestonden, vandaar dat men zegt dat hij 84.000 verschillende uiteenzettingen van de dharma heeft gegeven. Uit deze waaier aan dharma boodschappen, heeft Shinran het ‘Sutra over de Boeddha van Onmetelijk Licht’ gekozen en hij heeft gezegd “Dit is de ware leer.”

Vanwaar deze bewering?

Het Mededogen van Amida Boeddha

Het Groot Sutra wordt beschouwd als de ware leer, omdat in deze tekst de Boeddha op een expliciete manier duidelijk maakt wat hij op het oog heeft met alle wezens die begiftigd zijn met waarnemingsvermogen en gevoel.

Algemeen gesteld zegt de Boeddha-dharma dat ontwaken en boeddhaschap bereikt worden door de leer van de Boeddha te aanvaarden en de voorgeschreven spirituele praktijken te beoefenen.

Dit gezegd zijnde, wanneer we de realiteit van ons leven onder de loep nemen, dan duurt het niet lang voor we beginnen te beseffen hoe moeilijk dit wel is. Zolang we een fysiek lichaam hebben, blijven we oog in oog staan met waanbeelden en problemen. Het is nu 2.500 jaar geleden dat Śakyamuni Boeddha op de aarde verscheen en Verlichting bereikte. Als de voorgeschreven praktijken toen al uiterst moeilijk waren om uit te voeren, hoe kunnen we dan nog op dezelfde manier Verlichting bereiken in onze moderne, jachtige wereld die zo vergeven is van de verwachtingen, afleidingen en comfortartikelen.

Op het eerste zicht lijkt het aannemelijk dat we de ultieme Waarheid kunnen benaderen als we maar doen wat de boeddhistische traditie ons voorschrijft. Maar in werkelijkheid verloopt het zo: hoe meer we ons toeleggen op spirituele praktijken, hoe meer we verstrikt raken in onze eigen begrenzingen. En hoe meer we een idee krijgen van de omvang van ons gebrek aan bewustzijn, hoe harder het doordringt dat we niet in staat zijn om Verlichting te bereiken door onze eigen inspanningen. Hoewel het bijzonder belangrijk is om voor zichzelf het ideaal na te streven ooit Boeddha te worden, in werkelijkheid is het zo goed als onbereikbaar.

Het was juist vanwege deze ellendige situatie dat Amida Boeddha ons zijn mededogen heeft getoond. En in plaats van te wachten tot ieder van ons op zoek ging naar boeddhaschap, legde hij de gelofte af dat hij het voor ons in orde zou brengen, nog zelfs voor de gedachte in ons eigen hoofd opkwam. En dat is nu net wat wordt onderwezen in het Groot Sutra, waarvan Shinran verklaard heeft dat het de Ware Leer bevat. Hij zei daarnaast ook dat, waar het zijn eigen persoon betrof, “er geen andere manier was om het boeddhaschap te bereiken.”

Śakyamuni Boeddha’s Bedoelingen

Śakyamuni Boeddha heeft zelf gezegd dat het Groot Sutra de Ware Leer was. Op het moment dat hij de uiteenzetting gaf die later zou opgetekend worden als het Groot Sutra, straalde zijn gezicht van blijdschap en zijn fysieke verschijningen had er nog nooit zo heilig uit gezien. Ananda, zijn leerling, was verrast door deze manier van doen en vroeg wat er aan de hand was. Śakyamuni Boeddha gaf het volgende antwoord:

“Vanuit zijn grenzeloos mededogen is de Tathāgata vervuld geraakt met medelijden voor de wezens van de drie sferen. Ik ben in de wereld verschenen en ik heb uitleg gegeven over de weg naar verlichting, omdat ik de massa’s van levende wezens wilde bevrijden door hen te begiftigen met voordelen die waar en echt zijn.” (CWS, Vol. I, p. 8)

Dat was, in zijn eigen woorden, de echte reden waarom Śakyamuni Boeddha zichzelf bekend had gemaakt aan de wereld. Zijn lichaam verspreidde een ongewone gloed omdat hij op het punt stond te onthullen waarom hij in feite was verschenen.

Wat later, toen hij aan het einde gekomen was van zijn uiteenzetting van de dharma, sloot Śakyamuni Boeddha af met de volgende woorden:

“In de toekomst zullen de Boeddhistische geschriften en leerstellingen verdwijnen. Maar, uit medelijden en mededogen, zal ik er voor zorgen dat dit sutra in het bijzonder bewaard blijft en aanwezig blijft in de wereld voor een volgende honderd jaar. De wezens die ermee in contact komen zullen bevrijd worden in overeenstemming met hun wensen.”  (The Three Pure Land Sutras, trans. Inagaki, p. 312)

Dat het Groot Sutra de leerstelling is die de eeuwige waarheid bevat is dus een verklaring van niemand minder dan Śakyamuni zelf.

Amida Boeddha en Śakyamuni Boeddha

We kunnen bepaalde zaken te weten komen over Śakyamuni Boeddha op basis van historische bronnen.

Hij is geboren in onze wereld, heeft zich toegelegd op ascetische praktijken, heeft Verlichting bereikt en is Boeddha geworden. Daarna heeft hij de dharma verkondigd, en is tot Nirvana gekomen op de leeftijd van 80 jaar. Het is duidelijk dat Śakyamuni Boeddha is geboren als een menselijk wezen op deze wereld, net als wij allemaal. Dat neemt niet weg dat we ons moeten blijven realiseren dat hij desondanks Verlichting heeft bereikt, en een Boeddha is geworden in deze wereld.

Zijn fysieke vorm is bekend onder de naam Nirmanakāya (letterlijk: getransformeerd lichaam). Met andere woorden: bekeken vanaf het hoogste niveau is de Boeddha in staat om zichzelf te manifesteren in ontelbare vormen, aangepast aan de verschillende noden van de verschillende wezens. Śakyamuni wordt beschouwd als zijnde een Nirmanakāya Boeddha. Bij het bereiken van de Verlichting, verwerkelijkte de Boeddha de Boeddha-dharma, zijnde de ultieme werkelijkheid van het leven.

Śakyamuni Boeddha heeft heel expliciet verklaard dat de dharma, niet zomaar iets was dat hij zelf had bedacht. De dharma had altijd al bestaan en zou ook altijd blijven bestaan. Of hij nu geboren was in deze wereld of niet, deed niets ter zake. Het enige dat hij had gedaan was de dharma beleven, zodat hij ze kon verspreiden in het belang van anderen. Het is waarheid van de dharma die ervoor gezorgd heeft dat Śakyamuni een Boeddha kon worden. Dit wordt ook wel de Dharmakāya genoemd (letterlijk: dharma-lichaam). Dharmakāya is het lichaam van de ultieme realiteit en de alles overstijgende waarheid, het bestaat voorbij tijd en ruimte, terwijl het toch immanent aanwezig is in de wereld.

Vanuit ons beperkt menselijk standpunt kunnen we spreken over Śakyamuni op dezelfde manier als we zouden spreken over eender wie. Hoewel hij sterk op ons leek in alle opzichten, werd zijn manier van zijn in dit universum sterk veranderd eens hij bevrijd werd.

Wezens begiftigd met waarnemingsvermogen en gevoel, die zich vastklampen aan een vals idee van een zelf terwijl ze een menselijke vorm bezitten, noemen we menselijke wezens. Wanneer iemand niet langer in het bezit is van een vals idee van het zelf, hoe zouden we hun vorm dan best noemen?

Aangezien ze op dat moment echte bevrijding ervaren, is hun vorm een verwezenlijking van het ultieme, oftewel Dharmakāya, in fysieke vorm. In het boeddhisme wordt dit ‘transformatie lichaam’ genoemd. Op die manier verscheen Śakyamuni als een muni, als een monnik, als een ziener, als bescheiden mens, als groter dan het leven zelf, als iemand die bovennatuurlijke dingen doet, enzovoort. Dit als illustratie van het idee van de transformatie.

Shinran Shonins ideeën over de Dharmakāya komen goed overeen met de belangrijkste ontwikkelingen binnen deze theorie in het Mahayana gedachtegoed. Hij schrijft in Kyōgyōshinshō:

“In de uitdrukking ‘oceaan van het éne voertuig’, verwijst het éne voertuig naar het grote voertuig (Mahayana). Het ene voertuig is het boeddhavoertuig. Het éne voertuig verwezenlijken staat gelijk aan het verwerven van de hoogste en meest volkomen Verlichting (ontwaken). De hoogste en volkomen verlichting is niet anders dan de sfeer van nirvana. De sfeer van nirvana is het ultieme dharma-lichaam. Het verwezenlijken van het ultieme dharmalichaam is hetzelfde als het bereiken van het ultieme einde van het éne voertuig. Er is geen andere tathāgata, en er is geen ander dharma lichaam. Tathāgata is dharma lichaam.” (CWS, Vol. I, pp. 60-61)

Vervolgens, zoals we boven lezen, merkt hij op dat de Tathāgata te begrijpen is als de Dharmakāya. De begrippen tathāgata en Dharmakāya zeggen allebei hetzelfde, het enige verschil is de beschrijvende metafoor.

We gebruiken tathāgata wanneer de dharmakāya gefocust is in een symbolische vorm, zoals Amitābha of Śakyamuni. Shinran verwijst in zijn geschriften herhaaldelijk naar de ultieme niveaus van begrijpen van tathāgata of boeddha als Dharmakāya. Zo bekeken, is de Amitābha op het hoogste niveau hetzelfde als Dharmakāya, net als alle andere boeddha’s. De Dharmakāya, die door de spiritueel gevorderden wordt waargenomen als een soort van licht of een mentaal lichaam, noemen we Sambhogakāya. De getransformeerde “fysieke” vorm van de Dharmakāya, zoals het geval is bij Śakyamuni, is Nirmanakāya. Als we dat begrijpen, dan is het ook redelijk om te stellen dat Śakyamuni een verschijningvorm is van Amitābha.

Omdat we “bewustzijn ontberen en vervuld zijn van lage verlangens”, kunnen onze geesten en harten het dharma-lichaam niet op een directe manier kennen. Maar als we Shinran mogen geloven, dan is dit dharma lichaam, dat kleurloos en vormeloos is, toch in zekere zin werkzaam in onze wereld vol illusies. Op een bepaald moment kwam het in contact met menselijke wezens en werd het de Boeddha die alle wezens op deze wereld bevrijdt: Amida Boeddha. Dit staat bekend als Sambhogakāya (letterlijk: beloningslichaam), het lichaam van gelukzaligheid en glorie; het lichaam als beloning voor het vervullen van de beloftes en verdienstelijke praktijken. Dit lichaam heeft geen fysieke vorm, maar bestaat als een soort ‘lichaam van licht” of “geestelijk lichaam”. Amida beschikt over alledrie deze lichamen, maar zijn meeste kenmerkende eigenschappen zijn die van de Sambhogakāya Boeddha.

Met andere woorden: Śakyamuni Boeddha is de historische figuur die een spirituele leer heeft opgestart en ons alles geleerd heeft over de bevrijding van Amida Boeddha, en die ons heeft aangezet om open te staan voor de ervaring van Voortijdelijke Gelofte van deze Boeddha. Amida is een voorstelling van de uiteindelijke werkelijkheid die niet gebonden is aan tijd en ruimte. Als bodhisattva, Dharmakāya, heeft hij beloofd dat hij niet alleen zelf het boeddhaschap zou bereiken, maar ook dat hij alle wezens zou bevrijden. Shinran vereert Śakyamuni als de menselijke vertegenwoordiger van Amida’s leerstellingen.

De Voortijdelijke Gelofte

Het Groot Sutra geeft ons een beschrijving van Amida Boeddha’s Voortijdelijke Gelofte. Het is naar deze Voortijdelijke Gelofte dat we, meer dan naar wat ook, moeten luisteren. Het Groot Sutra bevat in feite achtenveertig geloftes, maar volgens Shinran is de achttiende de ‘fundamentele gelofte’. Daarin wordt het volgende gezegd:

“Indien, op het moment dat ik het Boeddhaschap bereik, er nog wezens zijn in de tien kwartieren, met een integere geest vol vertrouwen, die willen geboren worden in mijn land, die mijn naam nog maar tien keer gezegd hebben, en die toch niet zouden geboren worden in mijn land, moge ik dan de hoogste verlichting niet bereiken. Al degenen die de vijf zware misdrijven begaan en de juiste dharma belasteren zijn hiervan uitgesloten.” (CWS, Vol. I, p. 59)

Deze gelofte noemen we de ‘Voortijdelijke gelofte van absolute in de boeddha berustende kracht’. Er is voor ons geen andere manier om bevrijd te worden dan door deze gelofte. Ons standpunt is immers dat we het eenvoudige pad willen volgen zodat we geen miljoenen levens moeten spenderen op het moeilijke pad van de zelfkracht. De meesters van het Reine Land stelden vast dat er een fundamentele fout was geslopen in de verwoording van andere boeddhistische gedachtescholen. Want gesteld dat we bevrijding zouden moeten bereiken, de toestand van geen-zelf, door onze eigen inspanningen, hoe zouden we dat dan moeten doen? Hoe kunnen we ‘geen-zelf’ bereiken door zelf moeite te doen? Dat is als het wassen van modderige kleren met modderig water. Geen-zelf kunnen we enkel bereiken met behulp van een kracht die niet-zelf is.

Een andere term voor “niet-zelf-kracht” is “Ander-kracht”. Op spiritueel gebied is alle zelfkracht gebaseerd op ons ik-gericht systeem, dat kan nu eenmaal niet anders. Daarom zijn begrippen als de juiste standpunten, de juiste meditatie, het juiste gedrag en dergelijke gebaseerd op een vals waardensysteem en een bedrieglijk uitgangspunt. En daarom ook is de kracht die uitgaat van de Boeddha de enige weg naar bevrijding. Amida heeft zijn eigen Boeddhaschap op het spel gezet voor de bevrijding van alle bewuste wezens. We noemen dit ook wel “het Grote mededogen van hetzelfde lichaam”.

In andere religieuze tradities hebben de ‘redder’ en degene die ‘gered wordt’ een relatie van bovengeschikte en ondergeschikte, en aan deze relatie verandert niets. De relatie tussen Amida Boeddha en het zelf echter is als die tussen ouder en kind. Het kind groeit op en wordt zelf een ouder. Amida is de ouder van onze bevrijding omdat de Voortijdelijke Gelofte ons verbindt met Amida Boeddha.

 

De werking van de Voortijdelijke Gelofte

De Naam en het Licht

Volgens de meeste godsdiensten moeten we ons best doen om in de hemel te komen.

Datgene wat aanbeden wordt mag dan wel worden beschouwd als een god, ze leren ons dat we enkel gebruik mogen maken van de kracht van dit wezen om we onze eigen gebrekkige mogelijkheden te compenseren.

Jōdo Shinshū moedigt ons aan om helemaal niet meer te vertrouwen op onze beperkte menselijke kracht. Onze bevrijding is immers volledig ingebed in de kracht van Amida Boeddha’s Voortijdelijke Gelofte. Dit noemen we “de Voortijdelijke Gelofte van Verdienste Overdracht van de kracht die uitgaat van Boeddha” of nog: “de Voortijdelijke Gelofte van Absolute Kracht die uitgaat van de Boeddha”.

Wat deze uitdrukkingen benadrukken is dat bevrijding in zijn volledigheid vervat zit in de werking van “de Kracht die uitgaat van de Boeddha”. Dit is het unieke inzicht dat Jōdo Shinshū ons te bieden heeft als het gaat over bevrijding. Dat maakt het mogelijk om te zeggen dat alle wezens, zonder uitzondering, bevrijd kunnen worden.

Op welke manier is Amida Boeddha’s Voortijdelijke Gelofte werkzaam voor ons? Ten eerste raakt het onze hoofden en harten onder de vorm van de woorden “Namo Amida Butsu” en vervolgens veranderd het in het licht dat op ons neerdaalt en ons van buitenaf verzorgt. De Naam “Namo Amida Butsu” bevat al de essentiële elementen om ons te bevrijden. Het horen van de naam wordt een vorm van ‘toevertrouwen’ en hem reciteren wordt een ‘praktijk’. Dat is wat bedoeld wordt met ‘het vervullen van de Naam”.

Vervolgens: Amida Boeddha omarmt ons van buitenaf, en gebruikt daarbij het licht dat ons “opneemt om ons nooit meer los te laten”. Licht is een uitdrukking van de Boeddha – geest en is een vorm van hogere wijsheid en de werking van mededogen. Onze harten en hoofden worden afgestompt door onze pogingen om ons dagelijks leven vorm te geven. Ons bewustzijn van de Waarheid wordt verblind door onze onwetendheid en onze vulgaire verlangens. Maar ook al kunnen we daardoor de figuur van Amida Boeddha niet zien, toch zijn we op elk moment omringd en beschermd door het licht van zijn Groot Mededogen

We zijn bevrijd exact zoals we zijn, inclusief onze onwetendheid en onze vulgaire verlangens, en wel door de werkzaamheid van Boeddha’s naam in ons, en door het licht van Groot Mededogen dat ons voortdurend beschijnt. De bevrijding die vervat ligt in de Voortijdelijke Gelofte en de Naam, biedt ons onwankelbare grondvesten voor onze levens, en maakt het mogelijk te leven met kracht.

Namo Amida Butsu

"Namo Amida Butsu" is noch Japans, noch Chinees. Het is een omzetting uit het Sanskriet "Namos Amita Buddha." Er is geen poging gedaan om het te vertalen naar het Japans of het Engels.

teken
  na mo a mi da butsu
Sanskriet
betekenis
(ik) vertrouw
toe
niet-meetbaar
on-
  Boeddha

“Mida” betekent ‘meten’. Wanneer het ontkennende prefix ‘a’ wordt toegevoegd, krijgen we ‘amida’ wat betekent ‘onmeetbaar’. Datgene wat onmeetbaar is, is het ‘licht’ en het ‘leven’, die vervat zitten in de volledige uitdrukking “Namo Amida Butsu”. Het licht dat niet gemeten kan worden (onmeetbaar licht) staat symbool voor “hogere wijsheid” en het leven dat niet kan gemeten worden “onmeetbaar leven” staat voor “mededogen”.

Butsu is de Japanse manier om Boeddha uit te spreken. Letterlijk betekent het “hij die ontwaakt is”. Een butsu wordt soms ook een nyorai genoemd (tathāgata in het Sanskriet), en dat betekent “zo-gekomen”. Een nyorai is een wezen dat “gekomen is van zo-heid” om de wezens die begiftigd zijn met waarnemingsvermogen en gevoel op deze wereld te bevrijden.

Mochten we Amida Butsu willen vertalen in het Nederlands, dan zou het zoiets betekenen als “Het Verlichte Wezen begiftigd met Onmetelijk Licht en Onmetelijk Mededogen, dat gekomen is uit zo-heid om er voor te zorgen dat we bevrijd worden”.

“Namo”, het begin van de uitdrukking, betekent “vertrouwen op, toevertrouwen, eer brengen aan etc…”. De volledige uitdrukking, Namo Amida Butsu, betekent dan ook “Ik vertrouw mezelf toe aan en heb volledig en exclusief vertrouwen in het ontwaakte wezen begiftigd met Onmetelijk Licht en Onmetelijk Mededogen, dat gekomen is uit zo-heid om er voor te zorgen dat we bevrijd worden”.

“Namo” mag dan wel zoiets betekenen als ‘vertrouwen op’, het moet duidelijk zijn dat vertrouwen en toewijding niet uit onszelf komt. Wij zijn namelijk verblind en gemakkelijk in verwarring gebracht. Wie dit niet begrijpt, heeft niet door waar “Namo Amida Butsu” over gaat.

Het vertrouwen en de toewijding die nodig zijn, zijn eigenlijk al verwezenlijkt door Amida Boeddha. Dat is de reden waarom de Naam van de Boeddha op zichzelf alle kracht bezit die nodig is om ons volledig te bevrijden.

Shinran leert ons dat namo betekent dat Amida Boeddha ons roept, zelfs nog voor we ons aan hem hebben toevertrouwd.

Het bereiken van Verlichting is een lovenswaardige, maar niet te onderschatten onderneming waarvoor heel wat ‘motivatie’ en heel wat ‘oefening’ nodig zijn. Vraag is: waar moeten we die motivatie vandaan halen, en hoe zouden we die oefeningen kunnen gedaan krijgen, ondergedompeld als we zijn in onwetendheid en verdwazing? Het is hoogst twijfelachtig dat ons dat lukt, als het al niet compleet onmogelijk is.

Daarom heeft het Wezen dat beschikt over Onmetelijke Hogere Wijsheid en Onmetelijk Mededogen zelf een vorm aangenomen die beschikt over Veel Motivatie en Veel Oefening en heeft hij onze bevrijding verwezenlijkt door ‘geloftekracht”. Deze werking noemen we “Verdienste overdracht van kracht die uitgaat van de boeddha”.

(Uit: Jōdo-Shinshū, A Guide – Hoofdstuk 5 – Vertaling Alexander Witpas)

Ekō 108

De Leer Van Het Reine Land - Jōdo Shinshū

jikōji - 慈光寺

© 2006

info-at-jikoji.com

          home