Tokudo training in Japan (3)

 

Ekō 118 en 119 bevatten rapportjes van Fons’ tokudo training in de zomer van 2008 in Kyōtō. In dit feestnummer ruimen we graag plaats voor een dharmatalk van Shitoku die verhaalt van dat speciale moment in onze hoofdtempel Hongwanji: de eigenlijke tokudo-ceremonie.

In de zomer van 1977 werd uit een gewoon iemand Shaku Shitoku.

De Hoofdabt van de moedertempel te Kyōtō was driemaal met het rituele scheermes over het lange donkere haar gegaan. Het kaalscheren was ritueel, enkel ritueel: geen enkel haar was afgevallen.

De wijdeling kreeg een fraai geborduurde kesa om, met een lange oranje nestel – oranje: de monnikenkleur van het oude Boeddhisme. In zijn gevouwen handen droeg de wijdeling de glazen kralenkrans. Als oudste van de initiated, las hij dan luidop in zijn twijfelachtig Engels de gelofte:

Heden ben ik in aanwezigheid van Amida Boeddha getreden en heb ik de inwijdingsritus ontvangen. Zo heb ik dan waarlijk mijn overtuiging als volgeling van de Jōdo-Shinshū hernieuwd. Onvatbaar diep is mijn vreugde als leerling van onze oprichter Shinran Shōnin, eens te meer de Edele Lering te hebben kunnen horen en dankbaar juich ik over de zekerheid van de uiteindelijke verlossing door de Oorspronkelijke Gelofte van de Boeddha. Daarom ben ik ertoe besloten deze grote welwillendheid steeds dieper in mij op te nemen en in vreugde en moed door het leven te gaan, mijn plichten en verantwoordelijkheden als volgeling van de Jōdo-Shinshū te vervullen – en zo Amida’s Oneindig Mededogen te beantwoorden.

Wel woorden van grote vreugde en zelfs van zekerheid, zo met nederige blik gesproken. Maar in de wijdeling woelt ergens een trots. Is hij zo niet opgenomen geworden te midden van…

Hij kijkt rond. De Hoofdabt is reeds gaan zitten en prevelt zacht voor zich heen. De diep inwendig kijkende ogen van de oude Japanner. Een andere Reverend knikt de wijdeling vriendelijk toe; het gele gerimpelde gezicht. Rechts staat een jonge Reverend in een boek te bladeren. In de vreugde voelt de wijdeling plots de messnee van angst. En in de nederigheid toortst plots ook hoogmoed. Is hij nu niet beter dan al die zovelen, anderen. Hij is nu opgenomen in de hiërarchie van de belangrijkste, grootste Japanse Boeddhistische sekte. Na zoveel jaren van vertwijfeling, van heen- en weerbotsen. Hij had er niet om gevraagd, men had het hem voorgesteld. Hij was dus goed bevonden. Misschien had hij nu wel dertig jaar onbewust op dit moment gewacht.

Nu had hij ook een naam gekregen. Of beter gezegd, een titel en een naam. De titel is shaku en als je dat woord in een woordenboek opzoekt, lees je: “titel van een Boeddhistisch priester.” Shinran zelf, de wijze man Shinran had zich zijn leven lang shaku genoemd…

Met zijn mooie kalligrafie had de Hoofdabt de oorkonde geschreven, met naam en titel van de wijdeling en consecrant. Die naam is een hōmyō, en als je in het woordenboek weer gaat snuffelen, lees je dat een hōmyō is: “de naam die Boeddhisten aan hun doden geven,” en krijg je meteen het gevoel of het al gebeurd is. Immers dood of leven, wat is het onderscheid ertussen voor een shaku?

De naam van de wijdeling is Shitoku en dat betekent gewoonweg “uitmuntende deugd.”

En Shaku Shitoku’s gedachten slaan de andere kant uit. Want zoëven nog, nog net vóór hij shaku werd en maar een gewoon iemand was met een naam zoals u of ik, geen hōmyō, geen naam voor als je dood bent, wist hij dat er niets in hem, echt niets uitmuntend was, en laten we van deugd en zo maar niet te veel spreken.

De wijdeling munt in niets uit. Hij had al zoveel geprobeerd. Uitmuntend? Had vroeger al niet een literair over hem geschreven als over “dit in welke maatschappij ook totaal onbruikbaar individu.” Onbruikbaar, inefficiënt, niet vlot genoeg. Niet geslaagd in zijn huwelijken, niet bijzonder succesvol in zijn beroep, met beslist te weinig ambities, allicht ook niet geslaagd in het opvoeden van zijn kinderen. Vergeetachtig. Vaak opvliegend. Heeft nog nooit één mopje grappig verteld. Laks, goedzakkig, flauw. Een ziener kan zó de honderden aapjes in Shaku Shitoku’s warre kop zien rondspringen.

Ach, Eerwaarde, en u geeft hem er dan maar met uitmuntende deugd van langs. En alsof de Hoofdabt die gedachten leest, die rhesussen en makakken ziet, zo glimlacht hij nu ook, terwijl de altaarbel tweemaal gongt en hij traag, met diepe stem, de Shōshinge aanheft.

Ekō jg 32 nr 1

Tokudo training in Japan

jikōji - 慈光寺

© 2009

info-at-jikoji.com

          home