Een Woord Vooraf…

In dit nummer valt er iets te lezen over de macht en onmacht van woorden. Eén van de basisstellingen van het boeddhisme is dat woorden een relatieve waarde hebben, en nooit de werkelijkheid achter het woord kunnen weergeven.

Masao Abe (p.14) vertrekt voor zijn opvatting in verband met de interreligieuze dialoog ook vanuit deze positie, wanneer hij stelt dat enkel de ‘zuivere ervaring’ werkelijk is. Woorden zijn slechts vingers die naar de maan wijzen. Hoe ‘waar’ dit ook moge zijn voor een boeddhist, een niet-boeddhist hoeft niet noodzakelijk dit standpunt te delen, wat het ongeldig maakt voor dialoog met andersdenkenden…

Maar dit boeddhistisch standpunt betekent niet dat men de taal moet minachten – het behoort tot het wezen van de mens dat hij wil communiceren over zijn ervaringen, en woorden zijn hiervoor een zeer geschikt middel! Het is echter wanneer wij een absoluut belang hechten aan woorden en allerlei theoretisch knutselwerk, dat wij vervreemden van de werkelijkheid, en dichtslibben in toestanden van onbegrip, onvermogen en frustraties.

In haar bijdrage op p. 11 wijst Katharina Haemers erop dat het niet over woorden en theorieën gaat, maar wel over de daden en handelingen zélf waar deze woorden naar verwijzen. Er is een groot verschil tussen spreken over mededogen, en het in de praktijk brengen van mededogen!

Dat woorden ons esthetisch genot kunnen geven en ons spiritueel kunnen motiveren, ervaren wij wellicht wanneer wij de bijdrage van Marcus Cumberlege (p.8) lezen, en getuige zijn van een leven van dag tot dag met Amida. De woorden van de kunstenaar kunnen inspireren, en zin geven om een leven te leiden in het licht van Amida.

Shinran schreef in zijn brieven (p. 2) woorden die wanhoop en onvermogen uitdrukken, en verdriet om het verraad van zijn zoon. Woorden die tot ons komen vanuit een andere tijd en ruimte, en ons tonen dat de problemen waar Shinran mee moest afrekenen niet zo bijster veel verschilden van de problemen waar mensen van hier en nu mee te kampen hebben…

Toen Kohon Shoji (p. 19) in dankbaarheid zijn vertrouwen uitte over de weldadigheid van Hemel en Aarde, was hij in staat alle woorden zoals God, Dharma of Tathagata te overstijgen, en het scheppende leven zélf te loven. Moge de lezer eenzelfde vreugde voelen bij het ervaren van deze weldadigheid!

Martine Strubbe

Ekō 113

jikōji - 慈光寺

© 2007

info-at-jikoji.com
          home