De Drievoudige Toevlucht in mijn Leven

Marc Horemans

Of het leven verandert na de drievoudige toevlucht is moeilijk uit te leggen; alles is hetzelfde gebleven, en toch is alles veranderd, raar om mee om te gaan. Ik betrap me erop op kleine dingen te letten alsof ongemerkt een grotere verantwoordelijkheid tegenover mezelf op de schouders is genomen zonder dat iemand die er heeft opgelegd. Het gebeurt dikwijls als ik ga wandelen in het bos met de honden, dat ik stil sta en een Nembutsu reciteer, niet omdat ik nu boeddhist ben en van mezelf verwacht dat het zo moet, maar gewoon uit vanzelfsprekendheid; uit dankbaarheid dat niets moet en ik eigenlijk veel tijd heb verloren door dingen moeilijker te maken dan ze werkelijk zijn in het leven. Raar hoor.  Mijn ergste vrees is (zoals iemand eens zei tijdens zijn ‘dharmatalk’) iemand te worden die véél van het boeddhisme weet maar daarom nog geen boeddhist is, en soms betrap ik mij erop dat ik dikwijls in die richting ga. Wat is er dan veranderd? Dat ik veel scherper ( jawel) op mezelf ga letten en de reacties die ik doe in relatie met anderen en steeds wisselende omstandigheden. Ik weet dat er nog veel

hindernissen zijn om te overwinnen: mijn eeuwige drang naar scholastiek onderzoek, mijn twijfel, mijn drang om goede discussies met diepgang aan te gaan waarbij ik soms als storende factor de boventoon wil voeren, maar ik weet dat ik me nu niet meer hoef te schamen voor dit soort geconditioneerd gedrag en dat ik het zelf in de hand heb om die dingen te veranderen.

Ik heb er, en daar heb je dan het grote woord " volste vertrouwen " in gekregen dat dit niet " hoeft" , als een vooraf geplande en voorgenomen actie - zoiets als: " vanaf morgen  doe ik het anders" - nee, het gaat  eerder geleidelijk aan zoals het zachtjes uitdoven van een open haard na middernacht, het gloeit nog wel even na maar geeft geen grote vlammen meer.  Omdat het niet plotseling hoeft, krijg ik daardoor ook de kans om ermee te leren omgaan, ermee te leren leven, dan denk ik: beter veel kleine overwinningen elke dag op mezelf, dan één grote die van korte duur is met mogelijk frustratie als gevolg als het dan al niet lukt. Dit klinkt misschien

zwaarmoedig, maar Nembutsu reciteren is voor mij geen exotisch handelen of onwennige actie meer, het is deel uit gaan maken van mijn natuurlijkheid in het besef dat ik dank uitspreek aan de kwaliteiten die ik als mens altijd al gehad heb maar nooit heb aangeboord; in die optiek is de Nembutsu ook een techniek van opmerkzaamheid  die het ‘zengebeuren’ kan evenaren, zij het overstijgen; omdat het veel kosmischer is, veel meer allesomvattend. Waar ik me vroeger afzette tegen elke vorm van religieus denken en meer levensbeschouwelijk omging met alle soorten van religie, besef ik nu dat ook ik nood heb aan een religieus baken, zij het niet noodzakelijk met een god als basisgegeven, maar iets waardoor ik mezelf en mijn plaats in de wereld kan leren bepalen, een anker dat me behoedt voor afdrijven naar dieper water waar ik het risico loop speelbal van de golven te worden zonder enige mogelijkheid tot inspraak. Door me vast te klampen aan de Nembutsu, heb ik mijn handen vrij om te handelen vanuit mezelf, zoals ik ben, zoals het is, een pad te bewandelen vrij van alle belemmeringen, dogma's en principes; zo van: het zal wel goed komen.  Waar ik wel nog onwennig mee ben, is de lijn door te trekken naar mijn dagelijks leven op praktisch vlak; mijn familie weet dat ik boeddhistisch ben geëngageerd, maar veel vrienden en familie beschouwen dit eerder als een rariteit, een bevlieging; onwetendheid is een meedogenloos moordenaar van vriendschappen en familiebanden denk ik dan.  Zelf let ik erop om geen haatgevoelens meer aan te kweken waar de gelegenheid zich soms wel eens kan voordoen (denk maar eens aan wanneer je aan het rijden bent in de auto en je hebt een offensief rijder of die zelfgenoegzame wildparkeerder die je het leven weer eens zuur maakt.).  Ik kan dus niet direct zeggen dat er schokkende dingen veranderd zijn, maar eerder dat er iets gebeurt vanbinnen uit, iets dat door uit je te stromen meer plaats maakt in je om vrijer te ademen; een schakelaar die is omgezet. Wat zou ik me nog druk maken over grote filosofieën of theorieën?  Ik ken het pad en de waarheden en, ik voel dat het me iets doet, dat iets me aangeraakt heeft vanbinnen zonder in essentie iets te veranderen aan mijn buitenkant; het  gaat veel dieper, zou dat zijn wat ze willen zeggen met gemoed? Want, dat is het: een gemoedsverandering.

Raar maar waar, soms zie je dat ook aan anderen, soms voel ik aan wat het betekent binnen de Sangha verbonden te zijn, zonder er veel woorden voor te moeten gebruiken om het gevoel te omschrijven. Ik heb terug leren wenen als ik wandel en de zon breekt door op een mistige morgen, gevoelens die terug naar boven zijn komen borrelen, niet als een woeste stroom maar als een klein straaltje water sijpelend uit een verborgen bron in het zand.

Ik krijg tranen in mijn ogen als ik mijn kleinzoon oppak en knuffel, twee mensen gelukkig op een bank zie keuvelen, mijn vrouw  eens in mijn armen neem in de keuken.  Dingen die zo vanzelfsprekend waren worden nu iets bijzonder, zonder lyrisch te willen worden, maar het heeft me aangezet om liefde in mezelf om te zetten in liefde voor anderen en heeft een serieuze impuls gegeven aan mijn relatie, zij het maar, doordat ik opmerkzamer ben op kleine dingen die je vroeger als volstrekt normaal beschouwde, als een verworven bezit. Vroeger at ik bij wijze van spreken om de honger te stillen, nu leer ik stilaan genieten van mijn eten, het verschil zit hem in accenten en kleine dingen. Dus, als je me vraagt  wat er veranderd is na mijn drievoudige toevlucht?  Dan moet ik het antwoord schuldig blijven en  antwoorden: niets en alles. Ik ben niet veranderd, de wereld is blijven draaien en de rekeningen blijven komen, maar mijn attitude is veranderd, mijn gemoed. Of nog, ik ben niet veranderd, maar de Nembutsu is veranderd in mij, en dat verwoordt zich in vier dingen: zich kwetsbaar durven opstellen en zich bloot durven geven zoals je wérkelijk bent; vrijwillig verantwoordelijkheid nemen op je schouder, (niet voor jezelf maar voor de wereld om je heen), opmerkzaamheid, en vertrouwen dat alles toch wel weer op zijn pootjes valt, dingen die we sinds onze jeugd vergeten zijn (door het opgroeien in een jachtige wereld die onnoemelijke eisen aan je stelt), maar nooit weg waren, alleen maar weggestopt. Het is als oude spullen uit de kast halen en verheugd zijn over het terugvinden ervan samen met de goede herinneringen die eraan vasthangen. Het is geen weten; alleen maar aanvoelen. Misschien een beetje pompeus, maar hoe zou ik het moeten verwoorden, uiteindelijk is Amida's boodschap ook: komt tot mij zoals je bent...en dan schieten woorden tekort, blijft er alleen nog het ervaren over.             

Namu Amida Butsu

Ekō 110

jikōji - 慈光寺

© 2006

info-at-jikoji.com

          home